Interview

'Nabokov, Tsjechov, Conrad: ik heb ze geïmiteerd, niemand die het merkte'

Stijl, humor en inlevingsvermogen, daar draait het volgens Maarten Biesheuvel (75) allemaal om. Vanavond is de uitreiking van de eerste J.M.A. Biesheuvelprijs, voor de beste korteverhalenbundel van het jaar. Aart Hoekman, vriend van de Biesheuvels, ging op bezoek.

Beeld Koos Breukel

Maarten en ik kennen elkaar ruim dertig jaar. We zien elkaar onregelmatig, maar in ieder geval een paar keer per jaar. Of toeval bestaat weet ik niet, maar toen ik zijn vrouw Eva na een maand of twee weer eens aan de lijn had, kwam tegelijkertijd een sms'je binnen met de vraag of ik Maarten wilde interviewen. 'Nou, kom maar direct even langs.' We wonen bij elkaar in de buurt. Net buiten de singels van Leiden staat hun houten huis, Duitse makelij, uit het begin van de vorige eeuw.

Veel, zo niet alles in huis is erop gericht het voor Maarten zo rustig mogelijk te houden. Een deurbel is er niet, de telefoonstekker gaat er vaak uit en Eva bewaart haar mobiele telefoontje in een ovenwant, 'om het geluid te dempen'. Wifi komt er al helemaal niet in.

Maarten ligt nog even in bed. 'Twee maanden geleden zat hij midden in een manische periode, nu is hij veel somberder', vertelt Eva. Na een kwartiertje horen we hem boven rondscharrelen, even later is er gestommel op de trap. Gekuch. Hij is nogal verkouden. Het eerste wat hij doet is een sigaartje opsteken. 'Ik rook tien sigaartjes per dag.'

Gisteren is de psychiater op bezoek geweest. 'Zij raadt aan dat ik andere pillen ga slikken. Maar dat doe ik niet hoor.' Meteen daarna begint hij over Rogi Wieg, hij heeft onlangs gehoord van diens zware depressie. 'Dat vind ik toch zo verschrikkelijk, hoe die jongen er aan toe is.'

Beeld Koos Breukel

Favoriete korte verhalen

We drinken koffie, er zijn Bastognekoeken en we besluiten dat het niet erg is als dit geen regulier interview wordt: 'Laten we maar gewoon een beetje praten.'

'Dat die prijs naar mij vernoemd is, daar ben ik trots op hoor. Een hele eer. Maar het geeft ook enorm veel rompslomp en onrust. En ik ben bang, want ik wil bij de uitreiking graag Brief aan Vader voorlezen, maar dan barst ik in tranen uit.'

Omdat de Biesheuvel-prijs de prijs is voor de beste verhalenbundel vraag ik hem om een lijstje van zijn all time favoriete korte verhalen. 'Nee hoor, zelf zo'n lijstje maken doe ik niet, daar word ik naar van, dan kan ik helemáál niets meer.' We spreken af dat ik al doende noteer welke verhalen hij noemt: zie kader.

'Oh kapitein te zijn is het favoriete verhaal van mijzelf. Daar zit zóveel variatie in. En Een vreemd voorval, over die bergbeklimmers. Oculaire Biesheuvel, ook een heel mooi verhaal.' Merkwaardig genoeg staan deze verhalen niet in de verhalenbundel met een keuze uit eigen werk die deze week verschijnt. 'Die selectie is al ruim drie jaar geleden gemaakt.'

Beeld .

Paradijs op aarde

'Ik heb meer geschreven dan ik heb gelezen. Ik heb maar tachtig boeken gelezen en herlezen. Ik ben een herlezer. Je weet dan wat de contouren zijn maar hoe ze zijn ingevuld, dat weet je niet meer. Dan herlees je het en dan ben je stomverbaasd. Anna Karenina heb ik heel vaak gelezen. En The Wind in the Willows, van Kenneth Grahame.

Op het ogenblik kan ik trouwens helemaal niets lezen. Er is een boek dat ik erg graag gelezen zou willen hebben, Geschiedenis van de Russische literatuur van Karel van het Reve. Maar daarvan ken ik alleen het stuk over Tsjechov. De grote Amerikaanse korteverhalenschrijvers heb ik ook niet gelezen, het komt er gewoon niet van.'

Hij haalt herinneringen op uit zijn jeugd. Af en toe logeerde hij bij zijn oom Kees en tante Adrie in Klaaswaal, hij kreeg er chocolademelk met slagroom en pannekoeken met stroop en spek ('Ik klaagde dat ze te vet waren, en dat in de hongerwinter!') en dat hij jaloers was op een joods jongetje, Semmie, dat daar ondergedoken zat en nog meer verwend werd dan hijzelf. 'Ik ga daar nog een keer over schrijven.'

Ook logeerde hij vaak in Maasland, bij een andere oom en tante. 'Prachtig was het daar. Er was daar een slootje, als ik daar met een stokje in roerde om het kroos opzij te werken, zag ik in het heldere water kleine visjes vrolijk rondzwemmen. En ik herinner me het geratel van de houten brug als er een paard en wagen over reed, en dat er biggetjes waren. Voor mij was dat het paradijs op aarde, Maasland'.

Maarten Biesheuvels favoriete verhalen

Tsjechov De dame met het hondje en Het duel ('Er is eigenlijk maar een schrijver die ertoe doet: Tsjechov')
Hans Christiaan Andersen De prinses op de erwt
Herman Melville Bartleby, the Scrivener ('Dat is zo'n krankzinnig verhaal!')
Gerard Reve Op weg naar het einde
Toergenjev Eerste liefde
Joseph Conrad The Secret Sharer
Vladimir Nabokov Bezoek aan het museum
Edgar Allan Poe The Man of the Crowd
Paul Gallico De sneeuwgans

Uitbetaald in boeken

Als ik hem vraag of hij ook de klassieke kinderangsten had, zegt hij: 'Nee hoor. Ik ben voor het eerst bang geweest toen ik een jaar of 12 was. Ik had een verhaal gehoord op de radio, naar Edgar Allan Poe en toen ik in bed lag hoorde ik grssst, grssst, grssst, er liep iemand door het grind voor het huis. Hij zette een ladder tegen m'n raam en klom omhoog. Hij had een groen gezicht en daar was ik toch zo ontzettend bang van, van dat groene gezicht! Ik duwde de ladder weg maar die viel weer terug. Ik heb toen de hele nacht niet geslapen.

'Harlekijntje was m'n favoriete jeugdboek, dat staat vol kattenkwaad. Daar heeft de vader van Fritzi ten Harmsen van der Beek tekeningen bij gemaakt. Thuis werd niet veel gelezen. De Bijbel werd natuurlijk wel voorgelezen.

'Als tiener had ik een baantje bij een kraampje in tweedehands boeken, op de Blaak in Rotterdam. Ik werd uitbetaald in boeken, mocht steeds iets moois uitzoeken. The Rains Came, van Louis Bromfield bijvoorbeeld, maar ook boeken van Thomas Mann. Ik zette ze in een boekenkastje op m'n kamer. Op een keer kwam een nichtje van me op bezoek en ze zag dat boekenkastje. 'Goh, wat een interessante jongen', dacht ze. Maar ik had er helemaal niets van gelezen. Dat kastje met boeken heb ik nog steeds, staat boven.'

In oktober verschijnt de 25ste druk van zijn debuut uit 1972, In de bovenkooi, in de reeks Schatkamer bij Meulenhoff. 'Er zijn nu 125 duizend exemplaren van verkocht, dat is veel hoor voor een verhalenbundel. Nee, hoeveel boeken er in totaal van me verkocht zijn, weet ik niet. Ik weet wel dat ik 2.800 bladzijden dundruk heb geschreven.

Beeld Koos Breukel

Vergeten boeken

'Als mensen nu één boek zouden willen lezen rond het thema van de boekenweek 'Waanzin, te gek voor woorden' dan is het In de bovenkooi. En anders The Nigger of the 'Narcissus', van Joseph Conrad, over een man die langzaam krankzinnig wordt. Dagboek van een gek van Gogol, ook prachtig.'

We praten over uitgeverijen die, na het succes van Stoner, opeens allemaal naarstig op zoek zijn naar 'vergeten boeken'. 'Sanatorium Clepsydra van Bruno Schulz, dát zouden ze eens opnieuw moeten uitgeven!', zegt Maarten. Even later: 'Kafka is ook mijn grote held. In de twintigste eeuw heb je de korte verhalen van Kafka, Prousts À la recherche du temps perdu en Speak Memory van Nabokov. Dat zijn de drie grote boeken uit de twintigste eeuw. Nee, À la recherche heb ik niet gelezen.

'Stijl, humor en inlevingsvermogen. Dat zijn de drie essentiële eigenschappen van een goede schrijver, daar draait het uiteindelijk allemaal om. Vroeger had ik maar een idee nodig, dan ging ik naar boven, kroop achter m'n schrijfmachine en typte zo 20 pagina's.' Na minutenlange stilte: 'Ik ben zo blij als ik een verhaal heb.

'Vroeger raakte ik door veel schrijvers geïnspireerd. Nabokov, Tsjechov, Conrad. Ik heb ze geïmiteerd, niemand die het merkte. Trouwens, vannacht nog heb ik een verhaal geschreven, naar Nabokov. Maar dat is helemaal niks hoor, dat gooi ik weg, het is een misfit. Nu heb ik een idee voor een verhaal over drie kaboutertjes, die allemaal stoute dingen doen, kinderstoutigheden, ik weet alleen nog niet welke.

Brood met paté

'Veel van mijn verhalen zijn autobiografisch. Er is slechts een verhaal dat ik helemaal heb verzonnen, Probleem van onsterfelijkheid en schoenen. Ik had ook graag goed willen kunnen tekenen. Ik doe het wel vaak maar ik kan het helemaal niet.'

Wanneer ik het met Eva heb over een reisje dat ik met vrouw en dochters naar New York heb gemaakt, breekt Maarten na een paar minuten in: 'Mag het nu weer over mij gaan?' Vervolgens vertelt hij dat hij boven op een van de Twin Towers stond en toen heel lang met Eva heeft gebeld, en nog langer tegen Mikkie heeft gesproken, hun toenmalige hond. 'Dat was een heel duur telefoontje.' En vanuit onze logeerkamer aan de East River heb ik heel lang gebiologeerd gekeken naar een groot houtblok dat, door het getij, steeds maar heen en weer dreef.'

Opeens: 'Zeg, hoe zit het nu eigenlijk met de islam? Nieuws volg ik niet, en ik lees ook geen krant. Ik heb een grote hekel aan televisie. En aan opera. Opera is vreselijk, al dat geschreeuw! Onbenulligheden die zo pathetisch gebracht worden. Het is altijd zo'n gedoe.' Als Eva hem vraagt 'Maar Maarten, waar hou je dan wel van?' is hij met z'n gedachten kennelijk al weer verder: 'Van brood met paté.'

Vangnet

Na een lange stilte: 'Als ik niet waanzinnig was geworden was ik werkzaam gebleven als jurist. Ik werkte als bibliothecaris op het Vredespaleis, daar ging ik graag naartoe. Maar ik kon het niet aan, ik deed steeds maar dutjes in de kelder. Ik heb zelf opgezegd, toen ik een jaar of 34 was.

'Daarna werd het leven een hel. Maar in goede perioden geef ik m'n leven een 10 hoor. Ik ben en blijf het gelukkigst met Eva. We zijn 57 jaar samen, en we wonen nu 35 jaar in dit huis. We staan ingeschreven bij het Rosa Spier Huis, maar daar wil ik het nu niet over hebben.'

'Dat is meer een soort vangnet', vult Eva aan.

Als W.F. Hermans ter sprake komt, binnenkort verschijnt het tweede deel van de biografie, zegt Maarten: 'Het behouden huis vond ik niet goed, ik vond het zo banaal allemaal. Verder heb ik van hem alleen Een heilige van de horlogerie gelezen. Mooi onderwerp.' Eva vertelt dat Maarten een tijdje geïntrigeerd is geweest door Hermans: 'Ja, oom Wim. Ik belde hem dan op, dat we de volgende dag thee zouden komen drinken in Parijs. Oom Wim zei dan dat ik het maar met Eva moest bespreken of dat mogelijk was. Het is er nooit van gekomen. Wel heb ik met hem door Leiden gewandeld, toen hij de nieuwe winkel van Kooyker opende.'

Kortademig

Eva: 'Hermans zat daar somber in een hoekje en klaarde helemaal op toen hij Maarten zag.'

Maarten: 'Gerard Reve heb ik één keer ontmoet. Op z'n 50ste verjaardag, in Pulchri, Den Haag. Slechte mensen was net verschenen. Hij zei: wees maar niet bedroefd, Biesheuvel, het tweede boek wordt altijd slecht besproken.'

Aan het eind van het gesprek gaan we nog een blokje om. 'Niet te hard lopen hoor, want ik ben erg kortademig. Ik loop de laatste tijd te weinig, ik zit alleen maar binnen. Schrijf maar dat ik een wrak ben.'

Als we na een minuut of zeven weer bij 'Sunny Home' zijn aangekomen wens ik hem nog een fijne avond. 'Nou, dat zal niet lukken hoor', mompelt hij. Even later belt Eva. 'Maarten zou zo graag een keertje een ritje met de auto willen maken, naar de Weipoortseweg. Vroeger fietste hij daar vaak.'

Nog een sigaartje

De volgende middag haal ik hem op. Eva is met vriendin en steun en toeverlaat Judy op stap in Leiden. We drinken eerst nog een kopje koffie. Er staat een bordje met daarop vijf pillen voor hem klaar. Een blauwe, een gele, twee witte en een roze. Hij schudt ze in zijn linkerhand, kijkt er een aantal seconden naar en gooit ze vervolgens geroutineerd naar binnen. 'Door al die medicijnen trillen mijn handen zo. Ik heb er het meeste last van bij het roken. Kijk, ik kan niet eens m'n sigaartje vasthouden.'

Hij heeft geen haast om te vertrekken. Eerst nog een kopje koffie, glaasje water. En ondertussen veel zwijgen. Voelt het bij andere mensen vaak ongemakkelijk als er langere tijd niets gezegd wordt, bij Maarten op bezoek lijkt het dan juist goed te zijn. Nog een sigaartje.

Afgezien van veel gekuch, gehum en gehoest doorbreekt hij in de anderhalf uur dat we in de kamer zitten de stilte met losse zinnen.

'Ligt er nu nog ijs op straat?'
'Goh, goh.'
'Wat is nou jouw grootste verlangen?'
'Stil is het hier, hè?'
'Zo, nu ben ik eindelijk rustig.'
'Kafka was zo alleen, hè? Hij is wel erg belangrijk voor mij. En Karel van het Reve ook.'
'Nou Eva blijft lang weg.'
'Droom jij veel?'
'Ik ook, ik heb alleen maar gelukkige dromen. Vrolijke dromen.'
'Wat is nou het gekste dat je ooit in Praag hebt meegemaakt?'
'Ik ben stilletjes, hè?'
'Nog een glaasje water. En zullen we dan gaan rijden?'
'Zit de tank vol?'
'Bij de rotonde rechtsaf.'
'Nu alsmaar rechtdoor.'

De Weipoortseweg ligt in een polder vlak buiten Leiden, het is eigenlijk een smal weggetje op een dijkje. Er is nauwelijks verkeer. Links en rechts weilanden, met heel veel ganzen. Af en toe een boerderij. Als ik opper om daar kaas te kopen zegt hij: 'Dat gaan we niet doen hoor.'

'Kijk, daar heb je het kerkepad naar Zuidbuurt.'
'Zo, nu zijn we bijna aan het einde. Hier gaan we keren.'
Even later rijden we zijn straat weer in. 'Twaalf', zeg ik als hij vraagt hoeveel kilometer we nu hebben gereden.
'Ga je nog even mee naar binnen?'

Tien minuten later nemen we afscheid. Hij kijkt me doordringend aan. 'Zul je niet vergeten Rogi Wieg te noemen?'

Zaterdagavond wordt in het Mano Hotel in Amsterdam de eerste J.M.A. Biesheuvelprijs, een bekroning voor de beste korteverhalenbundel van het jaar, uitgereikt. Ook wordt Brief aan Vader gepresenteerd, een keuze die Biesheuvel maakte uit zijn eigen werk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.