Naar het oosten

Niet gehinderd en ook niet geholpen door een fotografieopleiding begon Marco van Duyvendijk als 25-jarige te fotograferen. Terugblikkend na een decennium blijkt hoe wonderbaarlijk standvastig zijn stijl van begin af aan is geweest....

Vier jaar geleden bevonden fotograaf Marco van Duyvendijk en zijn Koreaanse vertaler zich plotseling middenin een oorlog. Een oorlog zoals die dagelijks wordt gevoerd op elke Nederlandse middelbare school: die van de leerlingen versus de docent, een strijd die voor de grootste raddraaiers hooguit eindigt in strafwerk of een gesprek met de conrector. Zo niet in Seoel, waar Van Duyvendijk destijds was om een serie te maken over uniformiteit op Koreaanse scholen. Daar liet de docent een ongehoorzame leerlinge een uur lang op haar knieën zitten, terwijl ze een metalen bureautje boven haar hoofd moest houden, het tafelblad rustend op haar kruin.

‘Na drie kwartier’, schrijft Marco van Duyvendijk (1974) in zijn onlangs verschenen boek Eastward Bound, ‘kropen mijn vertaler en ik over de vloer richting het meisje achterin het klaslokaal. Ik zei: Je ziet er geweldig uit met dat bureau op je hoofd. Vind je het goed als ik een foto van je maak?’

Hoe het gestrafte meisje precies reageerde, heeft Van Duyvendijk niet beschreven, maar blijkbaar heeft ze de fotograaf haar toestemming gegeven. Haar foto behoort sindsdien tot zijn inmiddels tienjarige oeuvre. Op de overzichtstentoonstelling van zijn werk, die vanaf morgen te zien is in het Haagse Fotomuseum, hangt hij in de laatste zaal, tussen de andere foto’s die Van Duyvendijk op verschillende momenten maakte in Zuid-Korea.

Het is een van de opmerkelijkste beelden uit zijn repertoire, en zijn persoonlijke lieveling. Zelf omschrijft hij de foto als ‘klassiek’, en dat mag waar zijn wat betreft de compositie, die frontaal is en het Koreaanse schoolmeisje helemaal, van tafelpoten tot knieën, in beeld brengt tegen een gelijkmatige achtergrond van roestbruine lockers. Maar wie de 120 foto’s op de tentoonstelling en de 220 foto’s in het boek goed bekijkt, ziet dat hij afwijkt van de rest, die toch ook overwegend klassiek mag worden genoemd.

Het is aan deze foto dat het oog blijft haken, niet vanwege zijn schoonheid of de mooie compositie, maar omdat er iets niet helemaal lijkt te kloppen. Minder in ieder geval dan op de andere foto’s uit Zuid-Korea, minder dan op die uit Roemenië, Mongolië, China, Moldavië, Rusland, Abgazië – of waar Marco van Duyvendijk dan ook neerstrijkt en steeds weer terugkeert om er de mensen, het platteland en het doorgaans vervallen industriële landschap vast te leggen.

Al tien jaar doet hij dat dus: naar het oosten trekken om er te fotograferen en de ultieme vrijheid te ervaren. Niet gehinderd en ook niet geholpen door een fotografieopleiding begon hij ermee als 25-jarige, vers afgestudeerde psycholoog. Terugblikkend op dat decennium is het wonderbaarlijk om te zien hoe standvastig zijn stijl van begin af aan is geweest.

Een echte Marco van Duyvendijk herken je eigenlijk ogenblikkelijk. Aan de rust van het beeld, het gebrek aan ruis, de aandacht voor het onderwerp. Aan de kleuren, die warm zijn en, hoe ze ook contrasteren, nooit schreeuwen. Aan de kleren die mensen aan hebben, waarbij Van Duyvendijk een overduidelijke voorkeur heeft voor folklore. Voor de zachte wollen truitjes van Roemeense vrouwen en kinderen bijvoorbeeld, voor hun gebloemde rokken en kanten jurkjes, de fleurige kussens op hun bank, en voor de wijnrode gewaden van Mongoolse monniken.

Dit is mijn eigen, heel persoonlijke Oriëntalisme, zegt Marco van Duyvendijk over zijn oeuvre. Hij kent uiteraard de historische en sterk gepolitiseerde versie, vol van de Westerse superioriteit ten opzichte van ‘de’ simpele Oosterse mens – maar daar doet hij niet aan mee. Niet dat hij zijn eigen Westerse blik ook maar één enkel moment ontkent, maar van pedanterie wil hij verre blijven. Liever reist hij mee op het idee dat het Oosten en het Westen elkaar altijd al wederzijds hebben beïnvloed. In die cultuuruitwisseling, die vermenging van verschillende levensstijlen, zoekt hij naar zijn eigen taal, zijn eigen stijl.

Dat is wat Marco van Duyvendijk zegt. Dat is wat hij schrijft in zijn boek. Maar ja, hij kan wel zoveel zeggen en schrijven. Zíe je dat wat hij beweert ook terug in zijn fotografie?

Ja, dat zie je. Je ziet het het beste wanneer hij portrettenseries maakt van steeds dezelfde personen, meestal jonge meisjes, die duidelijk zo anders zijn dan hijzelf en die hij in de loop van enkele jaren door de lens van zijn camera zag opgroeien omdat hij steeds weer bij ze terugkwam.

Eén van die meisjes, nu een jonge vrouw, is de Roemeense Oana. Hij ontmoette haar in 1999, toen zij 14 was en hij 25, en zijn Westerse, maar nooit veroordelende blik begeleidde haar door de verschillende fases van haar leven tot nu toe: van de overgang van meisje naar jonge volwassene, via haar twee zwangerschappen, naar de mid-twintiger die ze nu is, een boel levenservaring wijzer maar nog altijd uitgerust met dat enigszins afwachtende en tegelijkertijd onverstoorbaar puberale gezicht.

Dit is niet een kwestie van even een paar plaatjes schieten en gaan, maar het resultaat van een langzaam opgebouwde en duurzame relatie tussen de fotograaf en zijn onderwerp. Oana en Marco van Duyvendijk zijn goede vrienden geworden. Dat lees je niet alleen in Van Duyvendijks tekst – dat voel je ook wanneer je naar de fotoserie kijkt. Maar ook wanneer er geen sprake is van een vriendschap, wanneer de fotograaf ‘gewoon’ losse portretten toont, zie je die geconcentreerdheid, die bedachtzaamheid terug.

Het is alsof Van Duyvendijk mensen leert kennen via zijn camera, alsof die camera eerder een middel is om tot zijn modellen door te dringen dan om tot een mooi beeld te komen – hoewel dat laatste hopeloos tegengesteld is aan het resultaat, want dat is zonder enige twijfel prachtig.

De betrokkenheid van een fotograaf bij zijn onderwerpen, is altijd lastig te beschrijven. Er bestaat geen graadmeter voor, evenmin als voor de geloofwaardigheid van zijn foto’s. Je kunt betrokkenheid zien, maar waaraan? Je kunt geloofwaardigheid voelen, maar niet meten. Er zijn mensen die vinden dat een overdaad aan esthetiek de geloofwaardigheid van een foto op het spel zet. Dat wanneer een beeld te mooi is, het onmogelijk ‘waar’ kan zijn of zelfs maar kan verwijzen naar een mogelijke waarheid. Een oorlogsfoto die adembenemend mooi is, doet afbreuk aan het hele idee van oorlog, van verschrikking en pijn, en kan dus niet kloppen. En daarmee komt ook de geloofwaardigheid van de fotograaf in het geding. Was die fotograaf wel echt betrokken bij wat er gebeurde? Had hij wel een realistisch beeld van de situatie of probeerde hij alleen maar mooie plaatjes te maken? Schoonheid wekt wantrouwen.

Welnu, niet bij Marco van Duyvendijk. Zijn foto’s zijn doordesemd van schoonheid, van mooie kinderen met prachtige gezichtjes, van wonderlijke kleurencombinaties en precies de juiste composities, ook wanneer er geen mensen op staan. Rode bloesem tegen een grauwe muur in Guanghzou, wapperend wasgoed aan een waslijn, drie Roemeense nonnen die gras bij elkaar harken en zo de ideale driehoek vormen, met houten harken die alle drie een andere kant op wijzen – o, wat mooi.

Maar nergens wordt het beeld dat hij schetst van al die landen onaannemelijk. Nergens wordt Marco van Duyvendijks persoonlijke oriëntalisme een leugen- of huichelachtig gedweep met clichés en voor de hand liggende visuele rijkdom.

Misschien komt dat omdat hij erin slaagt om van zijn werk geen politiek statement te maken, terwijl de gebieden en landen waarin hij zich begeeft zich daar toch behoorlijk goed voor lenen. Doet hij niet. Zijn serie over de Roemeense Oana is geen serie over plattelandsarmoede, maar een serie over vriendschap. Dat zegt hij. En je gelooft hem. Op zijn foto’s ontdek je geen waardeoordelen, maar een zoektocht naar wat hem als reizende Westerling aantrekt in en wat hij begrijpt aan de cultuur van een ander, zonder dat ze daarbij aan relevantie inboeten. Marco van Duyvendijk heeft, zonder zijig te willen klinken, een heel humanistische, invoelende manier van fotograferen.

Dit is een uitstekend moment om terug te keren naar de foto van de lastige schoolmeid in Seoel. Het lijkt erop dat Marco van Duyvendijk voor het eerst in zijn tienjarige carrière een oorlogsfoto heeft geschoten. Voor de duidelijkheid: het woord ‘oorlog’ werd opgetekend door de fotograaf zelf – ‘een oorlog werd uitgevochten tussen de docent en de leerlingen’ – uiteraard met een knipoog naar de ernst van de situatie, maar toch.

Van Duyvendijk schrijft dat hij in eerste instantie zijn camera richtte op de gehoorzame kinderen. Totdat hij eens beter naar haar ging kijken en op handen en voeten naar haar toe kroop om een foto van haar te maken. Je kunt hem moeilijk verwijten dat hij werd aangetrokken door het beeld.

Ze houdt haar hoofd een beetje schuin en kijkt lijdzaam voor zich uit, bijna alsof ze in trance is, wat misschien ook wel gebeurt, wanneer je een uur lang gedwongen een zware tafel boven je hoofd houdt. Het is pure kindermishandeling die je hier ziet. Maar tegelijkertijd bekruipt je de enigszins schaamtevolle gedachte dat je hier naar een soort softpornofoto aan het kijken bent. Een half open mond, roze wangetjes, ietwat mollige armen en een boezem die bijkans uit haar schooluniformpje knapt.

Dit is een uiterst verwarrende foto. En daardoor ook een hele goede foto, eentje die het consistente oeuvre van Marco van Duyvendijk op aangename wijze doorbreekt. Voor het eerst heb je eigenlijk geen idee waar je naar kijkt, weet je niet wat de fotograaf precies bedoelde met dit beeld. Voor het eerst ook lopen dat wat je hoort te zien (kindermishandeling) en dat wat je daadwerkelijk ziet (een soort performance, een onwerkelijke gebeurtenis) ver uit elkaar, wat niet gezegd kan worden van Van Duyvendijks andere foto’s die veel eenduidiger zijn.

En dit alles wordt nog eens versterkt door wat de fotograaf tegen het meisje zegt wanneer hij naar haar toe gekropen is. ‘Je ziet er geweldig uit met dat bureau op je hoofd. Vind je het goed als ik een foto van je maak?’ Het moet de koelbloedige, kordate versie van Marco van Duyvendijk geweest zijn die vervolgens de foto neemt, gericht op het beeldende resultaat en niet zozeer op de mens erachter. En dat heeft dus gewerkt.

Het zal niet toevallig zijn dat deze foto een van de dierbaarste is van Marco van Duyvendijk. Klassiek is hij, ja – maar ook ambigu, spannend, moeilijk leesbaar en in zekere zin ‘oriëntalistischer’ dan alle oriëntalistische foto’s bij elkaar. Zeldzaam. En een beetje fout. Het is zo’n foto die je misschien maar eens in de tien jaar maakt. Marco van Duyvendijk, het volgende decennium van je carrière is nu aangebroken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden