BoekrecensieKort

Na een moeizaam begin weet Gilles van der Loo te ontroeren

Casper Luckerhof

De nukkige weduwnaar Melchior Bastiaanse woont in een dorp vlak bij Amsterdam. De omgeving is allang niet meer wat die ooit was. Yuppen trekken binnen en verbouwen de huizen. Melchior ziet het verval van de wereld overal om zich heen. Totdat er op een dag een tienermoeder met haar dochter voor zijn deur staat. Melchior biedt de twee onderdak en raakt zijn pantser langzaam kwijt, waarna er ruimte ontstaat om een gebeurtenis uit het verleden onder ogen te komen.

Dorp, de derde roman van Gilles van der Loo (1973), begint moeizaam. Het proza voelt soms wat gekunsteld aan: ‘Een stille avond en een slechte nacht en een halve ochtend later regent het nog steeds.’ Ook wordt Melchior als personage overdreven horkerig opgevoerd. Maar Van der Loo weet te ontroeren als hij de relatie tussen de hoofdpersoon en zijn overleden echtgenote reconstrueert, en in het kielzog daarvan mediteert op de vergankelijkheid: ‘Hoe wreed is het voor mensen om zo oud te kunnen worden. Elk overlijden kapt een band af, tot ook de laatste doorgesneden wordt en de stompe tentakels van de overblijver in het niets reiken.’

Gilles van der Loo: Dorp. Van Oorschot; € 20.

null Beeld Van Oorschot
Beeld Van Oorschot
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden