boekrecensie

Na vijf maanden in de stal weet deze Noorse journalist nog niet wat hij van varkens moet denken ★★★☆☆

De Noorse journalist en historicus Kristoffer Hatteland Endresen liep vijf maanden mee in een varkenshouderij. In zijn boek over die periode komt hij soms tot zinnige vragen, maar de antwoorden blijven uit.

Jean-Pierre Geelen
null Beeld Tzenko
Beeld Tzenko

Je zult maar varken zijn. Altijd veracht door de mens. Waar Jezus het lam verhief tot symbool van onschuld, degradeerde hij het varken tot dier van de demonen. Mozes ging hem voor, toen hij zo’n vijf eeuwen voor het begin van de jaartelling een verbod op varkensvlees uitvaardigde.

De moderne mens heeft op z’n minst een dubbelhartige relatie met het varken: het ‘onreine’ wezen is wel een van de meest gegeten diersoorten op aarde, slechts voorbijgestreefd door de kip. Nog steeds staat het bleekroze varken er gekleurd op. In het spraakgebruik gaat de toevoeging ‘varken’ steevast hand in hand met termen als ‘vet’, ‘lui’ of ‘dom’. De realiteit is ook al weinig rooskleurig: alleen al in Nederland leven meer dan 11 miljoen varkens een verborgen bestaan in betonnen schuren, waar zij met duizenden bijeen gecastreerd en met afgeknipte staarten op minder dan een vierkante meter per dier de tijd doden tot ze zelf aan de beurt zijn in het slachthuis – als ze niet omkomen in de vlammenzee van een stalbrand.

De Noorse journalist en historicus Kristoffer Hatteland Endresen wilde het dier achter de karbonade van de kiloknaller leren kennen en doorgronden, en ging voor zijn boek Het varken op zoek naar het leven in de varkenshouderij. Dat ging niet vanzelf: de Noorse Boerenbond wilde hem ‘vanwege persoonsbescherming’ geen informatie verschaffen over varkenshouders. Toen hij er zelf een benaderde, gingen de staldeuren dicht. Ook moest hij een pijnlijke mrsa-test ondergaan, om besmetting (van de varkens) met de gevaarlijke ziekenhuisbacterie uit te sluiten.

Vijf maanden in de stal

Maar het lukt: vijf maanden lang krijgt hij toegang tot de stallen van boeren Leiv en Eirik, waar de zware lucht van aceton en ammoniak hem braakneigingen bezorgt. Endresen ziet hoe biggen de vlijmscherpe tandjes worden afgevijld. Hij bevrucht zeugen via kunstmatige inseminatie – het inspireert hem tot een beschouwing over bestialiteit.

Zo wisselt hij steeds van geschiedschrijving over de oorsprong en de domesticatie (zo’n elfduizend jaar geleden begonnen in het Anatolische gebergte van Turkije) naar reportage-achtige hoofdstukken uit de hedendaagse varkenshouderij, een sector die ook in Noorwegen de meeste overtredingen van de Dierenwelzijnswet op z’n naam heeft weten te brengen.

Endresen noemt zichzelf ‘noch idealist, noch onwetend’. Een prima journalistieke houding, die bij hem soms leidt tot zinnige overwegingen en vragen. Zoals hoe het toch komt dat het varken het enige gedomesticeerde dier is dat geen waardevol bijproduct aflevert, zoals wol of melk. Het antwoord: een zeug die kleintjes heeft gebaard, is licht ontvlambaar tegenover wie haar nadert. Te veel gedoe en gedoe is geld.

Kristoffer Hatteland Endresen Beeld Atlas Contact
Kristoffer Hatteland EndresenBeeld Atlas Contact

Dankzij een lange literatuurlijst passeren filosofen De Montaigne en Wittgenstein de revue, evenals oude Griekse dichters. Zo vaak dat Endresen iets te gretig de behaaglijke bibliotheekzaal lijkt te verkiezen boven de drek van de varkensstal.

In die stal volgt hij fokzeug nr. 13, een dier dat nooit daglicht of een vogel zal zien, behalve op weg naar het slachthuis. Een intelligent wezen, constateert hij, maar niet te doorgronden. Haar (schijnbare) apathie doet hem verzuchten: ‘Woont er eigenlijk wel iemand achter haar menselijke ogen?’ Het leidt allemaal tot de kernvraag, pas op pagina 207: ‘Zijn dit varkens die ik met een zuiver geweten kan eten?’ Het antwoord blijft uit. Omdat hij er niet lijkt uit te komen.

Opmerkelijk laconiek

Na vijf maanden en enig mededogen beoordeelt Endresen de leefomstandigheden van Noorse varkens als in orde. Opmerkelijk laconiek ziet hij hoe de vijf maanden oude varkens op transport naar het slachthuis gaan. Dat gegil? ‘Ik weet hoe weinig de varkens nodig hebben om dat geluid te maken.’ Ja, het geluid van varkens die de vrachtwagen in gedreven worden is ‘doordringend, traumatisch en pijnlijk’, maar gelukkig: ‘Het duurt niet lang.’ Toch nog 40 minuten, blijkt.

Endresen mag van een afstandje meekijken bij het slachtproces, maar niet in de cruciale minuten waarin de dieren worden bedwelmd en in een net worden rondgeslingerd om ze hun oriëntatievermogen en bewustzijn te doen verliezen. Wanneer even later de verslapte lijven een transportband op rollen, noemt Endresen het hele proces ‘zo gestroomlijnd, mechanisch en steriel’, dat hij zich ‘niet kan voorstellen dat de dieren of het personeel een trauma doormaken’.

Je iets ‘niet kunnen voorstellen’ is een magere journalistieke observatie, zeker na slechts één praktijkgeval waarin hem de cruciale minuten worden onthouden. Heeft Endresen nooit gelezen over de excessen en gruwelen – van mishandeling tot levend gekookte varkens – die nog altijd worden onthuld door undercoveractivisten met cameraatjes op zak? Ja, hij noemt een rapport uit 2004 waarin dit ook in Noorse slachthuizen aan de orde van de dag was. Maar gelukkig, sust hij: ‘Sindsdien is de bezem door de bedrijfstak gehaald.’

Slaap zacht.

Ondanks dit alles eindigt Endresen Het varken toch weer in vertwijfeling. ‘Waar zijn deze ellendige (…) levens nu eigenlijk goed voor geweest?’, vraagt hij zich af. Ineens is de geboorte van ‘tienduizenden intelligente wezens die een zinloos leven leiden en mogelijk tevergeefs lijden’ volgens Endresen ‘een grote tragedie in ons land’.

In een slotbeschouwing over varkenspest en corona komt hij ineens tot het inzicht dat als de alleseter mens ‘zijn eetlust had gericht op planten in plaats van vlees, [dan] zouden we niet zoveel epidemieën hebben gehad. Misschien is dat uiteindelijk ook de beste manier om het varken daadwerkelijk te eren.’

‘Misschien.’ Als schrijver overtuigt Endresen redelijk, als journalist lijkt hij niet eens zichzelf te overtuigen.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Kristoffer Hatteland Endresen: Het varken – Het verhaal van een dier van vlees en bloed. Uit het Noors vertaald door Maud Jenje. Atlas Contact; 288 pagina’s; € 22,99.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden