Muziek als 'publiek vertoon van moreel wangedrag. Of zoiets'

Ash Koosha geldt als dance-visionair. Maar vroeger, in Iran, als hij illegale cassettebandjes met Joy Divison of Backstreet Boys in handen kreeg, wist hij letterlijk niet wat hij hoorde. Het zou van grote invloed op zijn werk blijken.

Ash Koosha: 'De ambtenaar riep dat ik deze afschuwelijke muziek onmiddellijk moest uitzetten en hij riep de beveiliging.' Beeld Charlie Kwai
Ash Koosha: 'De ambtenaar riep dat ik deze afschuwelijke muziek onmiddellijk moest uitzetten en hij riep de beveiliging.'Beeld Charlie Kwai

Als kereltje van een jaar of 16 kwam Ashkan Kooshanejad in Teheran voor het eerst hard in botsing met de Iraanse cultuurbewakers van het 'muziekdepartement' (hij spreekt dat woord een ironisch plechtstatig uit). 'Ik had muziek gemaakt en op een cd'tje gebrand. Als je daar in Iran iets mee wilt, moet je een soort vergunning aanvragen. Dus ging ik met veel bravoure naar de betreffende instantie, met mijn cd'tje en de uitgeschreven teksten van mijn liedjes.'

We spreken Kooshanejad (30) in een behaaglijke knutselkoffietent in Londen en kunnen ons bij zo'n situatie in Teheran even weinig voorstellen, maar proberen het toch. Man in vaal uniform aan een intimiderend bureau, in zo'n naargeestig bureaucratenpand waar de hoogstwaarschijnlijk lichtgroene verf van de muren brokkelt. Tegenover hem een overenthousiast muzikaal jochie met een rewritable-cd en een paar vellen papier.

Vooruitstrevende muziek

'Met mijn teksten bleek niets mis. Vreemd eigenlijk, achteraf bezien: het waren Engelse teksten, heel onschuldig, maar toch. Het ging fout bij het formulier dat ik moest invullen. Daar stonden drie opties bij het aan te kruisen genre van mijn muziek: klassiek, traditioneel of popmuziek. Mijn genre stond daar niet bij, vond ik. Ik maakte best vooruitstrevende, progressieve muziek dus ik krabbelde er zelf een optie bij: rock. Dat vond de ambtenaar al niet leuk. Hij vroeg: wat schrijf je hier nu op, jongen? Wat is dit, probeer je me in de maling te nemen?'

De spanning in het muziekdepartement loopt op. 'Dus ik stelde voor mijn cd gewoon even te laten horen. Maar bij de eerste track brak de pleuris uit. Die man riep dat ik deze afschuwelijke muziek onmiddellijk moest uitzetten en hij riep de beveiliging. Ja, ik was een kind, maar ik werd toch vrij hardhandig het gebouw uitgesmeten.'

Ash Koosha, zoals de in Londen wonende muziekbanneling zich tegenwoordig laat noemen, wist toen al dat zijn muzikale carrière een onstuimig verloop zou krijgen. 'Ik besloot op die dag dat ik nooit geautoriseerde muziek zou gaan maken, want zo heet dat dan, in Iran. Geautoriseerde muziek, het idee alleen al. Ik vond vanaf die dag dat popmuziek per definitie juist ongeautoriseerd zou moeten zijn, net zoals iedereen dat hier vindt, lijkt me.' Die opvatting zou hem nog in de staatsgevangenis doen belanden en uiteindelijk in een asielprocedure in het Verenigd Koninkrijk.

Visionair van de elektronische muziek

In Engeland is Koosha nu een vooruitstrevende danceproducer op het grote platenlabel Ninja Tune. Hij maakt serene maar soms flink weerbarstige elektronische kunstmuziek die hij het komende weekend laat horen op het Haagse festival Rewire. Hij wordt, samen met futuristische digitale geluidsontwerpers als de Amerikaanse Holly Herndon en de Britse producer Arca, gezien als visionair van de elektronische muziek, met één been al in een verre muzikale toekomst.

De technisch begaafde maar ook wat unheimische muziek van zijn deze week verschenen plaat I Aka I staat lijnrecht tegenover de toegankelijke (maar desondanks ondergrondse) indiepop die hij in Iran maakte met bijvoorbeeld zijn bandje Take It Easy Hospital. Dat we die muziek er ook gewoon bij kunnen pakken, via YouTube of Apple Music, is alweer zo'n bijzonder verhaal.

Koosha maakte acht jaar geleden met een groep vrienden de in Europa bekroonde film No One Knows about Persian Cats (Bahman Ghobadi, 2009), een semi-biografisch muziekportret van een jongen die in Teheran probeert een bandje van de grond te krijgen, met alle vreselijke gevolgen van dien. 'Die film ging natuurlijk over onze eigen ervaringen in de Iraanse underground-scene, over de obstakels die in Iran worden opgeworpen als je onaangepaste muziek wenst te maken. De overheid was helemaal niet blij met die film maar op buitenlandse festivals werd enthousiast gereageerd. Het was sowieso een spannende periode in Iran, net voor de presidentsverkiezingen van 2009. Er hing wat in de lucht, de hervormingsgezinde kandidaat Mousavi zou kans maken. En wij konden ineens op uitnodiging naar Engeland om op te treden en wat interviews te geven.'

De film No One Knows about Persian cats wordt in zijn geheel getoond op Vimeo.com.

Belachelijk

Maar terwijl Koosha en zijn film- en bandjesvrienden een rondje Groot-Brittannië deden, ging het in Iran mis voor de hervormers. De ultraconservatieve Ahmadinejad won en volgens Koosha golfde de repressie weer met frisse geestdrift door de straten van Teheran. 'Van onze vrienden daar hoorden we dat overal invallen werden gedaan, ook in de kleine muziekstudio's waar wij onze muziek hadden opgenomen. En dat de autoriteiten nog een hartig woordje met ons wilden spreken over onze film. Ze beweerden ineens dat we die film hadden gemaakt om te provoceren, om de hervormers te steunen. Alsof we politieke bedoelingen hadden gehad, echt te belachelijk voor woorden. Maar we vonden allemaal dat we beter niet terug konden gaan, dat dat erg onhandig zou zijn.'

Koosha had voorafgaand aan het filmproject namelijk al drie weken in een cel doorgebracht en dat was hem minder goed bevallen. Nog zo'n onvoorstelbaar verhaal. 'We zouden met een paar bandjes gaan spelen bij een festivalletje in Teheran dat werd gesponsord door Unicef. Een totaal onschuldig concert van verder heel brave bandjes. En dat bandje van mij. Maar het evenement moest worden afgeblazen omdat de overheid het ineens niet meer zag zitten. De organisatie had een brief gekregen met gezwollen teksten: wat dachten ze eigenlijk, even wat westerse muziek naar Iran brengen? Dat ging dus niet door. Maar wij besloten met nog een ander bandje tóch een concert te geven, ergens in de voorsteden waar niemand er last van zou hoeven hebben. We hadden 150 mensen uitgenodigd maar het lekte uit en er kwamen minstens 700 man op af. En de politie. Of nou ja, politie: het leek wel een militaire operatie. Er werd zelfs een helikopter ingezet. Het feest werd beëindigd en wij opgepakt.'

Schuldig aan publiek vertoon van moreel wangedrag

Afterparty in de staatsgevangenis. 'Uiteindelijk viel het nog mee: ik mocht na drie weken gaan en ik kreeg geen lange gevangenisstraf opgelegd. Er was wel een flinke aanklacht. Hoe die luidde? Poeh, dat is ingewikkeld, en meestal nogal een waslijst. Maar het kwam er op neer dat ik me schuldig had gemaakt aan publiek vertoon van moreel wangedrag of zoiets. En nog wat politieke shit over het provoceren van mensen en zo, het gebruikelijke werk.'

Als je die verhalen van Koosha met stijgende verbazing zit aan te horen, kun je je nauwelijks voorstellen dat hij überhaupt met westerse pop in aanraking is gekomen en er zelfs mee aan de haal is gegaan. 'Ik was altijd in muziek geïnteresseerd geweest en ik volgde dan ook een klassieke muziekopleiding. Maar begin jaren negentig, net na de oorlog met Irak, kwamen in Iran soms wat partijen cassettes het land in. Toen ontstond ook die undergroundmuziekscene. Je moest een beetje geluk hebben: soms wist je de hand te leggen op een tape waarop New Order stond, of Joy Division. Dat vond ik echt te gekke muziek, al begreep ik niet waar die vandaan kwam of in welke context het gemaakt was. Soms had je ook pech trouwens, dan kreeg je een cassette met de Backstreet Boys toegespeeld.'

Onbevooroordeeld naar luisteren

Het vormde Koosha wel. Hij studeerde klassieke Iraanse muziek maar betrok bij zijn eigen muzikale experimenten ook elementen uit die westerse pop. 'Ik was gek op dat elektronische jarentachtiggeluid en dat hoor je dus ook in die eerste bandjes die ik oprichtte in Teheran. Met van die weirde orgeltjes en toetsen en zo. Maar ik wist niets van genres, met wát voor muziek ik te maken had. Ik denk dat mijn elektronische muziek daarom vrij ongrijpbaar is en niet zo makkelijk te categoriseren valt. Het is muziek waar je volgens mij onbevooroordeeld naar zou moeten luisteren, net als wij toen deden in Iran.'

Wat in ieder geval wél veranderd is voor Koosha: de Grote Vragen die voor hem opdoemen, in leven en werken. 'Maak je muziek in Iran of heb je plannen voor een of ander kunstproject met kunstmatige intelligentie of computers, dan lopen je ideeën altijd stuk op onmogelijkheden. Geen veilige vpn-verbinding bijvoorbeeld. En dan heb je het nog niet eens over basale mensenrechten. Nu ik in vrijheid leef, merk ik dat ik me ongehinderd kan bezighouden met enorme vraagstukken, die ik ook in mijn muziek stop. Zo vraag ik me al een tijdje af waarom wij mensen eigenlijk accepteren dat we sterfelijk zijn. Waarom doen we daar niets aan? En ik denk na over de tweede versie die mensen tegenwoordig van zichzelf creëren op sociale media, en over hoe die tweede versie een eigen leven gaat leiden.

Fragment uit Ash Koosha's video voor het nummer 'I Feel That'. Beeld
Fragment uit Ash Koosha's video voor het nummer 'I Feel That'.Beeld

'Het zogenaamd boeiende Iraanse cultuurleven'

'Met dat soort ideeën in mijn hoofd maak ik tegenwoordig mijn muziek, in mijn Londense kamertje. In Iran was dat ondenkbaar geweest: je blijft er hangen in de basale problemen en kunt je kunst nauwelijks boven de alledaagse thema's uit tillen. Volgens mij lijdt de vooruitstrevende Iraanse bevolking daar nog altijd onder, ook al zie je de laatste tijd steeds meer propaganda-achtige reportages op de westerse tv over het zogenaamd bloeiende Iraanse cultuurleven.'

Koosha heeft nog altijd contacten in Iran, ook met vrienden van vroeger die nog in bandjes spelen, zelfs in het bovengrondse circuit. 'Want vergis je niet: er zijn best veel Iraanse popbandjes die heel leuke muziek maken. Volgens mij is er bovendien een nieuwe generatie opgestaan in Iran die wel modernisering wil afdwingen, maar op een heel gematigde manier.

'Zij zeggen: oké, we kunnen het systeem ook van binnenuit proberen te veranderen door muziek maken die wel toegestaan is, om daarmee een klein beetje tegen de grenzen aan te duwen en te proberen de mogelijkheden wat op te rekken door bijvoorbeeld heel voorzichtige akoestische rock te spelen. Ik heb daar echt heel veel respect en waardering voor en ik leef met die jongens mee. Maar voor mij was dit geen optie. Ik wilde verder. Ik had er gewoon geen tijd voor.'

Ash Koosha speelt vrijdag 1/4 op festival Rewire. Zijn nieuwe plaat I Aka I verschijnt vrijdag bij Ninja Tune/ PIAS.

De cinematografische clip bij het nummer I Feel That, gemaakt door de Iraniër Hirad Sab, is te vinden op YouTube.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden