Nachtboek

Notities van een krijger van de schoonheid

In zijn Nachtboek velt Jan Fabre harde oordelen over Antwerpen, Nederland en zijn eigen worsteling om kunstenaar te worden.

Het is de nacht van 13 maart 1978. Jan Fabre schrijft in zijn Nachtboek: 'Ik wil alles zien wat er te zien valt in dit land. Iedere zaterdag en zondag bezoek ik elke galerie of ruimte waar er 'iets' geëxposeerd wordt. En het is moeilijk 'iets' goed te vinden. Ik ben een kunstzoeker en kunst is moeilijker te vinden dan goud.'

Jan Fabre is dan twintig jaar, amper iemand in of buiten Antwerpen heeft ooit van hem gehoord. Dat maakt niet uit: hij heeft zijn eigen standaard. De eisen die hij oplegt aan anderen, maar ook aan zichzelf, zijn streng, heel streng.

Twee levens leidt hij. Het ene is overdag, als hij aan voorstellingen werkt, exposities inricht, met anderen samenwerkt kortom. Het andere is 's nachts: als de wereld slaapt, is hij als een razende bezig. Dan tekent hij. Op exposities zijn vaak reeksen nachttekeningen te zien, in een verloop van jaren gemaakt en thematisch geordend: tekeningen van kastelen of insecten, gemaakt met bloed, zweet, tranen, urine of sperma. Die slapeloosheid, geërfd van zijn moeder, is een motor van zijn kunstenaarschap.

Met het verschijnen van zijn eerste Nachtboek weten we dat hij 's nachts ook schrijft. De eerste aantekening dateert van 7 februari 1978, de laatste van 23 december 1984. De komende jaren zullen ook de delen 1985 - 1991, 1992 - 1998 en 1999 - 2005 worden uitgegeven.

Korte aantekeningen zijn het, bijna elke dag een paar regels: over kunst, over zijn eigen worsteling om kunstenaar te worden, over zijn opvattingen, over zijn collega's, over wat hij zoal meemaakt. Honger naar schoonheid, woede om alles wat hem weerhoudt en een bodemloze nieuwsgierigheid spreken door in de teksten. Vanaf de eerste pagina is er ook dat geloof in zichzelf, groot genoeg om alle twijfel en afkeer te overwinnen.

Want dat is de openbaring van dit eerste Nachtboek; de kunstenaar Jan Fabre was vanaf zijn prille begin al wie hij steeds is gebleven. Al vanaf zijn eerste performances, al vanaf de vroegste met zijn eigen bloed gemaakte tekeningen zijn de obsessies en methoden aanwezig die hem tot de dag van vandaag bezig houden.

Zo is op de overzichtstentoonstelling die nu in museum Kröller-Müller loopt een zelfportret ten voeten uit te zien. Met een aanzienlijke erectie ligt Fabre daar tussen de grafzerken, een paar maal per uur ejaculeert hij. En wat schrijft de jonge Fabre op 23 september 1978? 'Het theater moet een geweldige erectie zijn waaruit een fontein van sperma het leven viert of waaruit een vulkaan van sperma het leven bevriest.'

Nauwgezet doet hij verslag van zijn ervaringen als krijger van de schoonheid. Hij vertelt over de tegenstand die hij moet overwinnen wanneer hij zich als beeldend kunstenaar ook aan het theater waagt. Hij beschrijft de euforie die hem bevangt als hij voor het eerst wordt uitgenodigd om in New York performances te doen.

Over alles en iedereen velt hij een oordeel. Een enkele kunstenaar, Joseph Beuys ('een doodshoofd met vel erover'), Francis Bacon, James Ensor ('hij tekent de botten van de toekomst') - kan zijn goedkeuring wegdragen. Zijn haat-liefde verhouding met Vlaanderen, en dan vooral met zijn geboortestad Antwerpen, klinkt in alles door.

Over Nederland is hij niet zachtzinnig. 'De Nederlandse tolerantie komt mijn strot uit', noteert hij op 23 april 1980. 'Kees, Jan en alleman kan hier zijn vrije mening zeveren en ze moeten beleefd blijven luisteren naar elkaar.' Even eerder: 'Alles is hier leuk, leuk heeft niets te maken met kunst.' Een grote uitzondering maakt hij voor het Mickery Theater van Ritsaert ten Cate, voor hem een ideale plek om te werken.

In Kröller-Müller wordt ook een serie hersenobjecten van Fabre geëxposeerd. Een ervan toont de kunstenaar als menner van zijn eigen brein. Iets dergelijks doet dit Nachtboek. Het zet he

t brein van de kunstenaar op een kier, en laat zien hoe Fabre al van jongs af weet waar hij heen wil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden