Review

Museum Voorlinden is een cadeau voor iedereen

Architectuur - Museum Voorlinden in Wassenaar

Het mocht wat kosten en dat is te zien. Noem het een vertoon van rijkdom, maar Museum Voorlinden is in de eerste plaats een cadeau voor iedereen.

De tuinen van Piet Oudolf Foto Erik Smits

Een gedroomd museum op een gedroomde plek, met een opdrachtgever die het beste van het beste wil. Toen Kraaijvanger Architects in 2011 werd gevraagd Museum Voorlinden op een historisch landgoed in Wassenaar te ontwerpen voor de kunstcollectie van zakenman Joop van Caldenborgh, zal er vast een champagnefles bij het Rotterdamse architectenbureau hebben geplopt.

Het staat er nu. Een rechthoekig paviljoen ter grootte van een voetbalveld. Het oogt strak en modernistisch in dat pastorale landschap, maar het heeft ook iets klassieks, omdat het, net als een Grieks tempeltje, licht is uitgetild boven het maaiveld. Klassiek is ook de inspringende entree: een loggia, het uitstekende dak leunend op dunne stalen zuilen en het zandgrijze travertin. De anekdote wil dat er zakjes Haags duinzand richting Italiaanse groeves zijn gereden, om de juiste kleurafstemming van dit type natuursteen met het landschap te vinden.

Niets is gedachtenloos gedaan in Voorlinden. Deze box van glas, natuursteen en staal viert de smaak van een man die moderne kunst verzamelt van hoge kwaliteit. Het gebouw is daar dienstbaar aan. De plattegrond leidt je door het driegangenmenu waarin de kunst wordt geserveerd: een deel voor een keuze uit de eigen collectie, een deel voor een wisseltentoonstelling en een deel voor de vaste opstelling van een aantal kroonjuwelen: Richard Serra, Ron Mueck en James Turrell.

De hoofdvorm is simpel: een platte rechthoek van 120 bij 46 meter met ruime oversteek. Het is de notoire paviljoenvorm, die onmiddellijk doet denken aan de moeder aller kunstpaviljoens - de Neue Nationalgalerie van Mies van der Rohe in Berlijn. Het rechtlijnige van het museum steekt scherp af bij het wat bovenmaatse Schotse landhuis Voorlinden uit 1912, dat even verderop ligt en dienst doet als ruimte voor museumhoreca.

De ware verrassing van de architectuur zit van binnen. Bij de entree aan de lange zuidwestzijde opent zich een zichtas in zowel de lengte als breedte van het gebouw. Beide assen eindigen op een glazen wand, zodat de bezoeker altijd contact houdt met het landschap, dat net zo'n attractie vormt als de kunst. De looproutes openen zich organisch vanuit de entree - er is geen bewegwijzering nodig. De wanden in de gangen blijven wit en leeg.

Museum Voorlinden, Wassenaar.

Opdrachtgever: Caldic Collectie Foundation
Ontwerp: Kraaijvanger Architects
Interieurarchitect: Andrea Milani
6.700 vierkante meter

Zicht op de tuin vanuit het museum Foto Erik Smits

Eerste indruk is ronduit overweldigend (*****)

Vijf sterren kreeg de collectie van Museum Voorlinden vorige week van de Volkskrant. Lees de recensie hier.

Je bent binnen in dit paviljoen, maar het buiten is overal. Dat is vooral te danken aan de betoverende lichtinval. Het spektakel in dit ontwerp komt van boven. Een opengewerkt dak van staal en aluminium, dat boven het glazen museumdak hangt en het daglicht indirect binnenleidt. Daglicht in een museum is een heikel onderwerp. Kunstlicht laat zich veel makkelijker reguleren en is daarom vaak favoriet. Maar daglicht is rijker aan kleur en spannender.

In overleg met het gerenommeerde ingenieursbureau Arup heeft architect Dirk Jan Postel van Kraaijvanger boven het eigenlijke dak een zwevend rooster van 115 duizend verticale buisjes geplaatst. De buisjes zijn schuin afgesneden, precies zo dat het zuiderlicht nooit direct binnenvalt. Maar het is er wel. Het is levend licht, dat in de loop van de dag zo veel meer kleurschakeringen kent dan alleen noorderlicht, dat constanter en grijzer is. Als er een wolkje voor de zon schuift, heb je in Wassenaar een ander museum. Althans, een ander licht op de tentoongestelde werken.

Foto Erik Smits

Wenteltrap

In scherp contrast met de vormgeving in Museum Voorlinden staan het auditorium en de bibliotheek van de Italiaanse interieurontwerper Andrea Milani. Hij gebruikte veel donkergelakt hout en kunstlicht. De bibliotheek is bijna ouderwets van opzet, met een omloop en een forse wenteltrap, die de directeur van Voorlinden, Wim Pijbes, aan zijn vorige werkkring zal doen denken: de trap is net zo prominent aanwezig als die in de 19de-eeuwse bibliotheek van het Rijksmuseum.

Het derde fascinerende aan dit ontwerp is de welhaast maniakale wijze waarop stopcontacten en andere details uit het zicht zijn gehouden. De wanden en gangen zijn volledig wit en ongeschonden. Geen bordje, lichtknop of plint. De branddeuren zijn verstopt in een dubbele muur. Net als de verplichte noodverlichting onzichtbaar verdwenen is achter een flinterdun stukje stuc.

Joop van Caldenborgh zelf heeft als een bouwheer de creatie van dit museum strak begeleid en alles wat de blik kan afleiden van zijn kunst, laten wegwerken. Het mocht een centje kosten. Het resultaat is zelden vertoond in zuinig Nederland. Een eigen museum, op een eigen landgoed, met een eigen collectie. Noem het ijdel, noem het vertoon van rijkdom, maar museum Voorlinden is eerst en vooral een geweldig geschenk aan de samenleving.

Het dak met daarin de buisjes Foto Erik Smits

Een historisch landgoed

Landgoed Voorlinden, dat grenst aan de Wassenaarse duinen, is zeker ook vanwege het landschapsontwerp een bezoek waard - entree is gratis. Het landgoed werd al in de 16de eeuw genoemd, maar kreeg begin 19de eeuw voor het eerst met parkarchitectuur te maken: vader en zoon Zocher (de laatste zou ook het Vondelpark in Amsterdam vormgeven) stortten zich op de veertig hectare bos en duingrond in opdracht van toenmalig eigenaar Th. C. Elout, Minister van Staat.

De bemiddelde jonkheer Hugo Loudon (een van de grondleggers van Shell) nam Voorlinden begin 20ste eeuw over en zette een andere beroemde landschapsontwerper aan het werk: Leonard Springer. Niet alles van diens ontwerp werd uitgevoerd, maar er werden wel tal van bijzondere bomen geplant, zoals moerascipressen. Loudon liet het huidige landhuis Voorlinden bouwen door de Engelse architect R.J. Johnston. De woning oogt nogal Schots, het is groot en hoog, met een wat burchtachtig voorkomen. Joop van Caldenborgh (1940), die zijn geld heeft verdiend met het chemieconcern Caldic, kocht in 2011 Voorlinden aan voor 15,5 miljoen euro. Het was toen al een openbaar park. In de traditie van Voorlinden nam hij een befaamde tuinarchitect in de hand voor de tuin rond om het museum: Piet Oudolf. De tuinarchitect, die ook de High Line in New York vormgaf, kwam pas laat in het ontwerpproces in beeld. Daardoor kon hij rond om het nieuwe gebouw eigenlijk alleen perken van eenjarige planten plaatsen, die in september nog weelderig aan het uitbloeien zijn.

De tuinen van Piet Ouolf Foto Erik Smits
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.