Interview René van Meurs (32)

'Na een droomstart bij Comedytrain heb ik genoeg schijt over me heen gehad'

Comedian René van Meurs (32) Beeld Frank Ruiter

Comedian René van Meurs, genomineerd voor de Neerlands Hoop voor zijn show Ik beloof niks, heeft weer plezier in zijn vak. 'Het voelt alsof ik er sinds show drie weer toe doe. Ik besta weer.’

Veelbelovend of gearriveerd? 

‘Ik zie mezelf zeker niet als gearriveerd. Dan toch eerder als… een gearriveerde belofte, of zoiets. Vooropgesteld dat ik ontzettend blij ben met de nominatie voor de Neerlands Hoop, zag ik ’m echt niet meer aankomen. De VSCD-jury omschreef mijn derde voorstelling Ik beloof niks als ‘die welkome grote stap’ in mijn ontwikkeling.

‘Ik had me er een beetje bij neergelegd dat erkenning uit het werkveld altijd zou achterblijven bij erkenning van het publiek. En om de een of andere reden ging ik er ook van uit dat een voorstelling gerecenseerd zou moeten zijn om genomineerd te worden. Ik beloof niks is niet gerecenseerd door de schrijvende pers, terwijl ik ze wel had uitgenodigd. Zelfs na het drama met mijn tweede programma – laten we het daar meteen maar even over hebben.

‘Die show is afgeslacht in de Volkskrant. Eén ster, maar het was vooral de toon van de recensent die me raakte. Ik las ’m op mijn telefoon om half zes ’s ochtends, mijn toenmalige vriendin lag naast me te slapen. De eerste zin van die recensie was ‘René, hé René… wakker worden!’ Ik dacht daardoor dat ik het droomde en moest dus twee keer slikken. 

‘Ik heb twee jaar intens verdrietig getoerd, onder andere door die recensie; andere kranten waren ook niet positief. Elke avond ging ik doen waar ik ontzettend van houd, waar ik gelukkig van word, maar voordat ik het podium op kon was er elke dag – en dat is niet overdreven – een theaterdirecteur die over die recensie begon.’

Waardering van het publiek of van recensenten? 

‘Mijn trackrecord is dus niet héél goed bij de pers, maar vanaf mijn eerste avondvullende programma zitten de zalen vol. Afgelopen seizoen heb ik 75 shows gespeeld, waarvan er 73 uitverkocht waren. Het publiek heeft mij altijd weten te vinden. En toch: het oordeel van recensenten is wel degelijk belangrijk voor mij. Ik vind het bijna zielig van mezelf, zoveel waarde als ik eraan hecht, al denk ik dat iedere artiest gemeten wil worden langs een professionele lat.

‘Aan het eind van de tournee met mijn tweede programma had ik besloten te stoppen met avondvullend toeren. Het plezier was helemaal weg. Ik had blijkbaar niet genoeg ruggegraat. ‘Ik ben gewoon niet goed genoeg’, dat heb ik ook lang gedacht. Als al die kranten het schreven, dan zou het wel zo zijn.

‘Totale onzin, vond mijn impresariaat. ‘Je bent gek als je geen derde programma schrijft’, zei Edwin Wieringa – daar ben ik hem erkentelijk voor. ‘Ga nog één keer zitten, maak nog één programma waarin je alles van je afschrijft. Als het ’m dan niet is, kunnen we altijd nog praten.’

‘Heb je weleens gehoord van het Stuiterbal? Een soort Boekenbal voor Nederlandse en Vlaamse cabaretiers en stand-upcomedians in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Uit handen van Paul Haenen kreeg ik dat jaar de Theo Maassen Award, een door Paul verzonnen prijs voor de cabaretier die aan het begin van zijn carrière enorme tegenwind krijgt maar later uitgroeit tot een grote. Die kreeg ik dus in een schouwburg vol met mijn helden, met een staande ovatie. Dat deed me wel even goed.’

Comedyclub Toomler of het theater? 

‘Op dit moment kies ik voor het theater. Ik vind het fijn om in mijn eentje de verantwoordelijkheid te hebben voor een hele avond. Het blijft gek dat mensen in mei van dit jaar al kaartjes kopen voor mei volgend jaar, dat ze een jaar van tevoren zin hebben in iets wat nog niet bestaat.

‘Toomler heb ik de laatste tijd herontdekt als podium om nieuw materiaal uit te proberen, maar het is natuurlijk de plek waar ik het allermeest heb geleerd sinds ik er in 2007 auditie deed voor Comedytrain. Dat was een jaar na mijn eerste optreden, op het Griffioen Cabaret Festival. Een droomstart, inderdaad, maar ik heb daarna genoeg schijt over me heen gehad om die beginjaren te compenseren.’

Schipluiden of Amsterdam? 

Ik woon nu twee jaar in Amsterdam en voel me steeds meer thuis. Hiervoor zat ik in Delft, en tot mijn 24ste heb ik bij mijn ouders in Schipluiden gewoond. Ik kom daar nog steeds heel graag.

‘Mijn moeder is tandartsassistent, mijn vader was hoofd personeelsadministratie bij een groot bedrijf. Ze hebben nu twee of drie jaar geaccepteerd dat dit is wat ik doe. Het eerste ijkpunt waarop ze dachten, ‘oh, hij kan echt iets’, was toen ik in Toomler een dubbelprogramma speelde met Theo Maassen, hij drie kwartier en ik drie kwartier. Van tevoren had ik hem gevraagd of hij mijn ouders misschien een hand zou willen geven. ‘O’, zei Theo, ‘zit je op dat punt in je carrière?’

‘Ontbijten, boterhammen smeren, op de fiets naar het werk, werken, lunchen, werken, naar huis, krantje lezen, samen eten, samen afwassen, samen tv-kijken: zo zagen de dagen bij ons thuis eruit. Ik ben blij dat mijn ouders mij die structuur, regelmaat en discipline hebben meegegeven, ze zijn harde werkers, maar hoe de werkdag van een beginnende comedian eruitziet begrepen ze niet.

‘Voor hun gevoel werkte ik een kwartiertje per dag. ’s Avonds reed ik naar Amsterdam om een kwartiertje in Toomler te spelen, in het begin zelfs maar zes minuten. ‘Ga je voor zes minuten naar Amsterdam?’, was het dan. ‘En krijg je daarvoor betaald?’ Het antwoord was dan: ‘Eh, nee, nog niet, ik zit in mijn proefjaar bij Comedytrain.’ Zoiets is lastig uit te leggen. ‘Ik zou comedian een prima baan vinden als het van 9 tot 5 was’, heeft mijn moeder helemaal in het begin een keer gezegd. Sinds 2010 kan ik leven van wat ik doe.

‘Nu hebben ze er vrede mee. Ze hebben de strijd tegen de artistieke beroepen ook wel verloren, want mijn broertje André vliegt als dj en producer van latin house de hele wereld over om platen te draaien. Het heeft vast ook geholpen dat ik een huis en een auto heb betaald met geld van grapjes. De onzekerheid is omgeslagen in trots.’

Kleine frustraties of grote gevoelens? 

‘Uit kleine frustraties – in show twee ging het er uitgebreid over – kun je eindeloos herkenbare grapjes persen, maar ik zit nu in een periode van grote gevoelens.

Een van de dingen die spelen, is het snijvlak tussen alleen zijn en je eenzaam voelen. Ik voel me vaker eenzaam sinds het beter met me gaat, omdat het gat tussen een volle zaal en een leeg huis groter is. Mijn jeugd liep op rolletjes, er zit nul pijn of verdriet, maar omdat ik nooit problemen heb gekend, zoek ik ze nu misschien onbewust op. Vooral op liefdesgebied, mijn liefdesleven is al jaren één grote worsteling. Ik heb ontdekt dat ik goed ben in vierhonderd, vijfhonderd man anderhalf uur van me te laten houden, maar krijg het niet voor elkaar om één iemand voor langere tijd aan me te binden.’

Je eerste, je tweede of je derde voorstelling? 

‘De derde, Ik beloof niks. Met regisseur Laurens Krispijn de Boer lukte het om een persoonlijk en kwetsbaar programma te maken, een stap vooruit in plaats van een stap opzij, zoals ik mijn tweede voorstelling achteraf zie.

‘Het grootste plezier zat ’m in het feit dat ik een maand lang met Laurens in een klein hok had gerepeteerd, toen ging try-outen voor driehonderd man en ineens besefte: holy fuck, het is wél grappig. Een regisseur lacht nergens om, maar de reactie van de mensen in de zaal gaf meteen het vertrouwen terug dat ik kwijt was, een onwijze bak energie. Het is natuurlijk een raar mechanisme, dat je als comedian voortdurend naar bevestiging hengelt. Het voelt alsof ik er sinds show drie weer toe doe. Ik besta weer.’

Reprise Ik beloof niks vanaf 28/9, speellijst op renevanmeurs.nl.

Neerlands Hoop

René van Meurs is met Ik beloof niks genomineerd voor de Neerlands Hoop, de cabaretprijs die sinds 2003 elk jaar wordt uitgereikt aan een veelbelovende theatermaker door de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD). De andere genomineerden zijn Johan Fretz met De zachtmoedige radicaal, Martijn Kardol met BangStefano Keizers met Erg heel en Rundfunk met Wachstumsschmerzen. De winnaar wordt bekendgemaakt op maandag 1 oktober in het Haagse theater Diligentia, samen met die van de Poelifinario in de categorieën entertainment, engagement en kleinkunst.

CV René van Meurs
1985 geboren in Schipluiden
2006 eerste optreden, wint publieksprijs Griffioen Cabaret Festival
2006-2008 lid van collectief Op Sterk Water
2007 diploma hbo facility management
2007 treedt toe tot comedygezelschap Comedytrain
2012 wint jury- en publieksprijs bij cabaretfestival Cameretten
2013 eerste avondvullende voorstelling Voor de storm
2015 tweede voorstelling Even goede vrienden
2015-2017 onelinershow Padoem Patsss (BNN-Vara)
2018 nominatie Neerlands Hoop (‘prijs voor die veelbelovende theatermaker met het grootste toekomstperspectief’) voor zijn derde voorstelling Ik beloof niks
René van Meurs woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden