100 jaar de Volkskrant5 november 1979

Na een paar dagen zouden de Amerikaanse gijzelaars wel weer worden vrijgelaten

Sander van Walsum

De Volkskrant was nog niet vertrouwd met de aard van het islamitisch extremisme toen ‘ruim 200 Mohammedaanse studenten’ op zondag 4 november 1979 de Amerikaanse ambassade in Teheran bezetten, en 63 mensen in gijzeling namen. Negen maanden na de vestiging van de islamitische republiek Iran genoot ‘geestelijk leider’ Ruhollah Khomeini weliswaar al enige tijd niet meer het voordeel van de twijfel, maar hij wekte toch verbazing met zijn steunbetuiging aan de gijzelnemers – die door ‘hemelse toorn’ over westers wangedrag zouden zijn geïnspireerd. De Volkskrant was er nog niet over uit wat nu precies de relatie was tussen de bezetters en Khomeini: handelden zij in diens opdracht, of wilden zij hem met hun actie aansporen tot nog meer vijandigheid jegens de Verenigde Staten – de ‘grote Satan’, in hun jargon? De Volkskrant sloot zelfs niet uit dat de gijzelnemers linkse stadsguerrillero’s waren, die de geestelijk leider met hun revolutionaire ijver mogelijk in verlegenheid hadden gebracht.

Uit de opvlammende anti-Amerikaanse retoriek van de opperste leider en diens oudste zoon, Ahmad, bleek daarvan echter niets. Nochtans oordeelde de Volkskrant ‘dat rationele afwegingen de Ayatollah niet geheel vreemd zijn’, en dat hij op een zeker moment toch tot een vergelijk met de Amerikanen zou willen komen. Met de mogelijkheid dat de gijzeling langer dan een paar dagen zou duren, hield de krant hoe dan ook geen rekening. ‘Gehoopt mag worden dat Washington en de Ayatollah elkaar in staat stellen enige stoom af te blazen alvorens weer over te gaan tot de orde van de dag.’

De gijzelnemers hadden de Amerikaanse president Jimmy Carter echter een positie opgedrongen die geen uitzicht bood op een bevredigende, laat staan een snelle oplossing van de crisis. Hun voornaamste eis – en voorwaarde voor de vrijlating van de gegijzelden – was dat de Amerikanen de verdreven sjah Mohammed Reza Pahlavi aan Iran zouden uitleveren. Daaraan konden de Amerikanen geen gehoor geven. De vroegere sjah mocht dan in een ziekenhuis in New York verblijven, waar hij een behandeling tegen lymfeklierkanker onderging, maar hij genoot in de VS niet de status van politiek banneling. ‘Uitlevering van een kankerpatiënt aan een executiepeloton in Teheran (de revolutionaire tribunalen van de Ayatollah hebben niets nagelaten om die indruk te bevestigen) zou neerkomen op politieke zelfmoord voor president Carter.’

Mogelijk tegen beter weten in, putte de Volkskrant hoop uit het aanbod van enkele islamitische landen en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO om tussen Iran en de VS te bemiddelen. Voor de Palestijnse leider Yasser Arafat, wiens relatie met Khomeini overigens nogal was bekoeld, was daarmee veel te winnen: na een succesvolle interventie zou hij niet langer door de Amerikanen kunnen worden genegeerd. Daar zou ook Khomeini baat bij hebben, want voor hem vertegenwoordigde Israël toch een groter kwaad dan de VS. ‘Verheffend is dat schouwspel overigens niet’, schreef de commentator. ‘Maar dat kan ook niet verwacht worden onder het regime van een geestelijke leider voor wie internationale verhoudingen teruggebracht moeten worden naar middeleeuwse roofridder-ideeën, compleet met gijzeling van elkaars afgezanten.’ De gijzelingscrisis zou 444 dagen duren.

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Reageren? 100jaar@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden