Nieuws

Na lange omzwervingen is de 19de-eeuwse houten maquette van de Tempelberg terug in Utrecht

Museum Catharijneconvent nam het model over van Bijbels Museum en liet het restaureren.

Maquette van de Tempelberg Haram al-Sharif
 Museum Catharijneconvent / Ruben de Heer Beeld Museum Catharijneconvent / R
Maquette van de Tempelberg Haram al-Sharif Museum Catharijneconvent / Ruben de HeerBeeld Museum Catharijneconvent / R

Het kan met enige overdrijving een omzwerving van bijbelse proporties worden genoemd. In 1879 bestelde dominee Leendert Schouten, sinds kort werkzaam in Utrecht, een maquette van de Tempelberg, de (fel betwiste) plek in Jeruzalem die heilig is voor christenen, joden en moslims. Schouten, 51 jaar oud, was al sinds zijn studietijd een verwoed verzamelaar van bijbelse maquettes en allerlei voorwerpen uit het Heilige Land, van religieuze objecten tot opgezette dieren. Hij was nooit in Jeruzalem geweest.

De dominee deed zijn bestelling bij Conrad Schick, die daar stadsarchitect en archeoloog was en – niet onbelangrijk – eveneens het protestantse geloof aanhing. De Duitser had eerder al een waarheidsgetrouwe maquette gefabriceerd van de Tempelberg, die door moslims Haram al-Sharif wordt genoemd. Daartoe had hij ter plekke metingen verricht. Dat was bijzonder: bezoek aan de Rotskoepel en de Al-Aqsa-moskee, twee prominente gebouwen op de berg die islamitische heiligdommen zijn, was destijds voor niet-moslims verboden.

Schick stuurde de maquette, liefst 2,60 bij 1,75 meter groot, in vier kisten naar Utrecht. De houten Tempelberg kreeg een plek in het ‘Bijbelsch Museum’, het privémuseum van Schouten in zijn huis aan de Nieuwegracht. Na zijn pensionering in 1895 verhuisde Schouten met museum en al naar de dichtbijgelegen Lange Nieuwstraat. Tienduizenden mensen hebben zijn collectie bezocht, die de waarheid van de Bijbel moest bewijzen.

Toen de dominee in 1905 stierf, werd zijn verzameling opgeslagen. Pas twintig jaar later was die weer te zien: ze vormde de basis voor het nieuwe Bijbels Museum in Amsterdam. Nog een verhuizing volgde (naar een ander adres in de hoofdstad), waarna Schoutens collectie voor de tweede keer uit het zicht dreigde te verdwijnen: het Bijbels Museum verloor zijn subsidie en sloot vorig jaar de deuren.

Nu is de verzameling voorgoed teruggekeerd in Utrecht, naar een plek tussen de laatste twee woonadressen van Leendert Schouten in: Museum Catharijneconvent was bereid het hele ‘Schouten-kabinet’, zoals de collectie was gaan heten, over te nemen. ‘In totaal zo’n zeshonderd objecten’, zegt conservator Rianneke van der Houwen. ‘Het was een hele klus die te registreren en beschrijven.’

De houten Tempelberg – de enige in Europa, in Jeruzalem staan drie andere door Schick gefabriceerde exemplaren – zal permanent worden getoond in het Utrechtse rijksmuseum, dat kunst en erfgoed beheert van het christendom in Nederland. De maquette zal niet louter vanuit christelijke hoek worden belicht, maar worden ingezet voor een ‘interreligieuze dialoog’. Ze komt te staan in een al langer bestaande tentoonstelling, Feest! Weet wat je viert, waarin kinderen wordt uitgelegd wat de achtergrond is van de religieuze feestdagen.

Het model is bij uitstek geschikt om een gesprek op gang te brengen over religies tijdens rondleidingen voor scholieren, stelt educator Ricky Fox. Is dat niet een te controversieel onderwerp? Op en rond de Tempelberg/Haram al-Sharif zijn voortdurend confrontaties tussen Joden en Palestijnen, waarbij geregeld doden vallen, ook recentelijk weer. Fox: ‘We willen het conflict bespreekbaar maken.’ Conservator Van der Houwen: ‘Als je begrijpt waarom dit een heilige plek is voor anderen, komt er ook meer begrip voor die anderen.’

Waarom heilig?

Voor moslims is de Haram al-Sharif (Tempelberg) heilig omdat er islamitische heiligdommen staan: de Rotskoepel en de Al-Aqsa-moskee. De profeet Mohammed zou vanaf de rots aan zijn reis naar de hemel zijn begonnen. Joden vereren de berg (‘Har ha-Bayit’) omdat daar joodse tempels waren gebouwd. De laatste werd in 70 n.Chr. door de Romeinen verwoest. Een resterende muur kwam bekend te staan als de Klaagmuur. De christenen geloven dat Jezus op de Tempelberg is geweest en dat hij niet ver daarvan is gekruisigd.

Bijna was de houten Tempelberg niet klaar om aan het publiek te worden getoond. Catharijneconvent achtte een opknapbeurt opportuun; het model is vaak in en uit elkaar gehaald, ook omdat het aan andere musea is uitgeleend. Er was nog een reden voor restauratie: in de maquette zitten luikjes, die een blik bieden op waterreservoirs en ondergrondse vertrekken. Doordat de luikjes er voor het publiek veel uit zijn getild, waren er tal van gebruikssporen.

Afgelopen januari was de maquette overgebracht naar het atelier van restaurator Miko Vasques Dias, die ruim de tijd zou hebben voor retouches en ander lapwerk. Maar dat veranderde toen hij ontdekte dat alle paden en perken op de maquette een ingrijpende wijziging hebben ondergaan in het Bijbels Museum in Amsterdam, ergens in de jaren zeventig. ‘Het hele terrein heeft een make-over gehad.’

Vasques Dias kwam daarachter doordat hij contact had gezocht met de zoon van een overleden beheerder van het Bijbels Museum. Die beschikt over zestig jaar oude foto’s, waarop het terrein op de maquette er nog bij ligt zoals Schick dat had aangebracht. ‘Hij had daarvan een soort oase gemaakt. Heel keurig en heel groen, terwijl het een vervallen gebied was.’

In het Bijbels Museum moet de beslissing zijn genomen het terrein te herscheppen naar de werkelijke, vervallen situatie van 1879. Die aanpassing is niet al te secuur uitgevoerd: de maquette heeft een schaal van 1 op 200 (1 centimeter staat voor 2 meter), maar de toen aangebrachte bomen zijn verhoudingsgewijs te groot. Dat werd helemaal duidelijk toen Vasques Dias een origineel, kleiner boompje vond onder een van de luikjes van de maquette.

Museum Catharijneconvent besloot de originele versie van Schick te laten herstellen. De later aangebrachte bomen en lagen verf werden verwijderd. Omdat de oorspronkelijke bomen er niet meer waren (op één na), moest Vasques Dias nieuwe maken. Hij had alleen tijd om een standaardmodel te maken. ‘Ik heb zeven dagen per week gewerkt. Het zou nog een maand werk zijn om de originele bomen na te reconstrueren.’

Staande naast de maquette (die vanaf zaterdag weer te bewonderen is) spreekt de freelance-restaurator de hoop uit dat hij ooit nog de kans krijgt om dat in orde te maken. Dan is er ook gelegenheid voor een ander klusje dat hij graag zou willen aanpakken. ‘Er waren ook knopjes waarmee de luikjes werden opgetild. Maar blijkbaar vond men die niet meer passend. Die zijn ook weggehaald.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden