interviewBobby Gillespie

Na lang dubben schreef rockster Bobby Gillespie zijn memoires. ‘Verdomd, ik heb veel bijzonders meegemaakt’

In zijn memoires beschrijft rockster Bobby Gillespie zijn jeugd in de gure en agressieve stad die Glasgow in de jaren zeventig was. En hoe hij door snoeiharde muziek werd gered.

Gijsbert Kamer
Bobby Gillespie in de Barrowland Ballroom in 2019.  Beeld Redferns
Bobby Gillespie in de Barrowland Ballroom in 2019.Beeld Redferns

Een boek schrijven? Dat leek Bobby Gillespie, zanger van de Britse rockband Primal Scream, tien jaar geleden niets. ‘Ik was zelfs geshockeerd door het idee’, zegt Gillespie (59)via Zoom vanuit Londen. Het verzoek om zijn ervaringen als rockster te boekstaven kwam destijds van uitgever Lee Brackstone, toen werkzaam voor het prestigieuze Faber & Faber. ‘Prachtfonds, maar wat moet dat met die rock-’n-rollverhalen van mij? Memoires schrijf je als je bijna doodgaat, of als je het gevoel hebt dat je niets meer kunt bijdragen aan je nalatenschap.’

En Bobby Gillespie had tien jaar geleden nog volop het idee dat hij met zijn Primal Scream nog lang niet uitgespeeld was. Nu ligt er Tenement Kid, een vuistdik boek waarin Gillespie een deel van zijn levensverhaal vertelt. Waarom nu wel?

Gillespie: ‘Ik heb er jaren voor nodig gehad om aan het idee te wennen, maar Lee heeft me overtuigd. Je hoeft niet uitgerangeerd te zijn om terug te gaan naar je jeugd en te vertellen over de ups en downs in je artistieke loopbaan. Verdomd, dacht ik, het is eigenlijk best bijzonder wat ik allemaal heb meegemaakt, waarom zou ik dat niet delen?’

In Tenement Kid vertelt Gillespie over hoe hij opgroeide in Springburn, een arbeidersbuurt in het noorden van Glasgow, gegrepen werd door punkmuziek, ging drummen in The Jesus And Mary Chain, en eind jaren tachtig leek te mislukken met zijn band Primal Scream. Totdat hij in 1988 in de ban raakte van acidhousemuziek en dj en producer Andrew Weatherall een remix van een Primal Scream liedje maakte.

Loaded en het album Screamadelica dat volgde, maakte van Primal Scream in 1991 een grote band. Een ideaal eindpunt voor het boek, vond Lee, dus dat heb ik aangehouden.’

Lee Brackstone, die Gillespie komend weekend op het Crossing Border Festival over het boek interviewt, heeft inmiddels een eigen uitgeverij. White Rabbit is in een kleine twee jaar uitgegroeid tot de belangrijkste uitgever van popculturele boeken. Er verschenen onder meer succesvolle memoires van de Amerikaanse grunge-vedette Mark Lanegan en Chris Frantz van Talking Heads. Tussen die boeken wilde Gillespie best een plekje krijgen. ‘Ik werd steeds enthousiaster over het idee en ben eens goed gaan graven in mijn geheugen.’

Afgezien van een enorme stapel oude Britse muziekbladen heeft hij eigenlijk nooit een archief bijgehouden. ‘Wij leerden in de jaren zeventig en tachtig vooral uit de NME en Melody Maker. Daarin lazen we niet alleen waar we naar moesten luisteren, maar ook welke films we moesten zien en welke boeken we moesten lezen.’

Bobby Gillespie in 1997. Beeld Getty Images
Bobby Gillespie in 1997.Beeld Getty Images

Gillespie is in die jaren een gretig, zelfs obsessief, consument van rock-’n-roll. ‘Glasgow was in mijn jeugdjaren een agressieve, gure stad met weinig vermaak. Voetbal en muziek, dat was het enige.’ En daar schrijft Gillespie prachtig over. De punkconcerten van The Clash die hij als 16-jarige bezocht, veranderden zijn leven. Muziek werd een obsessie, net als bij zijn vriendje Alan McGee, de latere platenbaas van onder meer Oasis. Maar Gillespie beleeft zijn hobby niet alleen passief. In 1983 komt hij in aanraking met de broers Reid, twee stadsgenoten die een bandje zijn begonnen: The Jesus And Mary Chain. McGee brengt hun eerste single uit en Gillespie gaat in de band drummen.

‘Ik zat maar anderhalf jaar in die band, maar ik schrijf er mijn halve boek over vol, omdat het toch een cruciale periode was. In mijn leven, maar ook in de popmuziek. We speelden snoeihard, maar door de noise heen hoorde je altijd heel pure liedjes. Die combinatie van overstuurde feedback met jarenzestigpopliedjes was uniek. Net als de rellen die onze optredens van een kwartier overal veroorzaakten. Popmuziek moest niet gezellig zijn, maar confronteren, vonden wij. In Groot-Brittannië was er eigenlijk niets dat het gevaar had van Amerikaanse bands als The Gun Club of The Cramps.’

Na de opnamen van het legendarisch geworden debuutalbum Psychocandy van The Jesus And Mary Chain werd Gillespie uit de band gezet. ‘Ik was met Primal Scream begonnen, en dat vonden de broers Reid maar niks.’

Met Primal Scream werd het eigenlijk pas wat toen dj Andrew Weatherall een liedje van Primal Screams tweede album plukte en daar een remix van maakte. ‘Zeg maar dat hij er een kathedraal omheen bouwde. Andy was onze grootste fan. Hij hield als enige van onze gitaarliedjes. Wat best gek was, want hij was eind jaren tachtig vooral actief als acidhouse-dj.’

En dat was precies het soort muziek waar Gillespie in die tijd als een blok voor viel. ‘We hadden eind jaren zeventig een punkrevolutie, maar de opkomst van house en techno tien jaar later heeft me net zo diep geraakt. Elektronische muziek, snoeiharde beats, altijd opzwepend op een vrolijkmakende manier. Ik had nooit zoiets gehoord, en dan al die illegale feesten, de raves. Arbeiders, voetbalhooligans, studenten. Allemaal eendrachtig dansend en lief zijn voor elkaar. Dat kwam natuurlijk ook door de xtc, maar eerst was er die muziek.’

Andrew Weatherall (hij overleed vorig jaar) schonk Primal Scream een nieuw geluid en vervulde een cruciale rol in de kruisbestuiving tussen rock en dance, begin jaren negentig.

‘Een mooi punt ook om het boek te beëindigen. Ik had mijn ambities verwezenlijkt en het gemaakt in de popmuziek. Screamadelica verscheen op dezelfde dag als Nirvana’s Nevermind, ik denk dat deze platen de popwereld veranderd hebben.’

Hoe precies, dat wil hij in een vervolgboek graag uitleggen. ‘Ik heb al doorgeschreven tot 1998 en kom aan op het moment dat heroïne in de Britse popcultuur in zwang raakte. Bepaald geen leuke tijd. De toon zal ook minder vrolijk zijn dan in Tenement Kid. Dat is een opgewekt boek over een jongeman die zich uit zijn working class omgeving omhoogwerkt en zijn dromen uit ziet komen. In mijn volgende boek realiseert die jongen zich dat hij het gemaakt heeft, maar hoe gaat hij daarmee om? Wat doen de jaren negentig, waarin iedereen het heeft over Cool Britannia, met een artiest die daar middenin zit?

‘Primal Scream is altijd blijven bestaan, maar ik heb veel vrienden verloren. Een vraag die ik in deel twee zal moeten beantwoorden is of dit het allemaal waard is geweest. Best gek eigenlijk: eerst wilde ik niet gaan schrijven. Ik wist niet dat ik het kon. Maar ik kreeg er lol in, dus praat ik nu al over een vervolgboek. Het houdt me allemaal zo bezig dat ik even geen idee heb hoe ik nu met Primal Scream verder moet. Moet er een nieuwe plaat komen, en zo ja, welke kant gaan we op? Eerst maar weer even wat geplande jubileumshows voor Screamadelica inhalen. Dan komt er vast weer wat inspiratie.’

Bobby Gillespie: Tenement Kid White Rabbit; 448 pagina’s; € 20,00.

Bobby Gillespie wordt 6 november geinterviewd op het Crossing Border Festival in Den Haag.

Memory Lane

Het publiceren van memoires is onder Britse popmuzikanten allang geen uitzondering meer. Maar de laatste jaren lijkt er een trend van de meerdelige autobiografie te ontstaan. Brett Anderson van Suede en Stepen Morris van New Orders zijn elk al toe aan een derde deel. Will Sergeants eerste autobiografische boek houdt op in 1980, als zijn Echo & The Bunnymen nog moet doorbreken. Ook generatiegenoot Bobby Gillespie kondigt een vervolg op Tenement Kid aan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden