Naar Rembrandts Marten en Oopjen blijf je kijken

Ook voor de mannen op Van der Helst's schuttersstuk is het wennen. Jarenlang bood hun plek in de eregalerij van het Rijksmuseum uitzicht op een groep collega-schutters, maar die zijn nu tijdelijk verdrongen door een getrouwd stel. Met gedraaide hoofden en opgetrokken wenkbrauwen slaan ze de in zwart gehulde nieuwkomers gade: Kijk, is dat niet Marten met z'n meisje?

De schilderijen van Marten Soolmans en Oopjen Coppit in het Rijksmuseum. Beeld anp

Voor Marten lees: Marten Soolmans. Voor z'n meisje: Oopjen Coppit. Twee begin-twintigers die in 1634 werden geportretteerd door de toen 28-jarige Rembrandt. Daarmee hoort u niets nieuws. Een DWDD-college, een tijdschrift voor kinderen, een (leuk) Terry Gilliam-achtig filmpje op primetime, en de in de pers breed uitgesponnen Franco-Hollandse handels-thriller over de aankoop - het aantal keren dat het echtpaar, (dat 80 miljoen euro de neus kostte) het afgelopen jaar haar opwachting maakte was niet gering. Dat Aepjen en Oopjen u inmiddels de neus uitkomen: het laat zich voorstellen. Dat zou jammer zijn, want de schilderijen zijn zeer de moeite waard.

Portretten uit twee werelden

Op de persbezichtiging deed Rijksmuseum onderzoeksconservator Jonathan Bikker, die over het tweeluik een korte publicatie schreef, hun vroege levens nog eens uit de doeken. Die konden niet sterker verschillen. Rechtenstudent Marten was de onfortuinlijke, met een eersteklas hufter als vader (hij beheerde een suikerraffinaderij met de omineuze naam Het Vagevuur) die zijn vrouw en dienstmeid, en wellicht ook Marten, mishandelde; Oopjens jeugd, in een schatrijke regentenfamilie steekt daarbij zorgeloos af. De twee kenden elkaar waarschijnlijk uit de Warmoesstraat, waar Oopjen én Martens oom woonden, en trouwden in 1633. Ter viering daarvan liet men een portret ten voeten uit schilderen door Rembrandt, een kennis uit Marten's studiestad, Leiden.

Het werden twee prachtige portretten van mensen die er prachtig uitzagen, of daar op z'n minst een poging toe deden. Je kunt je vrolijk maken over Martens schoenen, met die idioot grote rozen, een fraai gevalletje sneaker-fetisj avant la lettre, of over Oopens verenwaaier als een tafeltennisbatje (dixit Groene-criticus Koen Kleijn), maar dat is ongein; sta er wat langer voor en je raakt wel degelijk onder de indruk van deze twee jonge mensen in hun pak van geribd zijde (hij) en genopte japon met passement (zij). Vooral het Oopjen portret heeft gravitas, stemmig decorum, een mengeling van praal en gereserveerdheid die je bij de kladden grijpt; het zit ook in de beste portretten van Van Dyck of Velazquez. Het komt door haar gezicht, met die verkouden ogen en schitterende papegaai-neus, en een teint die het midden houdt tussen statig bleek en ziekelijk geel; een hoofd waarin van alles omgaat, en waartegen dat van Marten een tikkeltje vlak afsteekt, zoals Koning Willem Alexander naast Máxima. Het zit hem ook in het zwart op zwart.

Marten en Oopjen hebben een fraai uitzicht: De Nachtwacht. Beeld anp

Waagstuk

Een waagstuk, dat zwart. Iedere fotograaf kan u vertellen dat wanneer je een lichaam in donkere kledij afbeeldt tegen een donkere achtergrond, je een effect krijgt dat zich nog het best laat omschrijven als: raadselachtig zwevend hoofd, en als schilder probeer je te voorkomen dat zo'n lichaam een vormeloze vlek wordt. Anonieme- en minder anonieme portrettisten uit de 17de eeuw (Thomas de Keyser) slaagden daarin goed. Rembrandt, echter, blonk erin uit.

Zie Marten. Dat is, het fotostudio-achtige decor daargelaten, een portret zonder doodse stukken. Alle onderdelen leven, voorwaar niet vanzelfsprekend: de ogen, het vlassnorretje, de voor afwisseling in de kleding zorgende motieven in de rib-zijde - alle. Ook het manchet dat uit de mouw steekt? Juist het manchet. Dat krult over zichzelf heen als een citroenschil op een stilleven. Het is slechts een van de vele hoogstandjes, die samen een man uit één stuk vormen, letterlijk. Naar hem (en vooral haar) blijf je kijken. Die schutters aan de overkant, die kunnen hun lol op.

De portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit zijn vanaf vandaag voor drie maanden te zien in de eregalerij van het Rijksmuseum.

Beeld anp

ONDERTROUWAKTE MARTEN EN OOPJEN IN HET STADSARCHIEF

Op 9 juni 1933, een jaar voordat zij voor Rembrandt poseerden (wellicht thuis, wellicht in de door Rembrandt geleide werkplaats van kunsthandelaar Uylenburgh) gingen Marten en Oopjen in ondertrouw. Het Stadsarchief Amsterdam toont vanaf 2 juli voor drie maanden daarvan de akte. Het document werd gevonden door juffrouw Van Eeghen, voormalig adjunct-archivaris van dat instituut. Zij stuitte op een boedelinventaris van ene Maarten Daey, naar bleek Oopjens tweede echtgenoot (Marten Soolmans stierf in 1641 achtentwintig jaar oud, z'n rechtenstudie onvoltooid latend) waarin gerept wordt van twee conterfijsels (portretten dus) van Marten Soolemans en Oopie Coppit. De twee portretten bleven tot 1798 in het bezit van de familie Daey. Latere bezitters van het tweeluik waren onder meer verzamelaar Willem van Loon (in wiens pand aan de Herengracht de beroemde Franse kunstcriticus Thoré ze zag) en de bankier en diplomaat Gustave de Rothschild.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden