Filmtheater Focus in Arnhem

ReportageDe heropening van filmtheater Focus

Na drie maanden voelt een bezoek aan mijn filmhuis als een vreemde reis naar het onbekende

Filmtheater Focus in ArnhemBeeld Natascha Libbert

Na maanden van huis-tuin-en keukenquarantaine mag filmrecensent Kevin Toma eindelijk weer eens naar zijn vaste filmhuis. Hoe blij is hij, en waar gaat hij zitten?

De trap van Focus, het enige filmtheater in Arnhem, schijnt een van de geliefdste fotolocaties van de binnenstad te zijn. Nergens vind je zo’n mooi uitzicht op de Eusebiuskerk als vanaf de lichte houten trap die het theatergebouw doormidden snijdt, precies waar vroeger de Torensteeg liep. Het grote venster bovenaan de treden omlijst de kerk haast als een bioscoopscherm. Als ik hier naar de film ga, moet ik altijd even naar die ranke toren kijken, voordat ik de zaal induik. 

De trap vraagt nu zelf om aandacht. De treden zijn beplakt met blauwe pijltjes; aan de ene kant van de leuning mag je alleen naar boven lopen, en aan de andere kant alleen naar beneden. De trap van Focus is door corona in een tweerichtingsweg veranderd.

Ik voel me thuis in Focus, waar ik sinds jaar en dag vaste bezoeker ben, het halve personeel ken en ook graag een hapje eet of een biertje drink. Enkele van mijn dierbaarste filmervaringen had ik hier. Mijn lievelingsfilm Stalker (1979) heb ik, als ik er over nadenk, drie keer op groot doek gezien – en alle drie de keren in Focus. Daarom ben ik erg blij dat het Arnhemse theater, dat net als alle andere Nederlandse bioscopen en filmtheaters op 16 maart tijdelijk de deuren moest sluiten, sinds 1 juni weer open is. Eindelijk is er ook in Arnhem, mijn stad, weer een podium voor kwetsbare en bijzondere films uit alle windstreken.

Focus Beeld Natascha Libbert

Maar wat betekent het eigenlijk, om tijdens een pandemie een filmpje te pakken in je favoriete filmtheater? Ik heb geen idee hoe kil of knus het in Focus zal zijn, nu er veiligheidshalve maximaal dertig mensen in een zaal mogen. Zal ik schrikken van gekuch achter me? Of is de hernieuwde kennismaking met het grote doek zo weldadig dat ik alle coronabeslommeringen meteen weer vergeet?

Om erachter te komen besluit ik op de dag van de heropening naar Focus te gaan. Ik regel een kaartje voor de avondvoorstelling van La vérité, de nieuwe film van Hirokazu Kore-eda, met Catherine Deneuve en Juliette Binoche. Precies zoals ik dat al zo vaak heb gedaan. Maar zo vanzelfsprekend vind ik het nu allemaal niet. Na drie maanden huis-tuin-en-keukenquarantaine voelt een bezoek aan mijn film-clubhuis als een vreemde reis naar het onbekende. 

‘Er is natuurlijk een en ander veranderd’, zegt Ralph Dassen, directeur van Focus. ‘Het kan vervreemdend zijn als je binnenkomt en op de vloer stickers ziet die aangeven waar je mag staan en hoe je moet lopen, of dat spatschermen je uit de buurt van de kassa houden. Maar we proberen alles wel zo vriendelijk en uitnodigend mogelijk te maken.’

Dat is waar ieder filmtheater nu mee worstelt: hoe weer je het coronavirus, zonder het gastvrije karakter te verliezen? De Nederlandse filmtheaters en bioscopen dienen zich aan een hele reeks veiligheidsvoorschriften te houden, willen ze kunnen openen voor publiek. Maar daarmee moet niet ook alle sfeer om zeep worden geholpen.

Kaartjes reserveren, dat gaat voorlopig niet meer in Focus; tickets zijn alleen online te koop. Via de website kun je kiezen waar je wilt zitten. ‘Bij andere filmtheaters kun je alleen aan de kassa je stoel selecteren, maar wij denken dat er daarmee al snel flinke wachtrijen voor de kassa ontstaan’, zegt programmeur Thomas Fransman. Normaal gesproken ga ik voor een plek precies in het midden, maar nu ben ik opgelucht dat ik een stoel aan het rechteruiteinde van rij vier heb kunnen bemachtigen. Het lijkt me nogal benauwend om midden in de zaal te zitten en niet meteen weg te kunnen als in je buurt onbedaarlijk wordt geproest. Of als je zelf een hoestaanval krijgt.

George Clooney tussen de bezoekers in Focus. Beeld Natascha Libbert

In het pinksterweekend heb ik veel last van hooikoorts. Kom ik met rode ogen en een snotneus Focus wel binnen? Gelukkig valt het maandagavond allemaal mee. Wanneer ik via internet een kaartje koop en het in Focus laat scheuren, dien ik aan te geven dat ik geen verkoudheidsverschijnselen heb. Maar de kaartjescontroleur, een van de bijna negentig vrijwilligers op wie Focus drijft, voert ter plekke geen checkgesprek. Ze vertrouwt erop dat ik het bord met controlevragen heb gelezen en niet valsspeel als ik doorloop. ‘Wees lief voor elkaar’ is óók een van de adviezen die overal opduiken in Focus, dat nu een hartje in het logo draagt en officieus ‘Focus 1.5’ heet.

Dat het ‘nieuwe’ Focus bij mijn bezoek spookachtig leeg voelt, is de bedoeling. De films die in de avond draaien, van The Lighthouse tot Das Vorspiel, zijn zo geprogrammeerd dat ze niet gelijktijdig beginnen en aflopen. De bezoekers van de zes zalen lopen elkaar dus niet tegen het lijf. Bovendien zijn alle zalen aangepast aan de anderhalvemetersamenleving. Programmeur Fransman: ‘Normaal gesproken kunnen er, als je alle zalen bij elkaar optelt, 317 filmbezoekers in het pand aanwezig zijn. Nu mogen we daarvan nog niet eens eenderde toelaten.’ 

Beeld Natascha Libbert

Focus gaat nooit meer halen wat er voor 2020 aan inkomsten was begroot, zegt directeur Dassen. ‘Gelukkig hebben we een heel succesvol jaar achter de rug, en loopt de gemeentelijke subsidie gewoon door. Bovendien heeft het Filmfonds onlangs geld gekregen om als noodsteun onder de filmtheaters te verdelen, en daar gaan ook wij een aanvraag voor doen. Met die steun houden we deze aanpak langer vol.’

Op de maandagmiddag dartelden meisjes rond in vrolijke anderhalvemeterhoepelrokken. ’s Avonds kom ik in Focus alleen wat medewerkers en desinfectiezuilen tegen. Voortdurend speur ik naar aanpassingen en dingen die hetzelfde zijn gebleven. Handen wassen verplicht’, staat er op de deur van het toilet. De bar is een provisorische drive thru geworden: op de vloer loopt een spoor van blauwe kruisjes in Focus-huisstijl, die eerst langs de bestelbalie leidt en dan naar de kassa. De afstand tussen de kruisjes is 1,5 meter, zodat iedereen precies weet (of zou moeten weten) waar hij in de rij mag staan.

De grootste verandering heeft de zaal ondergaan. Zaal 1, waar La vérité wordt vertoond, telt 128 stoelen. Daarvan mogen er nu maar dertig worden bezet. Over de overige stoelen hangen goudkleurige lintjes, die feestelijk afsteken bij het blauwe pluche en je bij aankomst in de zaal opvallend optimistisch tegemoet fonkelen. ‘Eerst hadden we ze in strikken om de stoelen gebonden, als cadeautjes voor de volhardende bezoeker’, vertelt hoofd marketing Carla Nent. ‘Alleen kreeg je dan een zaal met 98 cadeautjes die niet uitgepakt mogen worden.’ 

En dan zijn er nog de uitgeknipte filmsterren die bij gebrek aan echte gasten op sommige verboden stoelen zijn geplant en zo voor wat menselijk reliëf moeten zorgen. George Clooney zie ik, en Omar Sy; ook Juliette Binoche is aanwezig, alsof ze de première van haar eigen film komt bijwonen. Of het echt gezellig is om samen met zo’n kartonnen filmpubliek naar de film te kijken, valt nog te bezien. 

Langzaam loopt de zaal ‘vol’: met 26 bezoekers is de voorstelling van La vérité bijna uitverkocht. De meeste bezoekers komen met z’n tweeën. Een vrouw zegt dat ze óók in mijn rij zit, en ik wend me halfslachtig van haar af als ze op 20 centimeter afstand langs me schuifelt. Dat moet ik de volgende keer echt beter doen. De persoon achter me maakt een selfie met The Dude uit The Big Lebowski. ‘Onze eerste film na corona’, zeggen vooraan een moeder en dochter tegen elkaar. 

Zo ziet een gevulde filmzaal er nu dus uit: dertig mensen die hun weg zoeken in deze surrealistische toestand. Dertig lichamen ook, die in ieder geval voor het oog op gezonde afstand van elkaar zitten. Ik voel me veilig, ook wanneer ik vlakbij me iemand flink hoor niezen. Het zal wel hooikoorts zijn.

Zodra La vérité begint en Catherine Deneuve haar eerste van vele sigaretten rookt, ben ik mijn omgeving vrijwel vergeten. Onwillekeurig verbaas ik me wel over het gedrag van de filmpersonages: de acteurs zitten knus op een kluitje aan tafel, zoenen en dansen alsof er niets aan de hand is. Dat effect hadden films ook al op me toen de lockdown in werking was getreden, en raakte net wat afgezwakt. Nu wordt al die fysieke zorgeloosheid toch weer uitvergroot op het witte doek. Het stelt me gerust dat ik meer bezig ben met het gebrek aan social distancing van de filmpersonages dan met de mensen die daadwerkelijk om me heen zitten.

Sterker nog, ik voel hun aanwezigheid bijna niet. En dat is toch een gemis. Een collectieve filmervaring schuilt er op dit moment vooral in dat je samen, voor het eerst sinds een eeuwigheid, naar de film gaat. De energie die normaal gesproken in een volle, geconcentreerde zaal kan ontstaan, de sensatie dat iedereen met hetzelfde paar ogen kijkt, dat alles blijft nu uit. Tenminste, voor zover ik dat aan de hand van één filmvoorstelling kan zeggen. Het is vast ook een kwestie van wennen en aanpassen, denk ik als ik na afloop de zaal uitloop en voor de zekerheid toch nog maar eens mijn handen was.

Vaste Focus-bezoeker Monique Spoorenberg (55) is in elk geval tevreden. ‘Het is wel een heel vreemde gewaarwording, zo’n zaal vol afgezette stoelen, maar ik voelde me toch welkom.’ Ze vraagt zich af of het verstandig is om de cafés, bioscopen en terrassen nu al open te gooien. ‘Maar tijdens de film dacht ik daar helemaal niet meer over na.’ Haar partner Wilfred Jacobson (66) is het daarmee eens. ‘Je wordt dan toch helemaal in beslag genomen.’

José van Tilburg (58) is ook heel blij dat ze weer met haar filmmaatje naar Focus kon, al zaten ze rijen uit elkaars buurt. ‘Ik had van tevoren zo mijn bedenkingen, omdat je binnen veel vatbaarder schijnt te zijn dan buiten. Maar ik heb toch alle vertrouwen dat hier alles goed geregeld is. Alleen die lintjes, die vind ik helemaal niks. Die blijven je de hele tijd inpeperen dat dit allemaal echt gebeurt.’

Tijd om naar huis te gaan. Het is niet de bedoeling dat mensen na afloop van de film nog blijven hangen in het filmtheater. Het restaurant is al dicht, de terrastafels zijn opgeruimd, de parasols dichtgeklapt. Ik dwaal alweer in mijn eigen gedachten – zal ik binnenkort opnieuw naar de film gaan, of toch nog even niet? – wanneer de vrouw achter de kassa me naroept. ‘Kevin! Je moet naar de kapper, ik herkende je helemaal niet!’

Optimale luchtbehandeling

Focus Filmtheater werd in 1973 opgericht als Filmhuis Arnhem. Tot 2018 was het theater gehuisvest in de voormalige korenbeurs van Arnhem, een monumentaal maar veel te krap pand midden in de uitgaansdrukte. In 2018 trok Focus naar het op maat gemaakte, ruime gebouw aan het Audrey Hepburnplein. Een van de dingen die in dat nieuwe pand niet aan de coronasituatie hoefden te worden aangepast, was het ventilatiesysteem: dat blaast de luchtstroom per zaal meteen naar buiten, en dus niet van de ene zaal naar de andere. ‘We waren behoorlijk opgelucht toen we onze verhuurder, de gemeente Arnhem, ons verzekerde dat we altijd al de optimale luchtbehandeling hadden’, aldus programmeur Thomas Fransman.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden