Nagebouwde ontwerpen missen doel

Lissitzky +..

EINDHOVEN Sinds 27 augustus dobbert het in de vijver van het Van Abbemuseum: het 8 meter hoge beeld Doodgravers naar een ontwerp van de Russische kunstenaar El Lissitzky (1890-1941). De twee geometrische figuren met hun blinkende hoge hoeden passen niet alleen in vorm en kleur naadloos bij het museumgebouw, ook de symboliek is op haar plaats. In de opera Overwinning op de Zon, waarvoor Lissitzky in 1923 ontwerptekeningen maakte, dragen de doodgravers de oude maatschappij ten grave en zijn ze de voorboden van verandering. Ook bij het Van Abbemuseum staat, sinds de komst van directeur Charles Esche, verandering hoog in het vaandel.

Drie jaar blijft Doodgravers in de vijver, als blikvanger van het even lang durende Lissitzy-project. Daarin zet Esche de onder voorganger Jean Leering verworven collectie in een nieuw licht en roept hij het oeuvre van de kunstenaar uit tot hoeksteen van zijn museumbeleid.

Lissitzky was namelijk een kunstenaar, zoals Esche ze graag ziet. Opgeleid als ingenieur en architect, actief als schilder, graficus, meubelontwerper en fotograaf, kortom: veelzijdig en wars van hokjes. Daarbij was Lissitzky niet, zoals in eerdere tentoonstellingen werd verondersteld, een Mondriaansachtige, abstracte estheet. Hij stond, volgens Esche en volgens de Britse hoogleraar en tentoonstellingssamensteller John Milner, als kunstenaar midden in de samenleving.

Het eerste deel van het driedelige project laat voornamelijk de maatschappelijke kant van Lissitzky zien: zijn ontwerpen voor de futuristische opera Overwinning op de Zon, voor tijdschriften en straatversieringen, voor stedelijke ruimtes en gebouwen.

Voor de joodse Lissitzky betekende de Russische revolutie van 1917 het begin van een grote bloeiperiode. Onder het antisemitische, tsaristische regime moest hij voor zijn opleiding uitwijken naar Duitsland. Nu werd hij door de eveneens joodse kunstenaar Chagall teruggehaald naar zijn voormalige woonplaats Vitebsk, om les te geven op de kunstacademie. Daar ontmoette hij Malevitsj en kwam hij in aanraking met diens suprematisme, waarin uitsluitend gebruik mocht worden gemaakt van geometrische vormen. De kunstvorm werd vanwege zijn radicale en vernieuwende karakter, zelfs een korte periode officieel door de kersverse communistische staat erkend als ware kunst.

Lissitzky’s complexe, perspectivische composities van vierkanten, driehoeken en lijnen, zijn strakker en lichtvoetiger dan die van Malevitsj, van wie op de tentoonstelling ook werk is te zien, en multi-inzetbaar. Als ontwerp voor stadsvaandels ter herdenking van de Russische revolutie verbeelden ze een toekomstige, gewichtloze planeet die als een vliegtuig in de ruimte zweeft. In een politiek affiche vormen een rode driehoek en een witte cirkel twee elkaar bestrijdende legers en in de opera-ontwerpen doemen vanuit de vlakken en lijnen snelle, robotachtige wezens op. Vooral in zijn ‘proun’-schilderijen zet Lissitzky de geometrische beeldtaal in voor ruimtelijke verkenningen en ontwerpen van steden of gebouwen.

Anders dan bij andere tentoonstellinge gebruikelijk is, neemt Esche geen genoegen met de originele werken alleen. Om te benadrukken dat Lissitzky’s ontwerpen geen autonome, maar sociale exercities zijn, zet hij een gewaagde stap. Hij heeft, met de postume goedkeuring van Lissitzky, die het volk zou hebben toegevoegd ‘ik ga dit niet bouwen, jij gaat dat doen’, van een aantal tekeningen 3d-modellen laten maken.

Van de doodgravers in de vijver, die nooit door Lissitzky als beeld zijn uitgevoerd, duiken in de tentoonstelling kleinere schaalmodellen op, vergezeld van collega-operapersonages als Nieuwe Mens, Omroeper en Globetrotter. Van de Wolkenbügel (1925), een ontwerp van flatgebouwen in de wolken, staat een enorme versie in de tentoonstelling, van Proun 1 E, Stad (1919-1920) een strakke maquette.

In zekere zin missen de modellen hun uitwerking niet. De zorgvuldig nagemaakte operafiguren van hout, perspex en metaal zijn namelijk zo statisch, dat de bewondering voor Lissitzky’s dynamische, hypermoderne 2d-modellen alleen maar toeneemt. En de maquette van de stad is zo’n steriele blokkencompositie, dat het de suggestie van ruimtelijkheid en ronddwalen in de originele prouns alleen maar versterkt. Alleen was dat de bedoeling niet.

Misschien had Esche nog een stap verder moeten gaan. Geen houten klazen, maar gestroomlijnde robotten, geen esthetische maquettes, maar de ruimtelijke ervaringen van de prouns met vingercamera’s voelbaar gemaakt. Hij had jonge geestverwanten – ingenieurs, architecten, kunstenaars, filmmakers – kunnen uitnodigen om de utopieën van toen met materialen, technieken en inzichten van nu tot leven te wekken. Dan zou deze tentoonstelling naast de huidige Lissitzky-fans, ook nieuwe generaties naar het museum halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden