Naar de haaien

Gelukkig is het origineel van door nazi's verboden boek teruggevonden

Wat kan een werkloze academicus en reclamemaker in het Berlijn van 1930 anders dan kermissen en clubs afstruinen, om dan zeker te weten dat het overal een gekkenhuis is: 'In het oosten vertoeft de misdaad, in het centrum de oplichterij, in het noorden de armoede, in het westen de ontucht en in alle windrichtingen huist de ondergang.'

Zo spreekt Jakob Fabian, de 32-jarige verteller in de roman Der Gang vor die Hunde van Erich Kästner (1899-1974), in 1931 in gecensureerde vorm uitgebracht, in 1933 door de nazi's verboden en verbrand, en tachtig jaar later na de vondst van het typoscript alsnog verschenen.

In de vertaling is het Naar de haaien geworden, en die titel sluit aan bij Kästners toon, die bij alle somberte iets gezelligs houdt. Van de Apocalyps zou hij nog cabaret kunnen maken. Zoals Kästner in zijn kinderboek Emiel en zijn detectives (1929) de lezer vanaf de eerste zin inpakt ('Tegen jullie kan ik het wel zeggen: dat van Emiel kwam voor mij ook onverwacht'), zo nodigt hij ons hier uit om met Fabian mee rond te kijken.

En je met hem te verbazen over de vrijmoedigheid (er bestonden ook mannenbordelen, en homoseksualiteit was heel gewoon), of over een cartooneske kroegtwist tussen een communist en een nazi.

Je snapt hem wel, de burger Fabian, die aan de Eerste Wereldoorlog een 'ziek hart' heeft overgehouden (zoals Erich Kästner zelf een hartkwaal), en die niet in idealen durft te geloven zo lang de mensen niet meer weten wat fatsoen is. Hij woont op kamers bij een hospita, en als hij eindelijk een vriendin heeft, krijgt ze een filmrolletje. Mits ze bereid is zich te laten onderhouden door de dikke regisseur. En weg is Cornelia. Zo ging dat toen nog, bij de film.

Het vermaak in Naar de haaien geeft het drama niet veel kans. Zelfs als Fabians gefrustreerde idealistische vriend Labude (voor wie wellicht essayist Walter Benjamin model stond) zelfmoord pleegt omdat zijn proefschrift wordt afgewezen, werkt de auteur toe naar een kluchtige ontknoping: die afwijzing was een geintje van de jaloerse assistent van de professor, het proefschrift was juist geweldig. Zo zie je maar, nooit te vroeg zelfmoord plegen.

En nooit fanatiek in iets geloven. Denkt Fabian. Zonder zelf iets te presteren. Zijn lieve moeder komt bij hem logeren (hij gaat braaf op de bank), en omdat ze niet mag weten dat hij ontslagen is, gaat hij 's ochtends maar naar buiten, in het enige pak dat hij bezit. Na de logeerpartij zegt moeder hem: 'Het lusje zit weer aan je jas'. Die kan er weer even tegen.

Later komt alles uit, en reist Fabian naar zijn ouders. Moeder praat vader bij: onze zoon is zijn baan kwijt, zijn vriend heeft zelfmoord gepleegd, en het jonge ding dat hij net had woont nu met een filmregisseur. Antwoord van vader: 'Blijft hij lang?'

Fabian loopt door de stad van zijn jeugd. Langs de kazerne van toen. De school. De helft van zijn klas is dood, bedenkt hij. Hij komt Eva tegen, een meisje van vroeger. Ze is getrouwd met een arts, en moeder van twee kinderen. 'Jij bent helemaal niet veranderd', zegt Eva. Dat is hard.

Vertaald uit het Duits door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap.



Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden