column rutger pontzen

Na het Rembrandtjaar volgt het Anton Pieckjaar

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Tig tentoonstellingen, een heuse tv-serie, talloze boeken, een mobiel atelier, plus het rondreizende dubbelportret van Marten en Oopjen in legosteentjes. Knappe jongen die het afgelopen jaar niet heeft gemerkt dat Neerlands beroemdste kunstenaar precies 350 jaar geleden thuis in zijn bedje zijn laatste adem uitblies.  

Rembrandt van Rijn. Who else? 

De grootste, beste, bekendste schilder, etser en tekenaar die ons nederige moeraslandje heeft voortgebracht (hoewel hij in de omschrijving ‘bekendste’ inmiddels duchtige concurrentie ondervindt van Vincent van G.). Rembrandt, de oerschilder en alleskunner. De man van de brede kwaststreek en de dikke verf, van het verfijnde etslijntje en de grove krijtstrepen, van gepijnigde tronies en nadenkende gezichten, van miraculeuze Bijbelscènes en liefdevolle omhelzingen, marcherende operettesoldaten en opschrikkende staalmeesters.  

De man is van ons allemaal. 

Althans, zo werd hij niet alleen dit jaar, maar al halverwege de 19de eeuw in de markt gezet. Als de personificatie van wie wij zijn. Of wilden zijn. Bewoners van een land dat toen, een kleine twee eeuwen geleden, op zoek was naar een eigen identiteit. Want bevrijd van de Fransen, in de steek gelaten door de Belgen, met een nieuw koningshuis en nieuwe landgrenzen. 

Rembrandt dus, boegbeeld van een zwalkende natiestaat in ontwikkeling die wel iemand kon gebruiken die eenheid in dat zooitje kon brengen. 

Sindsdien staat de man symbool voor ons. Heeft hij ons verbonden, is het verhaal. Zoals alle Fransen zich graag identificeren met Napoleon, de Engelsen met Churchill of de Italianen met Garibaldi. Iemand op wie je niet lijkt, maar die je wel zou willen zijn. Wat niet alleen een kwestie is van identificatie, maar ook van vereenzelviging. En een ietsiepietsie commercie. Het Rijksmuseum hanteerde bij de amateurexpositie Lang Leve Rembrandt niet voor niets de slogan ‘Rembrandt is van en voor iedereen’. 

Blijft de vraag: klopt dat wel? En over welke Rembrandt van Rijn hebben we het eigenlijk? 

Er zijn er namelijk meerdere. De ambitieuze Rembrandt die zich op jonge leeftijd had voorgenomen Het Te Gaan Maken. De opportunistische Rembrandt die een rijk kunsthandelaarsnichtje trouwde. De liefdevolle Rembrandt die zijn zoon aandoenlijk portretteerde. De wraakbeluste Rembrandt die zijn maîtresse in het tuchthuis liet opsluiten. De eigenzinnige Rembrandt die zich niet aan de klassieke schilderregels hield. De spilzuchtige Rembrandt die uiteindelijk bankroet ging.

Als symbool van nationale eenheid zal de combinatie van al deze Rembrandts voor de meeste Nederlanders een brug te ver zijn, want te buitensporig en wispelturig. Je denkt bij zo’n temperamentvol kunstenaarsbeest toch eerder aan Grieken, Argentijnen of Spanjaarden dan aan nuchtere Hollanders, gezagsgetrouwe Zeeuwen of nukkige Friezen. En dan kom je al snel uit bij de ingetogenheid van Gerard Dou en Pieter de Hooch. Of de huiselijkheid van Anton Pieck, de schilderende Charles Dickens van De Lage Landen. Die is trouwens aanstaand voorjaar precies 125 jaar geleden geboren. 

Ik zie mogelijkheden.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden