Myrthe van der Meer verwoordt haarscherp wanneer de wanen toeslaan

 Myrthe van der Meer verwoordt haarscherp wanneer de wanen toeslaan.

Emma Nieuwenhuis moet de psychiatrische kliniek in. Opnieuw, tot haar ongeloof en schrik. Twee jaar geleden was ze een tijd opgenomen, en uitgerekend nu, nu ze zich sterk voelt en zelfs 'een waanzinnig gevoel van geluk' ervaart, herhaalt de geschiedenis zich. Dat haar specialist, een vervanger die ze niet kent, haar wel erg uitbundige geluksgevoel niet vertrouwt - wat een misverstand, en wat een vernedering. Emma schaamt zich. Voor haar naasten en voor zichzelf. En bovenal: ze gunt haar arts een genezen patiënt. 'Dat heeft hij verdiend. En in plaats daarvan krijgt hij mij, een psychiatrische recidivist.'

Met die storm van emoties begint Up, het vervolg op Myrthe van der Meers succesvolle debuut Paaz uit 2012, het in romanvorm gegoten autobiografische relaas van haar verlijf in de paaz, de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis.

Hersenstormen

In Up krijgen we nader zicht op haar 'hersenstormen', die ditmaal de vorm aannemen van een manische euforie. Huiveringwekkend goed zijn de passages waarin ze beschrijft waarom zelfmoord voor haar een volslagen logische en helemaal niet dramatische oplossing is. In een flashback staat ze op de rand van haar balkon, klaar voor de bevrijdende sprong. Haar redding: pony Siem, in het weitje onder haar voeten, die plotseling zijn hoofd heft. 'Siem heeft het gezien, en ook al is het maar een pony, je mag het niet doen als iemand anders er last van heeft.'

Wanen

Haarscherp verwoordt ze de angstaanjagende momenten waarop de wanen toeslaan. In de ziekenhuiswinkel spreekt iedereen opeens in een onbekende taal, en bestaat die enge hond die haar beloert nu wel of niet? Sterk ook zijn de naar een schoorvoetend inzicht leidende dialogen met haar psychiater (ze is zo bedreven in het managen van haar wanen, dat ze niet beseft hoe ver ze is afgedreven) en met haar kleurrijke medepatiënten, van wie de slim-griezelige junk Michiel je bijblijft.

Er schort wel iets aan de romanvorm. 'Argwanend draai ik me om.' 'Fronsend kijk ik om.' 'Verrast kijk ik om.' 'Bedachtzaam draai ik me om.' 'Huiverend kijk ik om.' Ook het aantal fronsen, zuchten, glimlachen en grijnzen had wel minder gekund.

En toch, tot het laatst toe wil je het weten. Gaat dit goed aflopen? We hopen het waarachtig, we leven mee met Emma.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden