Na Bachs Matthäus-Passion buigt Reinbert de Leeuw zich over het kleinere broertje

Concert (klassiek) - De Johannes volgens Reinbert

De Johannes volgens Reinbert is een samengaan van barokke klankkleuren en een eigentijdse, hoogstpersoonlijke lezing van De Leeuw. De uitvoering wijkt flink af van wat barokspecialisten en musicologen voor verantwoord houden.

Reinbert de Leeuw na afloop van de Johannes-Passion in het Muziekgebouw aan 'tIJ in Amsterdam. Foto Wouter Jansen

Al zijn hele leven spant Reinbert de Leeuw zich in voor de grote, maar niet altijd even toegankelijke muziekvernieuwers van de 20ste en late 19de eeuw. Schönberg, Boulez, Ligeti, Liszt (zijn late werken), Satie: allen hebben (postuum) baat gehad bij de pr van de onvermoeibare dirigent en pianist, die zijn eigen componistencarrière voor hen opgaf.

De Johannes volgens Reinbert

Klassiek

J.S. Bachs Johannes-Passion door het Nederlands Kamerkoor & Holland Baroque o.l.v. Reinbert de Leeuw. 11/3, Muziekgebouw aan 't IJ, A'dam. Tournee t/m 18/3.

Matthäus-Passion

Toch associeert het grote publiek hem tegenwoordig met een componist die helemaal geen extra zetje nodig heeft. Twee jaar geleden dirigeerde hij Bachs Matthäus-Passion bij het Nederlands Kamerkoor en Holland Baroque. De Leeuw gaf college bij De Wereld Draait Door en televisiekijkend Nederland viel als een blok voor hem. Het gevolg: uitverkochte zalen en kerken. De cineast Cherry Duyns maakte een documentaire over de Bach-bekering. Ook de dvd daarvan werd een hit.

Deze maand buigt De Leeuw zich met hetzelfde koor en hetzelfde ensemble over de Johannes-Passion (1724), het kleinere, maar oudere broertje van de Matthäus. Hij dirigeerde het stuk niet eerder. Hij hoorde het zelfs nooit in een concert.

Zondagavond in het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam merkte je al aan de eerste inzet dat de uitvoering in veel opzichten zou afwijken van wat barokspecialisten en musicologen voor verantwoord houden. De hoboisten leken verrast door het dubbeltempo in Herr, unser Herscher, en dat terwijl het openingskoor volgens ingewijden een dag eerder in de Groningse Oosterpoort nóg sneller werd gespeeld. Onmogelijk dat de violisten en koorzangers die zestiende nootjes allemaal konden raken, maar ja: Reinberts Will gescheh.

Orkestrale versterking

Nog zoiets: het slotkoraal, Ach Herr, lass dein lieb Engelein, wordt juist onwerkbaar langzaam ingezet. Het koor begint a capella en het lijkt alsof de zangers zich naakt en bekeken voelen: ineens doemt een vibrato op dat we de voorgaande twee uur niet hebben gehoord, alsof het koor een Brahms-lied verkent. Bij het b-deel (Alsdenn vom Tod erwecke mich) komt de orkestrale versterking alsnog.

Het Nederlands Kamerkoor zingt de koralen gloedvol. Prachtig hoe alles stroomt in In meines Herzens Grunde. Maar de dissonanten - zowel in de tekst als in Bachs noten - worden er ook wat door bedekt. Die wringende samenklank in Wer hat dich so geschlagen (schlááá, au au!) moet wel zeer doen.

De Johannes volgens Reinbert is, kortom, een hybride: een samengaan van barokke klankkleuren en een eigentijdse, hoogstpersoonlijke lezing waarin de schoonheid het vaak wint van de retoriek. Een uitvoering met de intensiteit van een bevlogen amateurvereniging, maar dan gespeeld door goede professionals - en dat alles onder leiding van een sjamaan van bijna 80 die we zo graag eren.

Geen onverdeeld succes

Als evangelist was de IJslander Benedikt Kristjánsson aangetrokken. Twee jaar geleden zong de tenor ook in de Matthäussen. Dat was geen onverdeeld succes. Zijn heldere, zachtaardige tenorstem was niet het probleem, dat hij continu in de jammerstand bleef staan wel: hij reduceerde zijn partij destijds tot die van de geschokte, verbijsterde verteller die het zo op een huilen zou kunnen zetten.

In de Johannes koos de tenor wijselijk voor een wat afstandelijkere houding. In de Johannes wordt een Jezus verheerlijkt die geen twijfel kent; daarbij past geen pathetiek. Dat voor de Christus-partij Andreas Wolf gecast was (een stralende bas-bariton, vocaal supe-rieur), was dan ook de best mogelijke keuze.

En De Leeuw? Hoewel hij fragiel is (je ziet zijn ruggegraat door zijn jasje heen als hij vooroverbuigt), veert hij driftig heen en weer op zijn dirigentenkruk als hij de passage leidt waarin het volk roept om een kruisiging. Als de laatste noot heeft geklonken, steekt hij geen hand in de lucht om het applaus uit te stellen. Stoïcijns smakt hij zijn partituur dicht. Rij 9 is in tranen.


Passietips

Wat voor passies zijn er deze periode zoal te horen?

Bij de Nederlandse Bachvereniging neemt Jos van Veldhoven afscheid als artistiek leider - dit wordt zijn laatste Matthäus bij dat ensemble (vanaf 17/3 in Groningen).

Ton Koopman leidt dat stuk bij het Concertgebouworkest (23 en 25/3, Amsterdam) en buigt zich met zijn eigen Amsterdam Baroque Orchestra over de Johannes (14 en 16/3 in Rotterdam en Utrecht).

Bij het Noord Nederlands Orkest dirigeert Reinhard Goebel de Matthäus in een Friese vertaling (vanaf 22/3 in Leeuwarden).

Als passie-alternatief buigt het jonge rebellencollectief Pynarello zich over Haydns Sieben letzten Worte. De muziek wordt afgewisseld met teksten van Franca Treur (vanaf 27/3 in Eindhoven).

Concerto Copenhagen komt langs met Händels Brockes-Passion (30/3, Amsterdam).