Musical Kruimeltje is ouderwets en toch aangrijpend

Wanneer hoor je nog een musical waarin sfeervol wordt geneuried? En waarin het meest energieke showballet bestaat uit een koddig nummertje countrydans met een vleugje linedancing, terwijl het ensemble zachtjes zingt: 'Olrijt, No wee.'? De musical Kruimeltje, die zondag in het Efteling Theater in Kaatsheuvel in première is gegaan en daar tot begin mei is te zien, zet in alles de tijd terug.

Beeld uit de musical Kruimeltje

Geen bont spektakel, hippe muziek of hightech uitvindingen. Maar een bijna archaïsche, aandoenlijke ervaring van rustig gezongen en gespeelde dialogen in een sober vooroorlogs straatdecor, met meer bevroren tableaus dan swingende settings. En toch aangrijpend door een ouder-kind-sentiment van het goede soort. Er werden tijdens de première aardig wat traantjes weggepinkt.

Begin vorige eeuw
Kruimeltje gaat letterlijk terug naar begin vorige eeuw, toen Chris van Abkoude (1880-1960) zijn beroemde boek situeerde in havenstad Rotterdam. Het 10-jarige straatjochie Kruimeltje scharrelt voor een stuiver op straat en komt onbedoeld keer op keer met de politie in aanraking. Zijn dronken stiefmoeder sterft na een val van de trap, waarna de lokale kruidenier hem op het spoor zet van zijn vader in Amerika. Maar voordat deze het joch in zijn armen kan sluiten, vliegt nog de kruidenierswinkel in brand en ondergaat Kruimel een fikse tucht in het plaatselijk gesticht. Toch blijft de jongen-met-pet goedgemutst en vindt hij via een wonderlijke botsing zelfs zijn moeder terug, inmiddels een beroemde pianiste.

Het decor (ontwerp: Jos Groenier) van Kruimeltje is eveneens ouderwets eenvoudig, doch doeltreffend. Stenen fabriekshuizen domineren een grijs straatbeeld waarin het lichtjes sneeuwt. Een brug doet dienst als loopplank en als droomboog waarop Kruimel zijn verliefde ouders fantaseert. De huizen schuiven open als luciferdoosjes, zodat de scènes zich binnenskamers en buitengaats naadloos opvolgen.

Tête-à-têtes
Scriptschrijver Dick van den Heuvel heeft veel tête-à-têtes bedacht, tussen Kruimel en zijn stiefmoeder, de commissaris, zijn winkeliersvriend, zijn juf en de internaatbaas. Het is een knappe verdienste van de jonge Joes Brauers, winnaar van de Kruimeltje talentenjacht op televisie, dat hij zich in al die dialogen een waardig en humoristisch acteur toont. Die bovendien met flair en energie ontspannen over het podium dwarrelt, bijna de volledige twee uur. In de regie van Caroline Frerichs opereren de volwassen acteurs allemaal dienstbaar aan Kruimel. Een aantal heeft slechts een klein aandeel zoals Sjoerd Pleijsier als de wel erg meelevende commissaris. Maar Jeroen Phaff mag uitpakken wanneer hij als kruidenier Wilkes de waarde van kameraadschap beschouwt.

Soms wordt er minder verstaanbaar gezongen, op de dienstbare live muziek van Jeroen Sleyfer, met weinig volkse maar veel genoeglijke fluitjes en toetsen. Schrijver Sjoerd Kuyper heeft behoorlijk wat oud-Hollandse moraliteit in de liedteksten gestopt, zoals bijbelse wijsheden over 'Ben ik mijn broeders hoeder?' en 'Rust, Reinheid en Regelmaat'. Maar gelukkig priemt ook scherp commentaar door, zoals de onkuis jeukende handjes van de 'eerbiedwaardige' tuchtschoolhouder (Marcel Jonker). Het is dat Balkenende van het toneel is verdwenen, anders zou hij Kruimeltje zeker bij het hele Nederlandse volk aanbevelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden