NieuwsMuziekblad Q stopt

Muziektijdschrift Q stopt: hoe houdbaar zijn popbladen eigenlijk nog?

Deze week is het laatste nummer verschenen van het Britse muziektijdschrift Q. Het maandblad is sinds de oprichting in oktober 1986 uitgegroeid tot een van de belangrijkste, meest veelzijdige popperiodieken ter wereld. Maar de coronapandemie ‘en niks meer dan dat’ bleek dodelijk voor het tijdschrift, schrijft hoofdredacteur Ted Kessler.

De laatste editie van het Britse muziekblad Q.

Zoals de meeste Britse tijdschriften moest Q het hebben van de losse verkoop. Door de lockdown waren in Groot-Brittannië de winkels maandenlang dicht waardoor er ook voor Q geen verkooppunten waren. Een ander probleem was het uitblijven van advertentie-inkomsten. Juist in deze tijd van het jaar moest het tijdschrift het hebben van paginavullende festivalreclames, maar alle festivals werden afgelast en een flinke inkomstenbron verdween.

Zonder afzetmogelijkheden en advertenties hield Q het logischerwijs niet lang vol. Maar er was meer aan de hand. Om te beginnen was de oplage lang voor corona al teruggelopen: van 200 duizend in 2001 naar nog geen 30 duizend stuks. Waar in de jaren negentig popliefhebbers over hun favoriete muziek konden lezen in maar liefst vier weekbladen en een flinke stapel maandbladen zijn er nu alleen nog wat vierwekelijks gepubliceerde popbladen over: Record Collector voor de vinylverzamelaar, Mojo en Uncut voor de liefhebbers van (vooral oude) muziek en The Wire voor experimentele muziek.

Wat Q bijzonder maakte was het brede spectrum dat het bestreek, zeker onder de laatste hoofdredacteur Ted Kessler (sinds 2017). Naast de gebruikelijke verhalen over Oasis, U2 en Radiohead schonk hij ook aandacht aan Britse hiphop (Stormzy, Skepta) en nieuwere bands (Foals, Tame Impala) die door Mojo en Uncut nog niet coverwaardig werden bevonden.

Maar de gewenste jongere lezersgroep vond het blad niet, of bleek niet loyaal genoeg. Waar de oudere popliefhebber opgroeide met muziekbladen en die ook trouw zijn gebleven, vinden jongeren alles over hun lievelingsmuziek online.

Maar al zouden de jeugd maandelijks geld willen uitgeven voor goede journalistiek en betrouwbare recensies, het zijn ook de nieuwe popsterren zelf die weinig hebben meegewerkt om bladen rendabel te houden.

De Rihanna’s, Beyoncé’s en Drakes van deze wereld communiceren liever via sociale media dan via journalisten. Kranten zullen ook zonder een interview met Kanye West wel verschijnen, voor bladen die van input van popsterren afhankelijk zijn wordt dat lastiger.

De tijden dat een journalist dagen met een artiest mocht optrekken – waarvan in de laatste met een interview met Joni Mitchell uit 1988 een mooi voorbeeld staat – zijn al decennia voorbij. Zelfs een half uurtje praten op een hotelkamer met Taylor Swift zit er niet meer in. Als diezelfde Swift het dan ook nog eens bedenkt om een dag voor verschijning bekend te maken dat ze met een nieuw album komt, heeft een maandblad als Q, dat online zo goed als onzichtbaar is, meer dan pech.

Had Q nog bestaan dan hadden we pas over een maand over Swifts album Folklore kunnen lezen. Waar voorheen dergelijke maandbladen hun lezers juist weken van tevoren konden lekker maken met ronkende recensies over de nieuwe U2 of Radiohead, lopen ze nu steevast achter de feiten aan.

Q had in 1986 een gat in de markt: oudere artiesten als Paul McCartney, Elton John en Genesis maakten nog wel platen maar geen (hip) popmedium wilde met ze praten. Q wel, en dat op een moment dat de classic rock dankzij de opkomst van de cd en het succes van bands als Queen en Dire Straits op Live Aid populairder was dan ooit.

Maar anno 2020 is er eigenlijk nauwelijks meer een verhaal of een artiest te bedenken waar Q of andere mainstream muziekbladen zich kunnen onderscheiden. Als je met veel journalistieke zorg vervaardigde tijdschrift dan ook nog nergens te koop ligt, is het snel gedaan.

Laatste nummer

De laatste Q is er een om te bewaren. Een soort Best of-editie met invloedrijke verhalen en interviews. Een diepgaand interview thuis bij Joni Mitchell in 1988, een ontmoeting met Prince die dagen op zich liet wachten en een hilarische editie van de altijd leuke rubriek waarin lezers aan popsterren vragen mochten stellen. Geen journalist had aan Lou Reed gevraagd hoeveel zonnebrillen die had. Een lezer uit Birmingham wel. Antwoord: ‘Geen idee, ze blijven maar kapotgaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden