interview

Na dertig jaar trouwe dienst mag actrice Esther Scheldwacht eindelijk oogsten

Na een toneelcar­rière van dertig jaar treedt Esther Scheldwacht toe tot het vaste ensemble van Het Nationale Theater. Vooral de laatste jaren speelde ze de ene prachtrol na de andere. ‘In die zin ben ik meer een diesel, het duurt even voordat ik er ben.’

Esther Scheldwacht: ‘Ik ben altijd al getriggerd geweest door mensen die net buiten de boot vallen, die nergens echt bij horen.’ Beeld Ivo van der Bent
Esther Scheldwacht: ‘Ik ben altijd al getriggerd geweest door mensen die net buiten de boot vallen, die nergens echt bij horen.’Beeld Ivo van der Bent

Esther Scheldwacht was 12 jaar oud toen ze haar eerste voorstelling maakte. Op de lagere school in Den Haag was ze een verlegen meisje met één grote passie: theater. Op vrijdagmiddag mochten ze met de klas altijd stukjes opvoeren, iets met smurfen of een playbackshow. Ze vond dat zo leuk dat ze een paar kinderen ronselde, achter het fietsenhok ging repeteren en daarna in de klas optrad. Ze wilde spelen, ze wilde verhalen vertellen. Dat ging door op de middelbare school: in het eindexamenjaar vroeg ze de rector of ze de aula mocht gebruiken om daar haar toneelstuk Gezocht roze bril te maken. Dat door haar zelf geschreven stuk ging over een suïcidaal kind. Niet dat ze zelf depressief was, maar ze voelde wel de weltschmerz die veel pubers af en toe eigen is.

Verhalen vertellen, dat doet Esther Scheldwacht (53) nog steeds. Voornamelijk als actrice, maar steeds vaker als schrijver. Zo ging vorige week de voorstelling Lichter dan ik naar de roman van Dido Michielsen in première, waarvan zij de bewerking maakte en waarin ze ook speelt. Ze werkte ervoor samen met regisseur Olivier Diepenhorst.

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Eerder dit jaar was ze te zien in De eeuw van mijn moeder van Eric de Vroedt bij Het Nationale Theater, een rol waarin haar acteertalent zich met volle kracht openbaarde. Ze speelde daarin de Indische moeder van een Nederlandse kunstenaar en laveerde subliem tussen hysterie en berusting, irritant en liefdevol. Je zou dus gerust kunnen stellen dat deze actrice op dit moment in haar oogstjaren is beland.

‘Zo voelt het wel een beetje ja, alsof het mij na al die jaren opeens gegund is. Intussen speel ik al dertig jaar, soms veel, dan weer op een laag pitje. Voor mij is het nooit het eerste belang geweest of het een grote of kleine rol was. Natuurlijk is het heerlijk om een grote rol te kunnen spelen, te laten zien dat ik dat ook kan. Maar deel uitmaken van een groter verband, samen vertellen, vind ik vooropstaan.’

Zoals in Lichter dan ik, het vergeten verhaal van de njai, de Indonesische meisjes en vrouwen die tijdens de koloniale bezetting huishoudster en bijvrouw van Nederlandse mannen werden. De kinderen die daaruit voortkwamen werden soms geadopteerd, maar ook in weeshuizen ondergebracht. Scheldwacht las het boek en wist meteen: dit moet het theater in. Producent Korthals Stuurman had haar intussen gevraagd of ze een nieuwe toneelbewerking van Max Havelaar wilde maken, maar die opdracht ruilde ze na enig aandringen bij de producent in voor Lichter dan ik.

‘Ik was best gevleid dat ze mij voor het bewerken van Max Havelaar vroegen, maar ik dacht wel: waarom ik? Dat boek is zo veelomvattend en vooral vanuit het mannelijk perspectief geschreven. Er zit maar één vrouwelijk personage in en dat is niet eens interessant. Lichter dan ik is juist een urgent verhaal over een onderbelichte geschiedenis. In onze voorstelling zijn drie Indische vrouwen de norm. Het doel is niet een feministisch statement af te geven, maar het is wel fantastisch dat dit in deze tijd kan. Vijf jaar terug had geen producent het aangedurfd.’

 Actrice Esther Scheldwacht in de Schouwburg Den Haag. Beeld Ivo van der Bent
Actrice Esther Scheldwacht in de Schouwburg Den Haag.Beeld Ivo van der Bent

De ouders van Scheldwacht waren 12 en 15 jaar oud toen ze in 1951 in Nederland kwamen wonen. Hun gezinnen verlieten de jonge republiek Indonesië en vestigden zich zoals velen in Den Haag. Haar vader ging bij de PTT werken en had ook in de avond baantjes om het gezin te kunnen onderhouden, haar moeder zorgde voor de drie kinderen. In haar herinnering verkeerde het gezin Scheldwacht niet in sferen van Couperus en uitgebreide rijsttafels, Indië was niet alom aanwezig.

‘Mijn ouders kwamen allebei uit een grote familie, dus dat Indische was er wel, maar het werd niet als zodanig benoemd. Mijn moeder was vooral op aanpassen gericht. Tijdens de Molukse acties en de treinkaping wilde ze zich daarvan meteen distantiëren. ‘Wij zijn geen Molukkers’, zei ze, op het angstige af. Het was voor haar belangrijk om dat aan iedereen te laten weten.’

Op de toneelschool had Scheldwacht weinig last van haar afkomst, behalve dat een medestudent een keer ‘jij met je pinda-hoofd’ tegen haar zei. Wel probeerde ze altijd aardig te zijn: als ze een sinaasappel deelde ging het grootste stuk altijd naar een ander, als ze iets moest vertellen zorgde ze ervoor daar altijd een beetje bij te lachen. In die zin was ze een pleaser, maar als actrice zorgde ze ervoor dat ze niet alleen maar dat Indische meisje mocht spelen. Na de toneelschool liet ze zich bewust niet inschrijven bij castingbureaus omdat ze niet in het vakje ‘actrice met Aziatisch uiterlijk’ terecht wilde komen.

‘Ik liet ook geen castingfoto’s maken, om te voorkomen dat ik alleen maar op grond van mijn afkomst gecast zou worden. Maar dat was niet de enige reden: ik vond mijzelf in die tijd niet knap en eigenlijk vind ik dat nog steeds. Ik ging ervan uit dat je als actrice en als vrouw toch vooral knap moest zijn, hoe kwalijk dat ook is. Ik ben niet iemand die meteen gezien wordt, in die zin ben ik meer een diesel, het duurt even voordat ik er ben. Ik heb daar zelf geen moeite mee, want ik heb een heleboel andere leuke dingen: ik ben charmant, je kunt best met mij lachen en ik kan dingen goed opschrijven.‘

Meteen na de toneelschool kon ze aan de slag bij het Ro Theater in Rotterdam, waar destijds Peter de Baan artistiek leider was. Na hem zwaaiden daar uiteenlopende theatermakers als Koos Terpstra, Alize Zandwijk en Guy Cassiers de scepter. Vooral Alize Zandwijk is voor haar ontwikkeling belangrijk geweest. ‘Bij Alize ging het nooit over mooi of perfect, dat vond ik verfrissend. Alles kon en mocht bij haar, en soms sloeg ze de plank ook volledig mis. Nou en? Zij was echt een lefgozer met een geheel eigen signatuur. Zo iemand mis ik in het theaterlandschap van nu.’

Bij het Ro Theater speelde ze tal van rollen, zoals de wellustige Marianne in Molières Tartuffe. Zij en haar tegenspeler Stefan de Walle werden verliefd op elkaar. Het resulteerde in een relatie van 25 jaar, twee mooie zonen, maar vijf jaar terug was er een scheiding. Intussen is Scheldwacht alweer ruim vier jaar samen met acteur Kees Hulst (69). Ook zij werden verliefd in het theater, toen ze in Hoe mooi alles, een voorstelling over Leo en Tineke Vroman, speelden. ‘Kennelijk is het nogal gevaarlijk om mijn tegenspeler te zijn, ik val nu eenmaal op talent. Gelukkig vind ik niet veel mensen zo goed, dat is mijn redding, haha. Toen Kees en ik verliefd werden, had dat helaas grote consequenties, want we waren allebei gebonden. Ondanks alles zijn we nu heel gelukkig samen.‘

Actrice Esther Scheldwacht en Kees Hulst in de Schouwburg Den Haag. Beeld Ivo van der Bent
Actrice Esther Scheldwacht en Kees Hulst in de Schouwburg Den Haag.Beeld Ivo van der Bent

Toen Scheldwacht jonge kinderen had, heeft ze haar vaste dienstverband opgezegd en is ze gaan freelancen. Dat betekende dat ze af en toe ook een tijdje afwezig was. Soms wilde ze iets helemaal zelf maken. Bijvoorbeeld De Sunshine Show uit 2013. Een solovoorstelling waarin ze een Thaise ladyboy speelde en daarin de tragiek van leven tussen man en vrouw in aangrijpend verbeeldde. Ze kon dat project aan de straatstenen niet kwijt, maar zette door. Totdat er uiteindelijk een beetje geld kwam en een kleine producent erin geloofde. Het werd een van haar beste voorstellingen.

‘Het plan voor De Sunshine Show is begonnen toen ik in Hollands Spoor bij Het Nationale Toneel een Indische vrouw speelde. Omdat ik het niet zo interessant vond om alleen een oud Indisch dametje te zijn, vroeg ik aan regisseur Johan Doesburg of ik dan maar meteen heel Azië mocht doen. Dat mocht en ik heb toen allerlei Aziatische types bedacht, onder wie een Filipijnse oppas en een Thaise ladyboy. Met dat personage in mijn hoofd ben ik later mijn eigen voorstelling gaan maken.

‘Ik ben altijd al getriggerd geweest door mensen die net buiten de boot vallen, die nergens echt bij horen. Zoals ook die ladyboys en de hele seksindustrie die daar omheen hangt. Dat is denk ik begonnen toen ik 23 was en voor het eerst Indonesië bezocht. Ik logeerde bij mijn tante Doortje in Jakarta. We reden door de stad en toen zei ze ineens: ‘Kijk daar in die steeg, zie je dat? O, zo zielig, dat zijn allemaal hoertjes, ze zijn man maar zien eruit als vrouw, en daarom worden ze straks in elkaar geslagen.’ Dat is me altijd bijgebleven. Verder had ik een oom die vaak op vakantie naar Thailand ging en daar het nachtleven in dook. Hij vertelde daar openlijk over en ik hing aan zijn lippen.’

Dat Scheldwacht zo langzamerhand een vaste waarde is in het Nederlandse theater, heeft ertoe geleid dat ze volgend jaar toetreedt tot het ensemble van Het Nationale Theater. Eervol, vindt ze, en ook wel een beetje terecht, want ze is in Den Haag al jarenlang vaste gastspeler. Voor die tijd speelt ze nog Polina in De meeuw van Tsjechov bij Toneelgroep Maastricht . ‘Een rol die meestal wordt geschrapt, en juist daarom vind ik dat spannend’. Ze doet ook nog mee aan de herneming van De eeuw van mijn moeder. ‘Ja, daarin ben ik dus die Indische moeder, maar ik ben niet bang dat ik dan voor altijd getypecast zal zijn. Die angst heb ik intussen wel overwonnen’.

Esther Scheldwacht begon haar carrière op het schoolplein. Dat plein is nu het grote toneelpodium geworden. Haar wereld, een schouwtoneel.

Lichter dan ik toert momenteel door het land: korthalsstuurman.nl. De eeuw van mijn moeder wordt in september 2022 hernomen. hnt.nl

Ander werk

Esther Scheldwacht regisseert af en toe ook, zoals bij de Stichting Eigen Werk Theaterteam waar ze vier jaar geleden de voorstelling Lastige Ouders maakte, over het hebben van gehandicapte kinderen. En binnenkort begint ze daar aan Sombere Kinderen over kinderen met een depressie. Daarnaast werkt ze ook al geruime tijd samen met Tamara Bos aan een script met als basis Shakespeares Romeo en Julia. Als inspreker van luisterboeken las ze onder meer Hindergroen van Martine Bijl voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden