Interview Black Midi

‘Muziek die je hersenpan doet kraken, dat is wat we met Black Midi nog altijd willen’

Het geluid van de razendsnel populair geworden jazzrockband Black Midi is uniek. De beroemde The Brit School had in elk geval nog nooit zoiets raars gehoord.

Black Midi, van links naar rechts: Matt Kwasniewski-Kelvin, Geordie Greep, Morgan Simpson en Cameron Picton. Beeld Sam Craigg

‘We zijn vast niet representatief voor het hele Verenigd Koninkrijk, maar we hebben met de band nog nooit iemand ontmoet die vóór de Brexit is.’ Drummer Morgan Simpson van de Londense rockband Black Midi is er zeer stellig over. Welke muzikant met internationale ambities wil ineens al dat gedoe met werkvergunningen? En wat levert het op? ‘We waren eerder dit jaar in Amerika. Het kostte ons een godsvermogen om de juiste visa te krijgen. Als we voor elk Europees tripje nu ook visa’s moeten kopen gaan we failliet en wij niet alleen. De Brexit is een ramp voor de Britse muziekcultuur.’

Maar zo ver wil Simpson (20) nog niet vooruitdenken. ‘We zaten alle vier nog op school toen er voor Brexit werd gestemd. Niemand begreep er wat van. Maar goed, wij zaten dan ook wel een beetje in een bubbel op die school van ons.’

Simpson heeft het over The Brit School voor uitvoerende kunsten, waar de vier bandleden van Black Midi elkaar hebben ontmoet. Een school in Croydon, een wijk in Zuid-Londen, waar je alleen op basis van je talent wordt toegelaten. ‘Prachtig voor ons, want niet alleen wordt alles voor je betaald, er zijn ook veel faciliteiten als oefenruimtes en opnamestudio’s die we kosteloos konden gebruiken.’ De school is een van de twee essentiële factoren voor het ontstaan en de groei van Black Midi geweest. De andere factor, zo vertelt Simpson in Amsterdam, was het enthousiasme van een boeker in Brixton, ook in Zuid-Londen. ‘Je kunt nog zoveel repeteren, je weet pas wat je waard bent als je een publiek voor je hebt staan.’

We mogen Simpson en zijn bandmaatjes Geordie Greep (zang en gitaar), Matt Kwasniewski-Kelvin (gitaar) en Cameron Picton (bas) gerust als bevoorrecht zien, vindt de drummer. ‘De hele dag een beetje over muziek lullen, repeteren en lessen volgen over het invullen van je belastingpapieren. We zaten in een klasje van een stuk of vijftien leerlingen. Allemaal stronteigenwijze jongens en meisjes, die allemaal hun eigen gang gingen. Ik trok al snel met Geordie op omdat we een grote voorliefde hadden voor jazzrock en fusion van bijvoorbeeld het Mahavishnu Orchestra.’ Moeilijk toegankelijke, geïmproviseerde muziek op het breukvlak tussen jazz en rock uit de vroege jaren zeventig. Platen als The Inner Mounting Flame (1971) interesseerden de jongens, net als het elektrische werk van Miles Davis uit die periode, mateloos.

En dat was beslist een andere muzikale voorkeur dan Simpson bij de meeste klasgenoten bespeurde. De laatste jaren heeft de muziektak van The Brit School met Amy Winehouse, Adele en Sam Smith nogal wat grote popnamen voortgebracht. ‘Niet echt een tak van sport die ons interesseerde. Wij wilden muziek maken die ontregelt en niet geruststelt of behaagt. Muziek die je hersenpan doet kraken, dat is wat we met Black Midi nog altijd willen.’

Maar dan wel met een enorme techniek als bagage. Ongecontroleerd herrie maken is leuk, maar ‘punkbands die niet kunnen spelen zijn er genoeg’. Wat de jongens van Black Midi aan elkaar verbond, was dat ze met hun uitmuntende technische vaardigheden en kennis van de muziekgeschiedenis iets nieuws wilden neerzetten.

‘De school hielp ons de eerste stappen te zetten. Het met elkaar samenspelen was al iets nieuws, zo gewend als we waren alles alleen te doen. Alle vier waren we erg op onszelf en dachten we al snel dat wat wij wilden misschien te moeilijk was om in een band te doen. En ineens zit je in een groep en werkt het toch.’

Black Midi Beeld Sam Craigg

Simpson zelf weet niet anders dan dat hij altijd een drumobsessie heeft gehad. Voor zijn 4de verjaardag kreeg hij al een videoband waarop jazzdrummers Dennis Chambers (speelde onder meer in Funkadelic) en de toen 14-jarige Tony Royster Jr. (stond later op het podium bij Jay-Z) een drumbattle hielden. ‘Gewoon twee drummers die losgaan, maar ik ben er jaren gebiologeerd naar blijven kijken en heb geprobeerd me hun jazzchops en funkfillers eigen te maken. Die videoband was het begin van alles, maar ik had ook het geluk dat mijn ouders zelf erg muzikaal waren. Zij stimuleerden me en gaven me een drumstel.’ En ze lieten hem platen horen van grote jazzdrummers als Billy Cobham en Jack DeJohnette. ‘Popmuziek ging eigenlijk altijd aan me voorbij. Die was saai en voorspelbaar.’

Die desinteresse deelde hij op The Brit School met de jongens waarmee hij nu in Black Midi speelt. ‘Toen ik daar van 2015 tot 2017 op school zat, was er ook geen enkele interessante rockband waar we ons aan konden optrekken. Er heerste ook onder docenten een sfeertje van: over Britse rockmuziek hoeven we het niet te hebben, die is dood.’

Black Midi had dus eigenlijk geen bands om zich aan te spiegelen en begon zelf met wat Simpson omschrijft als ‘eindeloze jams van twintig minuten’. Gitarist Geordie Greep deed de meeste zangpartijen en begon ook teksten te schrijven, die volgens Simpson even desoriënterend waren als de muziek. Hysterische zang, veel wisselingen in tempo en dynamiek: nee, gemakkelijk maakten de jongens het zichzelf niet. Maar ze slaagden twee jaar geleden met vlag en wimpel, want ‘zoiets raars hadden ze daar nog nooit gehoord’. Alleen, hoe nu verder? Greep begon als een gek clubs en zaaltjes in Londen aan te schrijven, maar kreeg nauwelijks antwoord.

‘Eén club was enthousiast, de pub The Windmill in Brixton. Daar mochten we komen spelen.’ Concertboeker Tim Perry was zo enthousiast dat hij Black Midi meteen terugvroeg. Zo kreeg het viertal er tot de zomer van vorig jaar een soort vaste residentie, en aan het eind van die zomer was Black Midi te groot geworden voor The Windmill.

‘Naast The Brit School hebben we het meest gehad aan The Windmill, en dat kwam eigenlijk alleen door Tim Perry. Hij boekt daar al twintig jaar bands en dankzij hem is de gitaarmuziek, ook al leek die even uit de mainstream verdwenen, ondergronds altijd blijven bestaan.’

De kans die Black Midi van Perry kreeg greep de band aan om hun muzikale palet te verbreden. Er kwam meer structuur in de songs, zonder dat de kenmerkende explosiviteit en aan jazzrock ontleende maatsoorten verdwenen.

Een eerste hoogtepunt diende zich in september vorig jaar aan, toen Perry hen vroeg om Damo Suzuki (69), ooit zanger in de legendarische Duitse krautrockband Can te begeleiden. De machinale ‘motorik’ drumstijl van Can-drummer Jaki Liebezeit was ook van grote invloed geweest op het spel van Simpson. ‘Suziki gaf bijna geen aanwijzingen. Hij wilde improviseren en op zijn onnavolgbare manier krijs-zingen en wij moesten proberen hem muzikaal te volgen.’ Het concert werd opgenomen en verscheen op een cassettebandje: Damo Suzuki Live at The Windmill Brixton With ‘Sound Carriers’ Black Midi, inmiddels een veelgezocht collector’s item.

Daarna ging het hard voor de band. Producer Dan Carey, die onder meer met Kate Tempest heeft gewerkt, bood na het zien van een optreden zijn diensten aan. Ook Rough Trade-platenbaas Geoff Travis toonde interesse.

‘Die man heeft Jimi Hendrix nog gezien, The Smiths en The Strokes hebben bij hem getekend. Hij is een Brits indie-icoon en die stond avond na avond als een idioot op onze muziek te springen. Dat deed ons echt wat.’

De naam Black Midi dringt ook buiten Londen door. Het viertal heeft in november in Nederland succes op het experimentele en avant-gardistische festival Le Guess Who en veroorzaakt in januari van dit jaar lange rijen als ze in Groningen optreden op het showcasefestival Eurosonic.

De reacties zijn steeds even lovend. De manier waarop Black Midi harde rock combineert met jazzstructuren, emo-erupties en andere uitersten van het rockspectrum is uniek. Een oordeel dat in juni van dit jaar wordt bevestigd door het debuutalbum Schlagenheim (een titel die volgens Simpson niets betekent), verschenen op het label van de enthousiaste Travis.

Schlagenheim is, zoals verwacht, geen gemakkelijke kost. De luisteraar moet zich door heel wat tempo- en stemmingswisselingen heenbijten en wacht vergeefst op een wat makkelijker te behappen liedje.

Die maakt Black Midi inmiddels overigens wel: de single Talking Heads is een voor hun doen toegankelijk nummer met funkelementen die niet heel ver afstaan van de muziek van de New Yorkse Talking Heads in de jaren tachtig. ‘We hebben onze laatste singles bewust niet op het album gezet. De beste popgroepen als The Beatles en The Smiths brachten albums en singles los van elkaar uit. Dat vonden we wel een mooie traditie om in ere te herstellen.’ Aldus Simpson, die inmiddels wat minder moeite heeft met Britse gitaarpop en dankzij het enthousiasme van Perry en Travis aan een inhaalslag is begonnen.

‘Ik zie hen echt als popmentors. Ik luister ineens veel meer gitaarpop, en de andere jongens volgens mij ook. Ik heb er niet zo’n kijk op als Tim en Geoff, maar zij denken echt dat rockmuziek weer een hoogconjunctuur gaat beleven. Ik zie om me heen ook geweldige nieuwe bands en Tim kan al het goeds niet meer kwijt in The Windmill. Misschien staan we inderdaad wel aan het begin van een nieuw rocktijdperk. Wij zijn er klaar voor.’

Black Midi: X-Ray, zondag 20.20 – 21.20 uur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden