Na de bevrijding

Ad van Liempt neemt niet de oorlog zelf, maar de jaren 1945-1950 als uitgangspunt voor een verrassende draai aan de Nederlandse geschiedenis

De ergste jaren uit de vaderlandse geschiedenis waren de jaren van de Duitse bezetting. Daarover bestaat weinig verschil van mening. Ad van Liempt probeert aannemelijk te maken dat de daarop volgende vijf jaar een bijna net zo zware beproeving was. Zwaarder dus dan bijvoorbeeld de crisisjaren dertig. Het is een prikkelende stelling, waarvoor Van Liempt een karrevracht aan bewijsmateriaal aandraagt in zijn nieuwe boek Na de bevrijding.

Het idee om de jaren 1945-1950 te waarderen als een op zichzelf staande - en inderdaad zeer bewogen - episode is verfrissend. De tijd om het beeld scherper te stellen dan de vage noties 'wederopbouw' en 'herrijzend Nederland' is zo langzamerhand wel gekomen. Dat geldt in het bijzonder voor het identificeren van de grote olifant in de kamer: de koloniale oorlog in Indonesië.

Voor Van Liempt is die bittere strijd de molensteen om de nek van de bestuurders die alle plannen voor vernieuwing en voorspoed deed vastlopen. Opnieuw een gewaagde stelling die hem ertoe brengt het - steeds als geïsoleerde kwestie beschreven - Indonesische conflict te betrekken op de strijd om de ontwrichting, het gebrek aan eerste levensbehoeften en de woningnood te boven te komen.

Naast de - inmiddels digitaal doorzoekbare - Officiële Bescheiden betreffende de Nederlands-Indonesische betrekkingen 1945-1950 (15.000 pagina's met alle bewegingen van onderhandelaars, diplomaten en politici) kon Van Liempt gebruikmaken van biografieën van hoofdrolspelers als generaal Spoor en premier Beel, dagboeken van soldaten en van onderzoek dat zijn televisiecollega's van Andere Tijden in de loop der jaren hebben gedaan. Van dat programma was de journalist en historicus Van Liempt (64) de oprichter en drijvende kracht.

De meeste van zijn boeken gaan over de Tweede Wereldoorlog en meer in het bijzonder over de collaboratie en de jacht op Joden. In Na de bevrijding besteedt Van Liempt veel aandacht aan de chaotische internering van 130 duizend 'politieke delinquenten' en de berechting van zware en minder zware oorlogsmisdadigers.

De aanpak in Na de Bevrijding doet denken aan de bioscoopjournaals uit die tijd. De gebeurtenissen (te beginnen met Dolle Dinsdag, 5 september 1944) worden in korte, elkaar snel opvolgende scènes opgediend. Zo houdt Van Liempt niet alleen de vaart erin, maar wisselt hij de zware kost met wat lichtere anekdotes.

Zo is er de grootscheepse fraude bij de Elfstedentocht van 8 februari 1947, waarbij wedstrijdrijders hele stukken achter op de fiets of in een auto volbrachten. Ruim aandacht is er voor het vraagstuk van de stopperspil: het Nederlands voetbalelftal dacht het wel zonder te kunnen stellen, hetgeen een smadelijke nederlaag van 8-2 tegen de Engelsen tot gevolg had. Van Liempt maakt melding van de grote ophef die De Avonden van Gerard Reve en de grote tentoonstelling van Cobra in het conservatief-moralistische culturele wereldje teweegbrachten.

Veel vermaak biedt de meester-vervalser Han van Meegeren en het Oranje-gevoel bloeit op met de koningin van de Olympische Spelen van 1948, Fanny Blankers-Koen. Ook de walvisjager Willem Barentsz wordt niet vergeten, de eerste tocht naar de Zuidzee bracht 764 walvissen op. En dan zijn er de Canadezen, eind november 1945 nog steeds 70 duizend. Volgens Van Liempt werkte hun aanwezigheid 'buitengewoon ontwrichtend op de hormonen van vele duizenden Nederlandse vrouwen en meisjes'. Berekeningen komen uit op meer dan 300 duizend 'vrijpartijen met zevenduizend kinderen als resultaat.

Op 18 april 1947 schreef minister van Financiën Piet Lieftinck een geheime brief aan zijn collega's, waarin hij uitlegde dat het land afstevende op een faillissement. Het leger in Indië kostte drie miljoen gulden per dag. Twee jaar later was de troepenmacht nog groter, zo'n 125 duizend man, en dus nog veel duurder. Van Liempt schrijft: 'Er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken dat de wederopbouw van het la

nd aanzienlijk sneller en beter had kunnen verlopen als de achtereenvolgende kabinetten hun prioriteit bij de verbetering van beschadigde en de bouw van nieuwe huizen hadden gelegd, in plaats van bij het leger in Indië.'

Toch stond 62 procent van de bevolking achter de koloniale oorlog, en was niet meer dan 19 procent tegen. Noch de elite, noch het volk liet tot zich doordringen dat de Indonesiërs werkelijk onafhankelijk wilden worden en zeker niet meer bestuurd wilden worden door de Nederlanders, die in 1942 de Japanners niet buiten de deur hadden weten te houden. In plaats daarvan koesterde men de illusie dat een verovering van Yogyakarta, de 'pesthaard' van verzet en de hoofdstad van de Republiek van Soekarno, volstond om de lakens te kunnen blijven uitdelen.

In werkelijkheid had Nederland de hele internationale gemeenschap, de Veiligheidsraad en zijn belangrijkste weldoener Amerika tegen zich. In 1949 was de soevereiniteitsoverdracht door die druk op Nederland onvermijdelijk geworden.

Door de nadruk op Indonesië blijft bij Van Liempt de duurzame verschuiving in de politieke verhoudingen na 1945 onderbelicht. Het midden schoof op naar links. Eerst onder de vernieuwer Schermerhorn, en vervolgens onder de sociaal-democraat Drees. De Partij van de Arbeid en de vakcentrale NVV waren niet meer weg te denken uit het centrum van de macht. Gematigd links profiteerde daarbij van de sterke positie van de communisten en de linkse Eenheidsvakcentrale tot 1948.

De bemoeienis van de overheid met de arbeidsverhoudingen en de industrialisatie was groot. Dat grote plannen, zoals het bouwwerk van productschappen en bedrijfsschappen dat in 1950 werd opgetrokken als 'publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie', later in schoonheid zouden sterven, nam niet weg dat de naoorlogse verhoudingen blijvend veranderd waren. De jaren dertig van Colijn waren anno 1949 een echo uit een ver verleden geworden.

ZEVEN DELEN

In persoonlijke getuigenissen en indringende archiefbeelden komen de jaren 1945-1950 tot leven in een tv-serie van zeven delen, naar een idee van Ad van Liempt. Eindredactrice van de NTR-serie Na de bevrijding is Marja Ros, die vorig jaar veel kijkers trok met De Gouden Eeuw. Het verhaal van de terugkeer uit de kampen, de moeizame wederopbouw, de schaarste aan eerste levensbehoeften, de Marshallhulp, de koloniale oorlog in Nederlands-Indië en de Koude Oorlog. Vanaf 31 januari om 21.05 uur op Nederland 2. Bij elke aflevering verschijnt via nadebevrijding.nl een speciale XL-versie in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Deze onlineversie verschaft kijkers toegang tot alle filmbeelden, muziek, foto's en kranten uit de serie.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden