Na 30 jaar aan de crack brengt Peter Perrett een wonderschone plaat uit

Een jaar of dertig bracht hij met zijn echtgenote gedrogeerd door. Nu is rocker Peter Perrett clean en is er een nieuwe plaat. Een ode aan zijn vrouw.

Peter Perett. Beeld Alexander Coggin

Voor iemand die meer dan dertig jaar verslaafd is geweest aan heroïne en crack, ziet Peter Perrett er best goed uit. De 65-jarige rockmuzikant die de Noord-Londense pub binnenstapt, oogt kwiek en praat in heldere, weloverwogen zinnen. Het is wennen, zo'n ontmoeting met de buitenlandse pers. De afgelopen decennia heeft hij pogingen ondernomen om de draad die hij als popmuzikant in 1981 losliet, weer op te pakken. 'Maar toen was ik er mentaal nooit echt bij. Het voelt nu zelfs alsof ik debuteer. Mijn nieuwe plaat is de eerste die ik volledig nuchter heb opgenomen.'

How the West Was Won, Perretts net verschenen soloplaat, is een wonderschoon liedjesalbum. In de melancholieke gitaarsongs zingt Perrett beheerster dan eind jaren zeventig in zijn roemruchte band The Only Ones. Hij neemt alle ruimte voor zijn fraaie, romantische teksten waarin net als vroeger liefdeslyriek, ironische observaties en zwartgallige overpeinzingen elkaar afwisselen.

Hij was met zijn band The Only Ones eind jaren zeventig zeer geliefd. Meer onder popcritici dan bij het grote publiek, maar The Only Ones maakte met bijvoorbeeld Magazine, The Cure en The Fall deel uit van een golf aan post-punkbands. In de hoogtijdagen van deze 'new wave' bracht de band drie albums uit: The Only Ones (1978), Even Serpents Shine (1979) en Baby's Got a Gun (1980).

Platen die geprezen werden om hun melodische kracht, het pregnante aan Lou Reed refererende stemgeluid en de zwart-romantische, sardonische teksten van Perrett. Het beroemdst, zeker in meer recente jaren, werd het liedje Another Girl Another Planet (1978). Hoewel destijds geen grote hit, is het mede door gebruik in diverse commercials uitgegroeid tot een heuse Britse popklassieker.

Sinds een jaar of vijf is Perrett clean. 'Op een gegeven moment weet je: als ik nu doorga dan houdt alles echt op. Toen mijn vrouw ernstig ziek werd en zij voor de keuze stond, doorgaan en sterven of stoppen, gooiden we ons leven definitief om.'

Ze leven al 46 jaar samen, Peter Perrett en Zena Kakoulli. Zij was aanvankelijk zijn manager. In 1982 trokken ze zich terug uit de muziek. 'We kozen voor een bestaan in onze verbeelding. Ik wil daar niet zielig of dramatisch over doen. We hadden het echt mooi samen.' Geld verdienden ze door het verhandelen van drugs.

In dat huishouden groeiden twee kinderen op, hun zonen Jamie en Peter Jr., nu dertigers en ook professioneel muzikant. Ging dat wel, twee zwaarverslaafde ouders die hun kinderen moesten opvoeden? 'Ze waren erg bijdehand en vroegwijs', zegt Perrett. Hij bekent dat jeugdzorg de oudste een paar maanden uit huis had gehaald. 'Maar toch hebben we wel iets goeds gedaan, denk ik, want ze zijn prima ontwikkeld, gezond opgegroeid en spelen nu in mijn band.'

Een blauwe maandag maakten Jamie (gitaar) en Peter Jr. (bas) deel uit van Babyshambles, de band van Pete Doherty, ook een notoir druggebruiker. Perrett: 'Ik had het idee dat Pete meer op mijn drugs uit was dan dat hij interesse had in mijn muziek.'

Een prioriteit waar Perrett zich in herkent. 'Ik was altijd al een jongetje dat zich heel obsessief op één ding stortte. Het is óf muziek óf drugs. Vanaf 1982, toen The Only Ones implodeerden, werden het drugs. Er kwamen een paar momenten dat ik eruit leek te komen, maar dat was schijn.'

Zo maakte hij in 1996 een 'mislukte comeback' als The One. In 2007 stelden zijn oude bandleden een reünie voor. 'Daar stonden ze ineens. Ik deed volkomen high de deur open en zag mijn oude strijdmakkers staan. Had ze in jaren niet gezien. Of ik er weer bij wilde komen. Er was een festival dat veel geld bood.'

Perrett zei ja, maar bleek lang niet fit genoeg. 'We speelden een jaartje samen, maar ik gebruikte nog en zong slecht. Ik had ook niets meer met die andere jongens. We probeerden nog wat nieuwe liedjes in de studio, maar iedere dynamiek ontbrak. Na de tourverplichtingen kroop ik weer snel terug in mijn vertrouwde schulp.'

Niet voor lang. 'Decennialang hadden Zena en ik een beetje op bed gezeten, volledig verstopt in onze eigen gedrogeerde fantasieën. Dat was mooi, echt. Maar op een gegeven moment voelde het toch alsof het eind van de reis naderde. De dood kwam in zicht. Zena werd ziek, de gedachte dat ik alleen verder moest was onverdraaglijk.'

Het besluit af te kicken was snel genomen, en het lukte. 'Mijn vrouw gebruikt op doktersadvies nog methadon, ik ben helemaal clean. Rook al vijf jaar zelfs geen sigaret meer.' De ene obsessie kon vanaf 2015 plaats maken voor die andere. 'Ik ben als een gek liedjes gaan schrijven. Ik haalde mijn zoons erbij, want dat leek me makkelijker dan audities houden en we gingen aan de slag.'

Het resultaat, het album How the West Was Won, opent met een ode aan Lou Reed, naast Bob Dylan Perretts grootste idool. De gitaarriff van dit titelnummer leende hij van Reeds Sweet Jane. De tekst waarin Perrett zijn liefde voor Kim Kardashian betuigt, doet meteen al gniffelen: 'I would have stared at her all day long without ever wanting to see her from the front/God knows I love America.'

Maar op de plaat klinkt vooral Perretts liefde voor zijn vrouw door. In An Epic Story: 'If I could live my whole life again/I'd choose you every time.' Ook in C Voyeurger onderstreept hij dat nog maar eens: 'There is no point living in the world without her love.'

Perrett: 'Alle inspiratie komt nog steeds uit mijn beperkte leventje, dat ik heel lang heb gehad. Ik kan gewoon geen ideeën van anderen erbij hebben. Ik heb sinds 1980 geen boek meer ingekeken, gewoon omdat mijn hoofd al vol genoeg is. Alles komt hieruit', zegt hij wijzend naar zijn hoofd.

Bob Dylan 

Jarenlang luisterde Peter Perrett weinig naar muziek, maar er waren wel teksten van Bob Dylan waaraan hij zich kon vastklampen. 'Ruimte voor muziek en boeken was er eigenlijk niet in mijn hoofd. Maar in een nieuwe Dylan had ik altijd interesse.' Neem die regel uit Brownsville Girl van Knocked Out Loaded (1987): 'Strange how people who suffer together have stronger connections than people who are most content...' Is dat niet fraai en waar tegelijk?'

'Ik weet nu wat ik nodig heb. Als er een ding is veranderd sinds ik Another Girl, Another Planet zong, dan is het dat ik nu iets heb om voor te blijven leven. 'I always flirt with death. I'll get killed but I don't care about it', zong ik toen. Dat is veranderd: het interesseert me nu wel. Ik wil niet dood. Ik geef me volledig aan de muziek. En aan Zena.'

Peter Perrett: How The West Was Won. Domino/V2.


De drie mooiste liedjes van The Only Ones.

Another Girl, Another Planet (1978)

Een van de sterktse popsongs uit de jaren na de punkexplosie. Het werd vreemd genoeg geen grote hit, maar komt voor op elke behoorlijke punkrockcompilatie. Het liedje vond in 2006 een nieuw publiek toen het door Vodafone werd ingezet voor een reclamecampagne.

The Beast (1978)

Een van de eerste liedjes van Perrett dat volgens hem volledig over heroïne gaat. Afkomstig van het titelloze eerste album van de band zette het ook een andere traditie in gang. Volgens Perrett moest kant één van elke plaat altijd afsluiten met een mooi slepend, episch gitaarnummer. De traditie zet hij voort op zijn nieuwe plaat met het nummer Living In My Head.

The Big Sleep (1980)

Het laatste liedje van de eerste plaatkant van Baby's Got a Gun, het derde Only Ones-album. Ook zo'n slepende melodie waarop de stem van Perrett het best gedijt. 'I don't ever want to sleep again, now that I've found love', zingt hij. Het liedje was een beetje ambigu, zegt hij nu. Die liefde betrof zijn Zena, maar ook heroïne. 'Gelukkig hoefde ik lang niet te kiezen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden