Essay

Na 50 jaar is Histoire de Melody Nelson nog altijd een inspirerend album

50 jaar geleden verscheen Serge Gainsbourgs conceptalbum Histoire de Melody Nelson. Nog altijd is de plaat invloedrijk. Opmerkelijk, want aanvankelijk sloeg de plaat van amper 30 minuten niet aan.

Jane Birkin op de hoes van Histoire de Melody Nelson Beeld
Jane Birkin op de hoes van Histoire de Melody Nelson

Oude man rijdt in Rolls-Royce een tienermeisje aan, en praatzingt erover op een plaat bomvol strijkers, een enorm koor en een rockband. Vijftig jaar later is die plaat van Serge Gainsbourg nog steeds een toetssteen en bron van inspiratie.

Het begint met de bas, in openingsnummer Melody. Het patroon is lui, het klinkt alsof er aan elastiek wordt getrokken. De drums vallen in: boem, klap, boem-boem-klap. Een basaal, loom funkritme. En dan meldt zich de gruizige gitaar, kringelend als rook. Het lome ritme houdt de boel bij elkaar. De bassist lijkt zijn snaren vooral te masseren, de gitaar koert als een duif op zolder. Een Franse stem, dicht op de microfoon, een roker zo te horen, begint te praatzingen. Het is de stem van een man in een Rolls Royce, die door een ruwe buurt rijdt. De man overziet zijn leven, zit er zo te horen een beetje doorheen.

‘Merde’, scheldt de man ineens. Een botsing! Harde strijkers vallen binnen, die langs een Arabische toonladder glijden. Alsof een donkere wolk ineens voor de zon schuift. Dit gaat niet goed aflopen. De man in de Rolls blijkt iemand te hebben aangereden; een roodharig, popperig meisje op de fiets. Haar rokje is omhoog geschoven, als de man uitstapt en vraagt hoe ze heet. In onmiskenbaar Brits accent zegt ze: ‘Melody. Melody Nelson.’

Dit is de ruim zeven minuten durende ouverture van Histoire de Melody Nelson. Het is een conceptalbum, alle nummers gaan over hetzelfde thema, de gedoemde liefde tussen Melody en de man in de Rolls. Het verschijnt op 24 maart 1971 en is gemaakt door de Franse zanger, songschrijver en schandaalperslieveling Serge Gainsbourg (1928-1991). Hij levert vooral het concept, de muziek wordt grotendeels geschreven en geproduceerd door zijn 27-jarige arrangeur en pianist Jean-Claude Vannier. De vriendin van Gainsbourg, de bijna twintig jaar jongere, Engelse actrice Jane Birkin, speelt de rol van Melody Nelson. Met haar scoort Serge in 1969 een gigantische wereldhit met Je t’aime… moi non plus, moeder aller hijgplaten. Hier is ze de muze en naamgever. Melody is een verbastering van haar tweede naam Mallory. Achternaam Nelson is een verwijzing naar de Britse admiraal Horatio Nelson, een held van Birkins vader.

Serge Gainsbourg in 1980 Beeld Getty Images
Serge Gainsbourg in 1980Beeld Getty Images

‘Het album moest romantisch van geest worden, dramatisch en expressief in de uitvoering. Theatraal, met veel botsende geluidseffecten’, aldus Jean-Claude Vannier in een Franse tv-show, jaren later. Hij en Gainsbourg hadden samen eerder filmsoundtracks geschreven, er lagen voor dit album hooguit een handvol muzikale schetsen. ‘We waren vrij van voorbeelden, zonder invloeden van buiten.’

De recensies zijn in 1971 welwillend, maar de verkoopcijfers (nog geen 20.000 stuks) teleurstellend ten opzichte van het megasucces van Je t’aime. Pas vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw zal het album de erkenning krijgen die het verdient.

‘Het is de plaat die mijn leven op z’n kop heeft gezet. Alle zekerheden die ik had over het schrijven en produceren van muziek, werden stuk geslagen’, aldus Geoff Barrow van Portishead, de Britse groep die aan wieg stond van de mysterieuze, donkere triphop, in het Franse muziekblad Les Inrockuptibles.

‘Alles wat ik maak, probeer ik te laten klinken als ‘Histoire de Melody Nelson’. Niet dat ik ook maar in de buurt ben gekomen’, zegt Alex Turner, zanger van Arctic Monkeys en de romantische supergroep Last Shadow Puppets, in weekblad Humo. ‘Die plaat is voor mij de perfecte muzikale weergave van verlangen en de donkere kant van de mannelijke geest’, zei Thomas Azier, een Nederlandse zanger met een voorkeur voor theatraliteit en decadentie in zijn eigen muziek, in 2018 in deze krant. Ook collega’s als de Nederlandse rockzanger Blaudzun, de Amerikaanse singer-songwriter Beck en de Vlaamse dansrockband Balthazar zijn gegrepen door het album.

De aantrekkingskracht van de opmerkelijk korte plaat, nog geen half uur, zit ‘m enerzijds in het afwijkende geluid; zo vrij en jazzy klonk een rocktrio, de band bestond uit ervaren studiomuzikanten, plus strijkers en koor niet eerder. Een statige wals (Valse de Melody) wordt afgewisseld met harde funk (En Melody) en lange, uitgesmeerde filmische stukken met koorzang (Cargo Culte). Nummers duren meer dan zeven minuten, of zijn voorbij voor je ’t weet. Overdadige muziek wordt afgewisseld met meer pastorale momenten, ter verhoging van de spanning.

Je snapt gelijk dat met name producers van triphop, de Britse, onheilszwangere elektronische muziekstijl die opkwam rond 1994, gelijk verliefd werden op de meeknikritmes. En op de op onverwachte momenten voorbij waaiende strijkers, de ploppende bas. Gelijk sfeer, spanning en drama. Zijn het eerst de samples, later worden de belangrijkste elementen van Histoire ook ingezet door rockbands; de verrassingsviolen, de dwingende bas, de koerende gitaar en het aanzwellende, 70-koppige koor. Voor extra expressiviteit, broeierigheid en contrast. Precies zoals het vijftig jaar geleden ook was bedoeld.

Lolita

Muzikaal is Histoire tijdloos gebleken, maar je kunt je afvragen of dat ook voor het thema geldt. Valt er anno nu, na #MeToo, Epstein en Weinstein wel iets te vieren als je weet dat de teksten in essentie gaan over de verregaande aantrekkingskracht van een roodharige tiener op een oudere heer? Dan moet de bron van de songteksten er ook bijgehaald worden, de roman Lolita van Vladimir Nabokov uit 1955, over een getroebleerde, oudere professor die een seksuele relatie krijgt met zijn 12-jarige stiefdochter. De roman is nog altijd controversieel, er zijn uitgebreide handleidingen geschreven hoe les te geven over dit boek. Dat geldt nauwelijks voor Histoire. In vrijwel alle biografieën over Serge, en boeken over de plaat is het thema ondergeschikt aan de muzikale invulling. En hoewel lolita’s eerder opdoken in Gainsbourgs songteksten, mag geconcludeerd worden dat het Serge eerder te doen was om heftige reacties op zijn werk dan om de promotie van ongelijkwaardige relaties. Met sardonisch genoegen las hij het vlammende, afwijzende commentaar op Je t’aime… moi non plus in de krant van het Vaticaan, en grinnikte hij om de boycot van de single door de BBC. Komt nog bij dat het verhaal van Histoire een paar surrealistische afslagen neemt die afbreuk doen aan de geloofwaardigheid. Zo wordt het vliegtuig van Melody, die ziek van heimwee de relatie verbreekt en naar huis keert, neergehaald door een sekte op Nieuw-Guinea die grote zilveren vogels in de lucht als goden zien. Let wel: Melody was op weg van Frankrijk naar Sunderland in Engeland. En vanaf het tweede liedje praatzingt Gainsbourg over Melody in de verleden tijd – is ze bij de botsing in de ouverture al overleden? Is dit het echt leven, of slechts een fantasie? Dat daar geen antwoord op te geven is, maakt Histoire blijvend intrigerend.

Voorlopers, invloeden
en navolgers

Preludes

Arrangeur Vannier mag dan gezegd hebben dat hij en Gainsbourg vrij waren van invloeden van buiten, dat wil niet zeggen dat er geen referenties en voorlopers waren. Rond 1971 verschenen meer pop-conceptalbums (zoals Tommy van The Who), maar de allereerste was Frank Sinatra’s In the Wee Small Hours of the Morning uit 1955. Liedjes over liefdes die gedoemd zijn, geruggesteund door een fors strijkorkest. Een favoriet album van Gainsbourg. Over Sinatra gesproken, dochter Nancy maakte met producer/zanger Lee Hazlewood een duettenreeks waarin seksuele spanning, surrealisme en een dik pak strijkers samenkomen. De sfeer van single Some Velvet Morning uit 1966 schurkt dicht tegen Histoire aan. Geldt ook ook voor Songs of Innocence, het album uit 1968 van producer David Axelrod. Zware strijkers zitten onder dansbare grooves van een rocktrio. ‘Nooit eerder van gehoord’, claimt Vannier. Niet onwaarschijnlijk, wel verbluffend toevallig.

Samples

Legendarisch hiphoptrio De La Soul bijt in 1991 het spits af en sampelt als eerste de stuwende drums en bas uit En Melody, in het nummer Not over till the Fat Lady plays the Demo. Ze rollen zo de loper uit voor andere hiphopartiesten, zoals Beatnuts en Princess Superstar, om elementen van diverse Histoire nummers over te nemen. Ook triphop-vaandeldrager Portishead doet dat, in de remix die de band maakt voor Massive Attacks Karmacoma (1994), een gelijkgestemde groep. Het gruizige gitaartje en de rubberen bas, plus de open, dreigende productie passen prima bij de gerapte tekst over een ongelijkwaardige relatie.

De Amerikaanse zanger/gitarist Beck maakte in 2002 met Sea Change een heel album over zijn scheiding, en gebruikte daarvoor opnieuw de strijkers, drums en baslijnen van Histoire. Niet alleen als sample, zijn hele plaat is doordesemd van de sfeer van Gainsbourgs album. ‘Ik wilde een plaat maken die was geïnspireerd door Melody Nelson, maar uiteindelijk klonk alles precies hetzelfde. Dat hebben we toen maar zo gelaten’, lachte Beck in een Frans interview.

Navolgers

De lijst van artiesten die zich hoorbaar lieten inspireren door Melody Nelson is lang. Van Belgische dansbands als Balthazar en Daan, tot Gainsbourgs landgenoten van Air en Octave Noir, tot bejubelde Amerikaanse alternatieve rockartiesten als Angel Olsen en Beach House. De inzet van de vijf elementen van Histoire (bas, funkritme, strijkers, fluisterzang, koor) is bij hen vergelijkbaar. Om de verrassing te vergroten, zoals de rol van de strijkers in New Love Cassette van Angel Olsen uit 2019, waarin ze ook hoog zingt als Birkin. Om de dramatiek aan te zetten, wat koor en strijkers doen in Fireproof van Daan uit 2002. Plopbas en koor maken de sfeer in Phone Number (2019) van de Vlaamse festivalafsluiter Balthazar juist broeieriger. Andere voorbeelden; verrassingsviolen en zuchtzang in het lang uitgesmeerde Cologne Cerrone Houdini (2008) van de Britse zangeres Goldfrapp, en de vrij schaamteloze rip-off The Gambling Priest (2011) van de Italiaanse producer Daniele Luppi en Amerikaanse dj Danger Mouse op hun album Rome: strijkers, ritme, bas, koor, helemaal Histoire. Alleen de spaghetti-westerngitaar is er zelf bij bedacht.

Reclamedeuntje

Gainsbourg leende voor zijn liedjes soms melodieën van klassieke componisten als Chopin en Dvořák, maar citeerde ook graag uit eigen werk. Zo dook de melodie van ‘Je t’aime… moi non plus’ vijf jaar eerder op in zijn filmmuziek voor ‘Les Coeurs Verts’. ‘Valse de Melody’ beleefde drie jaar voor de release van het album al haar première in een reclamefilmpje voor Martini.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden