OorlogsboekenHet bittere kruid

Na zo’n groot verlies móést Marga Minco haar verhalen wel klein houden

Aan de vooravond van de viering van 75 jaar bevrijding bespreekt Onno Blom acht literaire boeken die het beeld van de Duitse bezetting in Nederland hebben bepaald. Vandaag: Het bittere kruid van Marga Minco. 

Beeld Sabine van Wechem

In 1954 werd, uit protest tegen het voornemen van de regering om van 5 mei een ‘gewone’ herdenkingsdag te maken, de bundel Nationale snipperdag samengesteld. De uitgever, Bert Bakker, kreeg daartoe een gedicht opgestuurd van Bert Voeten – die in 1946 furore had gemaakt met zijn oorlogsdagboek Doortocht – en een kort verhaal van zijn vrouw Marga: ‘De kampeerbekers’.

Bakker vond dat een geweldig verhaal en vroeg haar of ze er meer had, want hij wilde die graag uitgeven. Pas in het najaar van 1956 hadden zij weer contact. ‘En toen kwam ze’, herinnerde hij zich, ‘bescheiden als ze is, op een morgen hier, met een héél klein pakje papiertjes en ze zei: ‘Dit is het manuscript.’ Ik zei: ‘Maar lieve schat, daar kan ik niks mee beginnen, daar kan ik niet eens een brochure van maken. Dat wordt misschien 40 pagina’s en dat kan ik als boek niet realiseren.’’

Maar Minco was niet van plan om voor haar debuut meer te maken. De 23 verhaaltjes waren eindeloos geciseleerd, kleiner en kleiner geworden, in wel zeven of acht versies – met dit ‘pakje’ als resultaat. Er stond geen woord te veel in. Daarop liet Bakker het boek illustreren door Herman Dijkstra, dreef de Ooievaarpocket uit tot 128 pagina’s en liet er in 1957 meteen tienduizend drukken. Anders was het financieel niet haalbaar.

De exemplaren vlogen weg – en zijn dat blijven doen. Het bittere kruid werd een van de meest gelezen boeken uit de Nederlandse literatuur. Een ‘kleine kroniek’ van grote kracht.

Voor Marga Minco, die vorige week haar 100ste verjaardag vierde, was de literaire vorm die ze had gekozen bittere noodzaak. Zowel haar oudere broer Dave en zijn vrouw Lotte, als haar zus Bettie en haar vriend Hans, als haar beide ouders waren tijdens de bezetting door de Duitsers opgepakt, afgevoerd en in concentratiekampen vermoord.

Zelf was zij ternauwernood ontsnapt door bij de inval in haar ouderlijk huis – het Joodse gezin was noodgedwongen verhuisd naar het getto van Amsterdam – door het tuinpoortje te vluchten en onder te duiken.

Die feiten waren zo gruwelijk, ze leed zo onder het verlies, dat ze het wel klein móést houden. Ze kon alleen maar op onderkoelde wijze verslag doen van wat haar was overkomen. ‘Ik moest op mijn tenen lopen’, vertelde ze later, ‘mijn adem inhouden, om over mijn oorlogservaringen te schrijven.’

Doordat je de gebeurtenissen ziet door de ogen van een jonge vrouw, nog bijna een meisje, komt de verschrikking harder aan. Dat effect wordt nog eens versterkt door de houding van de vader, die het gevaar stelselmatig ontkent. ‘‘Hier kan zoiets nooit gebeuren’, zei mijn vader, ‘hier is het iets anders.’’

Marga MincoBeeld ANP

Door de onuitgesproken, maar glasheldere stijl krijgt alles een dreigende lading. Het hoofdstukje ‘De sterren’ klinkt als het schitterende uitspansel, maar het gaat om de felgele Jodensterren, die de vader mee naar huis neemt alsof het cadeautjes zijn, en die de stigmatisering symboliseren en de vernietiging aankondigen.

Het hoofdstuk waarin de ouders van het meisje worden opgepakt heet simpelweg ‘De mannen’ – maar je weet onmiddellijk wat voor mannen het zijn. Je weet ook wat voor huiveringwekkends er staat te gebeuren, al lijkt het voor de personages, ondanks alle voorafgaande tekens en verschrikkingen ten spijt, toch nog een verrassing: de bel gaat. ‘We bleven zitten en keken elkaar verbaasd aan. Alsof we ons afvroegen: Wie zou daar zijn?’

Het bittere kruid is een bezwering. Opgeschreven met ijzingwekkende ironie, alsof de woorden onder een dun laagje ijs zitten, waar je elk moment doorheen kunt zakken. Dat Marga Minco het boek moest schrijven, was omdat zij haar ouders, broer en zus niet wilde vergeten. Op papier kon ze hen opnieuw tot leven wekken.

Toen ze haar verhaaltjes aan Bert Bakker overhandigde, dacht ze nog dat niemand die zou willen lezen. Maar toen bleek dat de kleine kroniek wél werd gelezen, en door zovelen, gaf dat haar grote voldoening. ‘Ik besefte dat mijn familie hiermee langer zou leven dan ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden