Review

Mysterieus, fonkelend en mateloos fascinerend

Zo mooi is tentoonstelling Jheronimus Bosch

De mens deugt niet en maakt er een puinhoop van. En tsjonge, wat genoot Jheronimus Bosch daarvan, blijkt op de tentoonstelling die nu al een van de beste van dit jaar is.

Foto ANP

Vrouwen met haar op de tanden kennen we; de heilige Wilgefortis had haar ónder haar tanden. Dat kwam zo: Wilgefortis was een vrome christenmaagd, maar ze was ook uitgehuwelijkt aan een heidense prins. Daarom riep Wilgefortis de heer aan. Heer, sprak ze, lieve heer, ontdoe mij van dat ongelovige stuk verdriet van een prins. En de heer, die niet van ongelovigen hield, en misschien ook wel niet van stukken verdriet, gaf gehoor aan Wilgefortis gebed. Kort voor de bruiloft deed hij stoppels verrijzen op haar maagdelijke kin, beharing die uitgroeide tot een baard. Verloofde weg, vader boos. Die liet zijn Wilgefortis prompt aan het kruis hangen, kersverse baard en al. Van dat moment maakte Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516) een schilderij, een drieluik.

Excessief, maar dan aantrekkelijk

Dat paneel, geschilderd tussen 1495 en 1505, en nu in bezit van de Gallerie dell'Accademia, Venetië is bepaald indrukwekkend. Het middenpaneel toont de onfortuinlijke maagd te midden van haar beulen in een omgeving die in alles Bosch is: hoge horizon, groene velden. Daarin: een keur aan holle bomen, rotspartijen, rivieren, uitslaande branden, fantasieschepen die schipbreuk lijden en grappige Efteling-achtige architectuur. En monstertjes, uiteraard.

En al die zaken (en dit onderscheidt Bosch van zijn imitators) zijn geschilderd in hoge resolutie. Dat klinkt excessief en dat is het ook, maar excessief op een aantrekkelijke, eigenzinnige manier. Hoe langer je naar het werk kijkt, hoe meer je het gevoel hebt dat je nog maar net begonnen bent met kijken. Op Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie in Het Noord-brabants Museum in 's-Hertogenbosch, gebeurt dat regelmatig.

Het Laatste Oordeel

Voeten in de aarde

Die tentoonstelling had wat voeten in de aarde. Zij werd ontwikkeld in samenwerking met het Bosch Research and Conservation Project, onder leiding van Bosch-kenners Jos Koldeweij en Matthijs Ilsink; de rijpe vrucht van negen lange jaren onderzoek. In die periode vonden af- én toeschrijvingen plaats en werden enkele van Bosch' belangrijkste werken ingrijpend gerestaureerd.

Omdat dit noch de aangewezen plek is voor een potje haarkloven over de validiteit van die onderzoeksresultaten (ten minste één tekening kwam mij te stijf en onhandig voor om werkelijk van de hand van de meester te zijn), noch voor de vraag welke van de aanwezige restauratiemethoden het beste uitpakt (de uitersten zijn hier belichaamd in Het Narrenschip, dat gaaf is tot op de verflaag, en de buitenpanelen van Het Laatste Oordeel, die eruit zien alsof een houtbewerker er jarenlang zijn guts op heeft getest), rest mij te zeggen: hulde voor de samenstellers.

Zij brachten zeventien van de in totaal vierentwintig authentieke Bosch-schilderijen (ik houd de recente telling aan) vanuit onder meer Gent, Brugge, Frankfurt, Wenen, Madrid, Berlijn, Rotterdam, Venetië, New York, Washington en Kansas naar 's-Hertogenbosch (dat het Spaanse nationale museum, het Prado, De Tuin der Lusten vasthield: soit, het Rijksmuseum leent De Nachtwacht ook niet uit). Het is voorwaar geen geringe prestatie. Die selectie vulden ze aan met evenzoveel tekeningen van de meester, plus een handvol schilderijen van navolgers en imitatoren. Voor de vormgeving, ten slotte, namen ze het Amsterdamse ontwerpbureau Opera in de arm.

Het Narrenschip

Meest geslaagde presentatie van het jaar

Dat was een goede zet. Het is nog maar februari, maar het moet raar lopen wil dit niet een van de meest geslaagde presentaties van het jaar zijn. Van de opwaartse belichting tot de grote glazen vitrines tot de spaarzame tekstuele bewegwijzering (er is een app voor verdieping) tot de kleine vignetten die de selectie op thematische wijze ordenen: zo'n beetje alles hier deugt. Fijn: de aflatenboekjes, retabels en wapenschilden die Bosch' omgeving oproepen.

Ook fijn: de videomontages die op strategische plekken de dwarsverbanden tussen onder meer het tekenwerk en de schilderijen tonen. Het fijnst: het diepe grijs en rood waartegen de werken afsteken als lam¬pionnen in de nacht. Meer dan de ¬Boijmans-presentatie van afgelopen winter verhogen zij de raadselachtige sfeer die Bosch' schilderijen nog altijd kenmerkt. Een verdieping van het mysterie, geen verklaring.

Wilgefortis triptiek

Fonkelende stukken

Om die fonkelende stukken nu bijeen te zien, is een groot genoegen. Eerste observatie: Bosch' kleurenpalet. Dat is nagenoeg altijd identiek. Met de pigmenten (karmijn, chartreuse groen et cetera) die op Bosch' mengtafel lagen terwijl hij werkte aan, zeg, Johannes de Doper (met die fantastische droedelachtige klimplant waaronder een beeltenis van de opdrachtgever schuilgaat), had hij ook de De Tuin der Lusten kunnen schilderen. Óf Hiëronmus in gebed (die aanleunt tegen een al even fantastisch rotsplant-ding). Óf De Kruisdraging. Ze varieerden slechts in massa, en scheidden het ene ding van het andere.

Tweede observatie: Bosch' schilderwijze. Die is eigenlijk weinig schilderachtig. Meer tekenachtig. Bosch tekende met verf, compleet met arceringen en witte puntjes als ophoging, en zijn panelen zijn precies dat: assemblages van tientallen grote en kleinere tekeningen, probleemloos op te zagen in stukken. Niet in het sferische of expressieve, maar in het cartooneske zat Bosch' kracht, een gegeven dat nog eens wordt bevestigd in de exceptioneel sterke studies in bruine inkt van een uilenfamilie in een boom of de freestyle schetsjes van draken en kwal-achtige wezens. Leefde Bosch nu, dan had hij denk ik graphic novels gemaakt.

In de symboliek van deze graphic novels avant la lettre kun je je makkelijk verliezen (waarom die trechter op dat hoofd? Vanwaar dat kattenvel aan de mand van de landloper?). Immers, ze zijn geënt op een Middeleeuws en dus obscuur theologisch en humanistisch programma. Maar één ding is zonneklaar: hun strenge moralisme. Wij mensen, zo tonen ze, hebben weinig goeds in de zin. Wij vreten, zuipen, moorden, bedriegen en gaan vreemd. Ontmoeten we de zoon van God, dan spijke-ren we hem aan het kruis.

Dat is stom van ons en voor straf worden we in het hiernamaals afgetuigd door duivels met vissekoppen. Zonde en boetedoening: Bosch verlekkerde zich eraan. Op het Hooiwagen-triptiek (1510-16) bijvoorbeeld. En ook op Het Narrenschip (1500-1510).

Johannes de Doper

Mateloos fascinerend

Dat laatste is een relatief klein werk dat ooit deel uitmaakte van een groter triptiek (samen met De Landloper uit Museum Boijmans Van Beuningen, De Dood en de Vrek en Gulzigheid en Lust) en toont zo'n -typische allegorie: de monnik bralt, de non zingt, de nar zit in de mast, een vrouw slaat haar man met een kruik, een andere figuur kotst buiten boord; de uil, die bij Bosch de rol van Gods geheime politie vertolkt, sloeg het gade vanuit de mast/boom en zag dat het niet goed was. De wereld is een carnaval, zeker, maar zoals de schrijver schreef: 'Wye hem in der sotten schip vaert, al lachende ende singhende ter hellen waert'. Excessief, als gezegd. Maar ook: mateloos fascinerend.



Jheronimus Bosch, Visioenen van een genie, Het Noordbrabants Museum, 's-Hertogenbosch, 13 februari t/m 8 mei 2016, catalogus: €24,95

Meer over