Nader tot hem

Interview Alexander Zwagerman

Twee broers, Joost en Alexander Zwagerman. De een ster-schrijver, de ander overtuigd christen. Toch waren ze dieper verbonden: Joosts postuum verschenen dichtbundel Wakend over God, inmiddels een bestseller, is onversneden religieus.

Beeld Joost van den Broek

Opeens zag Alexander Zwagerman het, op pagina 13 in de postuum verschenen dichtbundel Wakend over God. Het stond er echt en het dook daarna zelfs nog twee keer in datzelfde gedicht op: mijn broer. Hij dus, de negen jaar jongere en enige broer van de dichter - dat kon niemand anders zijn. Voor het eerst komt hij voor in het omvangrijke schrijversuniversum (negen poëziebundels, negen romans) van zijn broer Joost Zwagerman (1963). En hij kan niet anders zeggen, al is het telefonisch uit China, dat dat toch een mooie gewaarwording is, een half jaar na de onverwachte zelfmoord van zijn broer.

Hee, mijn broer is uitgebeden.
Mijn vader is naar boven toe gegaan.
Mijn moeder ruimt wat rommel op.
Ik denk: waarom doet God dat niet?

Alexander (1973) kan het nog sterker vertellen: er kwam sowieso nooit een jongere broer voor in Zwagermans oeuvre. Dat weet hij ab-so-luut zeker, hij heeft alles gelezen. Niemand in romans als Gimmick of De Buitenvrouw of in poëziebundels als Roeshoofd hemelt had een jongere broer. Alsof de jongere broer als literair personage er nooit toe deed.

En nu heeft hij een rol - ja, godzijdank. Onaangekondigd is hij daar in deze poëtisch nastoot, als een biddende broer, en als de broer die is uitgebeden, in het gedicht Thuis.

Want, daar is hij ook eerlijk in, hij was toch teleurgesteld geweest als hij juist in deze bundel had ontbroken. Alexander was immers de godsdienstige broer in het Alkmaarse gezin, door zich in de jaren negentig te bekeren tot 'het charismatisch christendom' van de pinkstergemeente. Hij schreef zelfs twee romans waarin hij verslag deed van zijn evangelische leven, zoals in zijn debuut De Heilige Geest.

Bedenkingen

Zijn grote schrijversbroer had zo zijn bedenkingen bij die 'born again Christian' en zag het toch vooral als gekkigheid van zijn broertje. Later kreeg hij meer begrip. In 1997 zei hij tegen hun moeder dat hij er toch verdomd veel van weet, na het verschijnen van Alexanders essaybundel Het gebed. Inmiddels is de evangelische koorts afgenomen, zeker in China, waar hij werkt als docent rechtsfilosofie en algemene Westerse filosofie aan universiteiten. Hier gaat hij regelmatig naar de Engelstalige mis in de plaatselijke katholieke kerk. Terug in de armen van de Heilige Roomse Moederkerk, noemt hij dat, maar met veel meer bijbelkennis dan de gemiddelde parochiaan, met dank aan de pinkstergemeente.


Zo gelovig waren ze thuis ook niet geweest. Echte geloofsgesprekken aan de keukentafel kan Alexander zich niet herinneren. Katholiek, maar dan van het uitgeklede soort, zonder het feeërieke festijn en de mooie optochten. Crypto-calvinisme, noemt hij dat, en zeker niet streng in de leer. Moeder hield van een traditioneel katholicisme, met regelmatig bezoek aan het bedevaartsoord in Heiloo, nabij de Alkmaarse thuisbasis, en heeft een imposante, bonte verzameling kruisjes en crucifixen aan de muur. Vader was aan de katholieke nestgeur verbonden via de vakbond en school.


Al zette Joost zich als tiener af tegen het geloof, passend bij zijn karakter, eigenlijk was er niet zo bar veel om je tegen af te zetten.

Weergaloos kapot

Wakend over God heet het laatstvoltooide werk van Joost Zwagerman. Wat de dichter hier postuum presenteert, is een koortsig, hallucinante zoektocht naar God en zichzelf, waarbij hij zijn dood en zelfs zijn zelfmoord tot schrik van eenieder die dit leest, heeft aangekondigd, met terugwerkende kracht. Het is een bundel, net als eerder Roeshoofd hemelt, die in een noodtempo geschreven lijkt te zijn, de sluizen gingen nog één keer helemaal open, totdat er niks meer over was, 'alles tussen God en mensenziel voorgoed en weergaloos kapot'. Een huiveringwekkende maar bovenal verdrietige leeservaring, met of zonder God.

Beeld anp

Verrast

Daarom was Alexander verrast toen hij, in de aanloop naar deze bundel een paar e-mails van Joost kreeg met theologische vragen. 'Sander, dit weet jij vast wel...' Dus hij wist dat zijn oudere broer, toch ook een fervent aanhanger van de heilige drie-eenheid seks, drugs en rock-'n-roll, bezig was met gedichten over God.

'Voor mij kwam het niet totaal uit het niets', zegt hij. 'Maar de lijn in zijn leven was niet die van een geloof. Ik herinner me van hem geen geloofsworsteling, maar ook geen atheïsme. Dat hij nu uitkwam bij God, was volgens mij het gevolg van zijn liefde voor beeldende kunst, zijn hunkering naar extase. Zijn gevoelsmatige benadering van de kunst zette de deur open naar zingeving en spiritualiteit. In mijn beleving is het God zelf die de deur opent, maar in de bundel zie je de twijfel. Ben ik het? Is het God?'

De vraag van Joost die hij via de e-mail kreeg was: 'Hoe kijk jij aan tegen deïsme?' Dus dat God wel de Schepper is, maar zich niet meer met zijn Schepping bezighoudt. Dat een persoonlijke God er in dit koude universum niet in zit. Aan deze correspondentie moest hij denken, toen hij het openingsgedicht las, Contact. Want hierin zoekt de ik-persoon telefonische verbinding met zijn God, maar krijgt hij Zijn antwoordapparaat, met de boodschap:

Ik bel nooit terug. Leef rustig verder
wacht desnoods tot piep, maar zwijg

Woede en frustratie

Zijn moeder belde hem die vroege ochtend, nadat Joost in zijn huis in Haarlem was gevonden, op 8 september. Wat hij voelde, was uitgesproken woede en grote frustratie. Hij had gedacht dat zijn broer diens fascinatie voor zelfmoord wel zo'n beetje van zich af had geschreven. Er was de mislukte zelfmoordpoging van hun vader geweest, jaren geleden, daar hadden ze allebei veel last van gehad. Alexander hoopte dat Joost zijn demonen had bezworen.

Alexander heette altijd de zwaarmoedige te zijn van de gebroeders Zwagerman, hij was ook minder verbaasd over de poging van hun vader. 'Waar Joost ging schrijven over zelfdoding, om het te begrijpen en te bezweren, ben ik gaan bidden om het te verwerken en te verdringen. Nu ook, in de nasleep van de zelfgekozen dood van Joost, is het de Heer die mij overeind heeft gehouden. In de bundel van Joost is die God als toevlucht er niet. Nog niet. Misschien als hij de weg verder had gevolgd, als hij wel door die deur was gestapt. Maar dat zullen we nooit weten.'

Na het dramatische gesprek met zijn moeder, die ochtend, legde hij al zijn werkzaamheden onmiddellijk neer en stapte in het vliegtuig naar Nederland. Urenlang stil blijven zitten in het vliegtuig ging hem bovenmatig slecht af. Woedend schopte hij in het vliegtuig de wc kort en klein, tot een stewardess hem tot bedaren bracht.

Toen hij eenmaal de opgebaarde Joost had gezien, en zijn ouders, dacht hij bij de pinkstergemeente in Alkmaar tot rust te komen. Antwoorden te krijgen op de vragen: 'Waarom doet-ie dit? Waarom kon-ie niet in deze wereld blijven, bij zijn kinderen en zijn vriendin?' God is liefde, las hij op de kerkmuur, en hij wilde niets liever dan het doek met opschrift naar beneden trekken en verscheuren. God had niet opgelet, want waarom was hem zijn broer ontnomen?

Verbeterd

Er was een lange periode dat ze niet veel in elkaars leven waren, of dat het leeftijdsverschil en de leefwijze onoverbrugbaar leken. Toen hij ook schrijver werd, was het moeilijk als 'het broertje van'. Alexander had niet de ambitie zijn broer te overtreffen. Hij schrijft nu in het Engels, en alleen maar beschouwingen, meestal over China. 'Als ik nu onder pseudoniem schrijf voor mijn site, Hong Kong Free Press, dan heeft dat niets te maken met de achternaam die ik met mijn broer deel, maar omdat ik soms vrij kritisch ben over de Chinese regering. Ik had heel graag mijn broer de Nederlandse vertaling van die Chinese essays willen geven, maar het heeft niet zo mogen zijn.'

De laatste jaren was hun relatie sterk verbeterd, was er meer e-mailverkeer en vonden ze het leuk om elkaar te zien, als Alexander in Nederland op bezoek kwam. Hij merkte dat Joosts pijnlijke echtscheiding en depressie ervoor hadden gezorgd dat zijn broer meer over zichzelf was gaan nadenken, waarmee hun relatie aan diepte had gewonnen. Als hij niet van hemzelf hoorde hoe Joost er voor stond, hield zijn moeder hem op de hoogte. Daarom dacht Alexander eigenlijk dat zijn broer na twee depressies weer de goede kant opging.

'Ik stuurde hem van de zomer een stuk dat ik had geschreven, over zelfdoding in China. Ik schreef in de e-mail dat hij het misschien interessant vond als hij nog professioneel bezig was met het onderwerp. Ik dacht dat het alleen nog maar een professionale interesse was, diepgevoeld en bevlogen, dat wel. Maar uiteindelijk met afstand. Dat is nu een pijnlijke herinnering.'

Verdriet

Nu, een half jaar later, voelt hij vooral verdriet, en Wakend over God kon hij niet zomaar uitlezen, vanwege de tombola aan verwijzingen naar de eindigheid van zijn leven. 'Je kan deze bundel niet los tot je nemen, zonder aan zijn dood te denken', zegt hij. 'Steeds is er dat verlangen naar God dat opduikt, naar het hiernamaals. Als hij nog zou leven, had je kunnen zeggen dat de dichter een religieuze fase doormaakte. Dan had het niet die lading gekregen. Nu wordt het gelezen als een worsteling met God, en met het leven, met het einde in zicht. Heel confronterend. Als ik het lees, is God meestal afwezig. Ik zie eigenlijk vooral Joost voor me, de hele tijd.'

Hij sluit zich altijd op en af
Ik ben Zijn stil en blind verdriet.

Dat het voor veel mensen een verrassing is, dat er nu een toch sterk religieuze bundel ligt van Zwagerman, begrijpt hij wel. Vooral ook omdat er een redelijk traditioneel godsbeeld in voorkomt, van de God die je in de gaten houdt als je dreigt te vallen, zonder dat de dichter er zijn eigengebakken dwarse draai aan geeft. Maar hij ziet het zo, dat zijn broer al lang een religieus levensgevoel had en zelfs beweerde dat kunst in de wereld de plaats ging innemen van geloof. Met zijn voorkeur voor het mystieke en onbenoembare in de beeldende kunst, was-ie zelfnog maar een steenworp van God verwijderd. 'Een orthodox godsbeeld in onorthodoxe bewoordingen', noemt Alexander het.

En zeg nou zelf, wie hem hoorde praten over kunst in De Wereld Draait Door of zijn beschouwingen in de Volkskrant las, wist dat hier een dominee in de dop aan het woord was. Er diende overtuigd te worden, zo leek het. 'Hij was evangelisch zonder evangelisch te zijn. Hij had vaak dat vingertje in de lucht, het typisch Nederlandse vingertje. Hij wilde mensen bekeren voor de evangelie van de kunsten of ze overtuigen van zijn grote gelijk, met een immens rechtvaardigheidsgevoel. Ik grapte weleens tegen hem: jij bent een betere christen zónder God dan ik als christen mét God.'

Misschien heeft God
Zich in mijn dood vergist

Wat Alexander vooral wil zeggen over de bundel geldt ook voor de zelfgekozen dood van zijn broer: 'Je verwacht het niet van dé Joost Zwagerman. Of het nu gaat om het reiken naar God, of de destructieve weg die hij insloeg naar een andere wereld, het was bij hem altijd een heilig moeten, alles moest maximaal. In het leven, en dus ook in de dood.'

Joost Zwagerman, Wakend over God. Uitgeverij Hollands Diep.


Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.