De Keuzen van P.F. Thomése

Na de dood van zijn moeder heeft schrijver P.F. Thomése de roman Vaderliefde geschreven

Beeld Frank Ruiter

P.F. Thomése (61) heeft de vele sterke verhalen van zijn familie vastgelegd in zijn nieuwe roman Vaderliefde.

Bij leven of na de dood?

‘Toen mijn moeder begin vorig jaar overleed, begon ik als vanzelf aan dit boek. Ik ruimde haar huis leeg en vond allerlei interessante documenten, waar ik iets mee moest doen. Het was alsof één windvlaag alles kon wegvagen. Ik voelde een enorme schrijfdrang om dingen vast te leggen, nu het nog kon.

‘Ik kon dit boek pas schrijven nu mijn ouders allebei weg zijn. Mijn moeder was als de dood voor mijn nietsontziende pen. Ze wilde vooral niet dat ik uit de school zou klappen over de familie. Je gaat toch niet, zei ze dan, opschrijven dat mijn vader een dronkenlap was? Ze was panisch voor gezichtsverlies, juist omdat ze zichzelf niet hoog had. Daarom liet ik haar uit mijn boeken. Of ik gebruikte haar karaktertrekken op een manier dat ze het niet doorhad.

‘Mijn vader kwam al vaak in mijn boeken voor, onder meer in Zuidland, Schaduwkind en De onderwaterzwemmer. Dat komt doordat hij doodging toen ik 21 was. Ik heb nooit tijd gehad om hem te leren kennen - dat raadselachtige heeft me altijd getrokken. Aan de andere kant had je mijn moeder die er altijd was. Zij werd pas raadselachtig toen ze dood was.’

Vader of moeder?

‘Ik vond het best wel grof om, als je moeder net gestorven is, een boek te publiceren dat Vaderliefde heet. Maar het is niet anders. Ik ben een vaderskind. Het is oneerlijk, maar vaders hebben door hun afstandelijkheid en afwezigheid meer kans om uit te groeien tot een personage. Net zoals een onbereikbare liefde sterker is voor een verhaal.

‘Op de rand van mijn bed vertelde mijn vader mij vroeger allerlei sterke verhalen over zijn leven, die al dan niet waargebeurd waren. Bijvoorbeeld over hoe hij een uit het nest gevallen eekhoorntje naar huis nam en tam maakte. Ik ken zijn jeugd beter dan die van mezelf door al die verhalen. Dat mysterieuze leven van hem heeft mij mede tot schrijven gezet. Er moet toch meer zijn, dacht ik, dan mijn eigen saaie, middelmatige bestaantje.

‘Ik schijn veel milder te zijn dan vroeger, maar ik oordeel nog steeds een aantal keer hard over mijn moeder in het boek. Zo schrijf ik dat ik niets voelde bij haar dood. En dat zij liever zweeg dan iets vertelde. Ik kende haar helemaal niet goed. Dat was ook een reden om het boek te schrijven. Mijn ouders waren vreemden voor mij, in zekere zin.’

Familieroman of familiegeschiedenis?

‘Er staat geen ‘roman’ op de kaft en ik heb nauwelijks iets verzonnen in dit boek, maar ik noem Vaderliefde toch zonder aarzeling een familieroman. Een geschiedenis beschrijft een feitelijke werkelijkheid, een roman is gericht op een innerlijke werkelijkheid. Ik ken geen ander genre waarin de zielenroerselen van mensen zo overtuigend worden gevat.

‘Als Geert Mak de geschiedenis beschrijft, moeten de feiten kloppen. Als ik over mijn familie schrijf, is het aan mij of het klopt. Al geldt voor een roman ook wel dat je op je vingers getikt kunt worden vanwege de feitelijkheden. Zo heb ik weleens wat zaken verbeterd in een nieuwe druk van De weldoener, een roman over een componist, nadat een muziekkenner me op enkele onnauwkeurigheden had gewezen. Een roman moet wel geloofwaardig zijn.’

Met of zonder streepje op de e?

‘De accent aigu in Thomése is een historische vrijpostigheid geweest van mijn overgrootvader, de generaal, die zijn bastaardenafkomst wilde opwaarderen. Hij begon zijn naam zo te schrijven. Maar als ik naar de burgerlijke stand kijk, zie ik het streepje nergens, op mijn paspoort staat gewoon Thomese. Mijn oudste zusje schrijft haar naam zonder accent. Die houdt zich aan de feiten. Maar ik ben een schrijver, ik mag mijn naam verzinnen.

‘Binnen de familie is er altijd mysterieus gedaan over onze stamboom. We zouden van adel zijn, afstammen van hugenoten, maar dat is allemaal verzonnen. Ik heb het spoor teruggevolgd naar een huisschilder die een bastaardzoon was. Daar loopt het dood. Mijn vader vermoedde wel dat de stamboom niet helemaal klopte. Hij had er plezier in om de bastaardafkomst ter sprake te brengen. Om de familie op de kast te jagen.’

Goed of fout?

‘Ik was altijd bang dat mijn vader fout was in de oorlog, omdat hij als rechtenstudent in 1943 de loyaliteitsverklaring heeft getekend en daarmee de wetten van de bezetter onderschreef. Meer dan 80 procent van de studenten weigerde te tekenen. Ik vond het zodanig belastend dat ik dacht: ik wil er niet te veel van weten.

‘Ik was erg opgelucht toen ik in het huis van mijn moeder een mapje tegenkwam met daarop geschreven ‘B.S. etc.’, wat stond voor Binnenlandse Strijdkrachten, de groep die werd gevormd van alle losse verzetsgroepen in 1944 toen Nederland bijna bevrijd was. Mijn moeder had er later op het mapje nog bijgeschreven: ‘Frits 40-45’.

‘Er zat onder meer een handleiding in hoe je stenguns moest demonteren. En een stencil over hoe je wapens van Duitse makelij moest gebruiken. Mijn vader beroofde in de duinen de bunkers van de Atlantikwall, waar springstoffen en wapens lagen. Als je werd betrapt, werd je standrechtelijk geëxecuteerd. Hij heeft met de dood op de hielen geleefd.

‘Hij bleek ook een maand in een dwangarbeiderskamp te hebben gezeten, de hel van Rees werd dat genoemd. Hij is ontvlucht en teruggelopen naar Haarlem, in elf dagen. Later dacht ik: waarom heeft hij over al die zaken nooit verteld? Het was te erg voor woorden, denk ik, te vernederend. Niemand die in een kamp zat, vertelt daar graag over. Dat geldt ook voor het verzet: het lijkt wel stoer, maar je staat natuurlijk doodsangsten uit.’

Famileroman of familiegeschiedenis? (2)

‘Je hebt de beroemde uitspraak van Gerard Reve: ‘Waar gebeurd is geen excuus.’ Ik merkte 25 jaar geleden al dat veel schrijvers met huilverhalen de media bespeelden. Daarmee kregen die boeken een gevoeligheid toegedicht die ze helemaal niet hadden. Ik heb dat toen een keer in een essay opgeschreven en dat heeft kennelijk diepe indruk gemaakt, want ik krijg die boomerang nog steeds terug in mijn gezicht als ik iets autobiografisch schrijf.

‘Ik ben niet per se tegen autobiografische boeken, ik schrijf ze zelf immers ook, maar als een schrijver het autobiografische gebruikt als argument voor de kwaliteit vind ik dat vervelend. Bijvoorbeeld: het boek is de moeite waard want ik ben misbruikt in mijn jeugd, net als de hoofdpersoon. Met Schaduwkind kwam ik ook in een emo-industrie terecht, waar ik me zeer ongemakkelijk bij voelde. Och, zei men, wat erg voor die vent dat zijn kind is gestorven.’

Pluim of Prometheus?

‘Mijn vorige roman, Ik, J. Kessels, was het eerste boek dat bij Pluim uitkwam, de uitgeverij die Mizzi van der Pluijm heeft opgericht toen zij Atlas Contact verliet. De hele gang van zaken rond de exodus van Atlas Contact en het oprichten van Pluim heeft zich voor mij in een wervelwind voltrokken. Ik ben erin meegesleurd en was het eens met Mizzi dat een uitgever zelfstandig moet zijn. Maar Pluim is een kleine uitgeverij en ik heb niet goed nagedacht wat dat precies betekende.

‘Bij Pluim dachten ze: Ik, J. Kessels wordt vanzelf wel een succes. Het is mijn slechtst renderende titel geworden, er zijn maar een stuk of drieduizend van verkocht. Terwijl die J. Kessels-reeks een behoorlijk grote volgerschare heeft en dit boek van de drie misschien wel het beste is. Ik kreeg ook genoeg aandacht in de pers. Maar dan moet de uitgever het nog verkopen aan de boekhandel. Schrijvers denken vaak: ik heb zo’n fijne redacteur die mijn boeken zo goed begrijpt. Terwijl de verkopers op de uitgever veel belangrijker zijn.

‘De hele affaire is pijnlijk geweest omdat Mizzi sinds Schaduwkind mijn uitgever is geweest; ik heb haar heel hoog zitten. Maar ik wilde niet halfslachtig blijven zitten bij Pluim of lafjes terugkeren bij Atlas Contact. Bij Prometheus kon ik opnieuw beginnen. Het boek is daar nu heel mooi uitgegeven. Als je ergens nieuw bent, doen ze nu eenmaal meer hun best voor je.’

Onthullen of verhullen?

‘Als schrijver ben ik meedogenloos en leg ik graag zaken bloot. Maar in de literatuur bestaat het effect: onthullen door te verhullen. Door te suggereren maar niet te zeggen, onthul je vaak meer dan door de platte feitenreeks te debiteren. De lezer moet de onthulling zelf afmaken. Lezen is een creatieve bezigheid, vandaar dat niet iedereen het kan. Een roman lezen betekent dat je een tekst tot leven brengt met je eigen gevoelens, gedachten en associaties. Als je dat allemaal niet meeneemt, is er niets aan. Dan is het boek één ster waard, voor je eigen ongevoeligheid. Het boek kan nooit beter zijn dan de lezer.’

P.F. Thomése: Vaderliefde

Prometheus; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden