ReportageKlassiek

Museum Speelklok heeft een nieuwe attractie: een replica van een componeermachine uit 1821

Maak kennis met het Componium, het grote (kapotte) origineel uit 1821 en een kleine, werkende replica. Met het instrument vertelt het museum over toeval, willekeur en algoritmen in de muziek.

Rick van Veldhuizen
Het mini-Componium in Museum Speelklok in Utrecht.  Beeld Martin Paris
Het mini-Componium in Museum Speelklok in Utrecht.Beeld Martin Paris

Met minutieuze precisie worden de laatste orgelpijpen gemonteerd in een tweeënhalve meter hoge kast. Daarin zitten twee cilinders en een ontzagwekkende hoeveelheid tandwielen. Marian van Dijk, directeur van het Utrechtse Museum Speelklok, een museum vol draaiorgels, muziekdozen en andere muziekmachines, leidt ons rond in de tentoonstellingsruimte waar de laatste hand wordt gelegd aan Toeval bestaat niet – een tentoonstelling rondom het werk van de Duits-Nederlandse instrumentenbouwer Diederich Nikolaus Winkel (1776-1826).

Het imposante instrument is Winkels Componium uit 1821, overgekomen uit het Muziekinstrumentenmuseum in Brussel. Voordat het instrument onherstelbaar beschadigd raakte, kon het willekeurig uit 320 brokjes van twee maten muziek een schier eindeloos variërend stukje samenstellen. Deze componeermachine is dus een soort muzikaal casino.

Al eeuwen zijn componisten en instrumentenbouwers bezig met de paradox tussen toeval en kunstgrepen. Mozart en Haydn schreven al muzikale dobbelspelletjes, en in de jaren vijftig programmeerden Lejaren Hiller en Leonard Isaacson een computer om een strijkkwartet te componeren. John Cage baseerde zijn composities op de grillen van de Chinese I Ching; Brian Eno maakt ‘generatieve muziek’, met eindeloos vertakkende algoritmen, zoals de taaldiagrammen van Noam Chomsky.

De laatste jaren krijgt kunstmatige intelligentie ook in de muziek voet aan de grond. Inmiddels wordt ze ingezet om uit schaarse schetsen en een databank van Beethovens greatest hits een Tiende symfonie samen te stellen. Ook Schuberts Achtste symfonie (de ‘Onvoltooide’) moest eraan geloven, en kreeg een B-filmmuziekachtig slotdeel. Ze weten nog niet echt te overtuigen, en landen in de zogenoemde ‘griezelvallei’: wel herkenbaar als ‘klassiekachtige’ muziek, maar nét niet stijlgetrouw of levensecht.

Het mini-Componium. Beeld Martin Paris
Het mini-Componium.Beeld Martin Paris

Aan de hand van Winkels Componium vertelt Museum Speelklok de geschiedenis van toeval, willekeur en algoritmen in de muziek. Van rederijkersspelletjes uit de 16de eeuw, via Winkel en Cage, tot aan een muzikaal Rad van Fortuin, in opdracht gemaakt door de jonge componist Joost Oehler. Het is nog een verrassing hoe het gaat klinken. Het toelaten van toeval en willekeur roept existentiële vragen op voor dit museum, waar volgens Van Dijk ‘alles tot in de puntjes gemechaniseerd is om zo perfect mogelijk te klinken’.

Mini-Componium

Daarom was er veel aan gelegen de onwillekeurige componeerprocessen van het Componium, dat niet meer kan spelen, toch in actie te horen. Martin Paris, de vaste restaurator van de instrumenten in het museum, maakte daarom een werkend model. Twee jaar lang werkte hij eraan om het mechaniek op kleine schaal na te bootsen, wat hij – buiten een scriptie uit de jaren tachtig – puur op zicht moest doen, bij gebrek aan originele ontwerptekeningen.

Niet alleen restaurator Paris kwam eraan te pas. Arrangeur Jan-Kees de Ruijter kreeg de taak om een muzikaal dobbelspelletje van Haydn voor de componeermachine te bewerken. ‘Er moest versiering bij. Deze muziek is gemaakt om aan de koffietafel door amateurs gezongen of gespeeld te worden. Het sluit nooit honderd procent op elkaar aan’, aldus De Ruijter.

De variaties uit de frêle orgelpijpjes van het Mini-Componium klinken stijlgetrouw als een klassiek menuet, maar door een gebrek aan herhaling is de muzikale zinsbouw zonderling. Tegelijkertijd hoor en zie je de mechanische blaasbalgen pompen en tandwieltjes en pinnetjes tikken. In Winkels origineel gebeurde dit als een goocheltruc, achter een houten behuizing. Bij Museum Speelklok staat juist het mechaniek centraal.

Bij de uitgang van de tentoonstelling knippert een bordje met het woord ‘control’. Volgens Van Dijk is dat de crux van de tentoonstelling: in hoeverre moet je toevalsprocessen willen en kunnen controleren? ‘Muziek en compositie zijn in hoge mate mechaniseerbaar’, zegt ze, ‘maar je hebt toch het menselijk genie nodig om op zo’n manier van het verwachtingspatroon af te wijken dat je spanning creëert, maar de muziek toch herkenbaar blijft.’

Toeval bestaat niet, t/m 22/9 in Museum Speelklok, Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden