Nachthuis

Mystiek van het kwaad

Sommige geschiedenissen zijn te rauw om aan te pakken en de geschiedenis van de stalinistische strafkampen in Siberië is er daar bij uitstek één van.

Als de feiten alle verbeelding te boven en te buiten gaan, zullen ze die verbeelding ten slotte verpletteren en dan wint de kroniekschrijver het van de dichter. De schrijver heeft dan bovendien een moreel probleem, want heeft zijn verbeeldingskracht nog recht van spreken als het om gruwelen gaat die elders tot getuigenissen hebben geleid?

Varlam Sjalamov en Aleksandr Solzjenitsyn waren overlevenden van Stalins kampen, zoals Primo Levi en Elie Wiesel de nazi-kampen hadden overleefd. Hun boeken zijn zulke getuigenissen, ook waar zij de vorm van een roman kregen.

In House of Meetings van Martin Amis komt een overlever uit een Siberische strafkolonie aan het woord. Hij is inmiddels in goeden doen, omdat hij een lepe vondst heeft gedaan voor een orthopedische contraptie en daarop patent heeft aangevraagd. Stalin is al meer dan een halve eeuw dood en het communisme is ter ziele. Hij echter leeft en maakt het goed: het kamp ligt vijftig jaar achter hem. In een brief aan zijn stiefdochter maakt hij het morele testament op van zijn leven. Amis, van 1949 en nog nooit in Rusland geweest, laat het hem doen.

In de diepste laag is dat een worsteling met het cynisme, een worsteling die dicht in de buurt komt van de zwartste bladzijden die Dostojevski meer dan een eeuw terug daaraan wijdde. Wie zo diep en zo lang in de beerput van de menselijke slechtheid heeft gekeken, ja, wie er een decennium lang in heeft rondgemodderd, heeft geen illusies meer.

In het kamp, dat binnen de poolcirkel lag en waarvan de eeuwige duisternis en vrieskou zo aanwezig zijn dat er permafrost uit het papier van het boek lijkt te kruipen, was een nieuwe sociale orde ontstaan, met onderklassen, een middenklasse en een bovenklasse, een hiërarchie van zelfvernedering en overlevingsdrang.

De verteller was een oorlogsheld, gedecoreerd en getekend uit de Grote Vaderlandse Oorlog teruggekeerd en vrijwel meteen daarna op transport gesteld. In het kamp komt hij even later zijn jongere en zwakkere halfbroer tegen. Die heeft besloten daar de pacifist te gaan uithangen: de nulgraad van de beschaving, zegt Amis met dit verhaal, zijn de broederplicht en de koppigheid. De oorlogsheld redt zich - en, gek genoeg, zijn zwakke jonge broer redt zich nog beter. De beul die hem het gehoor uit een van zijn oren ramt, ontloopt zelfs zijn gerechte straf niet; hij flikkert bij min veertig graden om, blijft een halve nacht buiten liggen.

Amis heeft de morele besmettelijkheid van zijn historische thematiek geïmmuniseerd door in zijn beschrijvingen heel dicht bij de bestaande geschiedschrijving te blijven. De befaamde historische studie van Anne Applebaum naar de Goelag-archipel is zijn belangrijkste bron.

Daaraan ontleent hij ook het fenomeen dat zijn boek de titel verschaft: het bestaan van een rendez-vous-huis waarin het de geïnterneerden soms was toegestaan een intieme ontmoeting te hebben met hun levenspartner. Die zag haar geliefde soms pas voor het eerst in jaren terug. Wat eruitzag als een kortstondige mogelijkheid om aan de ellende te ontsnappen, werd daardoor zo beladen dat er van intimiteit niet veel meer kwam.

De beide broers hadden belangstelling voor een haast mythologisch aantrekkelijke vrouw, Zoja, maar tot verbijstering van de verteller verkiest die de lelijke jonge broer boven de vitale oorlogsheld. Hun treffen in het schoon opgemaakte bed is het bovenmenselijke middelpunt van zijn verhaal, de kern van zijn levenstestament. Leven en overleven, het vinden van een nulpunt van waaruit strategieën voor zelfbehoud, weerbaarheid tegen het cynisme, kunnen worden geconstrueerd, zij vinden hun houvast in een fixatie op die onbegrijpelijke vrouw.

Daar ontstijgt House of Meetings ook de gangbare ellendeliteratuur: Amis is iets aan het onderzoeken en daa

r heeft hij de geschiedenis voor nodig. Dat de nietsontziende communistische terreur hem obsedeert, bleek al uit zijn wat wonderlijke monografie over Stalin van enkele jaren terug, Koba the Dread. Zijn huidige roman is te lezen als een, dieper reikend, complement op dat boek. Hier telt iedere ijzige zin, hier spant het er in elke korzelig geformuleerde gedachte om. De kilte die hier kraakt betreft iets fundamentelers dan de geschiedenis van de Goelag op zichzelf.

Het is een nachtmerrie waarin een verhouding moet worden gezocht tot het kwaad - in de dwingende zinnen van de belevenis. Dat komt dicht bij Dostojevski, maar dan een Dostojevski die geen uitweg meer ziet in godsgeloof. Door zijn overlever diens testament te laten opmaken juist op het moment dat Tsjetsjeense rebellen een school bezet houden in Beslan, blijft het kwaad ook geen manifestatie van een toevallige lugubere politieke ideologie, maar krijgt het haast mystieke kanten.

Daar is Amis zo verpletterend als zijn onderwerp - en dat komt door het uitgeharde proza waarin hij zijn verhaal vertelt. Het boek is dun, tweehonderd pagina's, maar het effect ervan kan zich meten met dat van de grote Russische romans van de 19de eeuw. Het is genade dat Jan Pieter van der Sterre het in het Nederlands mocht vertalen: geen misser te bekennen (dat vreemde Nachthuis van de titel, voor wat een rendez-vous-huis is, houd ik voor een uitgeversbeslissing).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden