Interview Meta Knol

Museum De Lakenhal gooit na grote opknapbeurt deuren weer open

Museum De Lakenhal heropent woensdag de deuren. Dankzij directeur Meta Knol is de collectie op orde en ondergebracht in een gebouw dat er zijn mag. 

Directeur Meta Knol Beeld Daniel Cohen

De vleugel! Directeur Meta Knol is halverwege haar rondleiding door de vers geschilderde zalen van de Leidse Lakenhal wanneer het muziekinstrument wordt bezorgd. Even later treffen we het gestemd en wel in de modernisme-zaal. Een eerbetoon aan Nelly van Moorsel, de pianist- en echtgenoot van De Stijl-voorman Theo van Doesburg. Ze woonden ooit in Leiden, vandaar. 

Iedere bezoeker mag er straks op spelen. Het zal de verbondenheid tussen Museum De Lakenhal en haar publiek versterken, hoopt Knol. Een stadsmuseum leiden waarmee het publiek zich verbonden voelt, is een van haar voornaamste doelen.

Woensdag heropent Museum De Lakenhal na een driejarige verbouwing. Het museum, tot de 17de eeuw een keurhal voor laken, en in de loop der eeuwen verrijkt met twee bijgebouwen, de Harteveltzaal en de Papevleugel, kreeg twee nieuwe expositieruimtes en werd grondig gerestaureerd. De nieuwbouw kwam voor rekening van Happel Cornelisse Verhoeven uit Rotterdam; de restauratie werd doorgevoerd door Julian Harrap Architects uit Londen. Kosten: een dikke 20 miljoen euro.

De Volkskrant gaf de nieuwe Lakenhal vier sterren na de renovatie en uitbreiding van het gebouw. ‘Met de renovatie van De Lakenhal vestigt architectenbureau Happel Cornelisse Verhoeven definitief zijn naam.’

Toen Meta Knol in 2011 aantrad trof ze een museum dat ‘een soort implosie’ had ondergaan; van de organisatie tot de inrichting tot de collectie tot de financiën, op elk front was het verwaarloosd. Het achterstallige onderhoud, vertelt ze, hing samen met eerdere voorgenomen verbouwingen, gebeden zonder end. In afwachting daarvan waren ook andere belangrijke besluiten uitgesteld. Het kende één voordeel: in de spaarpot zat op dat moment 14,5 miljoen euro, opzij gezet door een verstandige ambtenaar. En nu bouwen, luidde het advies.

Knol besloot eerst de collectie in kaart te brengen. Museum De Lakenhal bezit 22.000 stukken(schilderijen, kunstnijverheid, een opgezette zwaardvis) die allemaal moesten worden geïnventariseerd. De directeur liet een lopende band met werkstations in het museum plaatsen, waarop de objecten een voor een konden worden bestudeerd, gecatalogiseerd en gefotografeerd. Langzaam herwon het museum zijn geheugen. Toen een nieuwe huisstijl, een website en als slotakkoord de verbouwing.

De hoofdingang van Museum De Lakenhal. Beeld Simon Lenskens

De veranderingen zijn talrijk. De voorplaats werd ontdaan van de overkapping, een noodoplossing uit 1992, terwijl de achterplaats er juist een kreeg. Die ruimte fungeert thans als oriëntatiepunt tussen de gebouwen. Links zit de nieuwbouw, 420 vierkante meters expositieruimte; in het najaar de locatie voor de tentoonstelling Jonge Rembrandt

Stap vooruit of naar rechts en je komt in de oude zalen, allen voorzien van een nieuwe verflaag bestaande uit twee kleuren, grijs op rood, wolkig, chique. Verder: een winkel, een restaurant, een garderobe, stuk voor stuk met een surplus aan donker eikenhout, fraai en duurzaam. Heel geslaagd. De kluisjes, tenslotte, beschikken over opladers. Bezoekers van de Lakenhal gaan niet met een lege telefoon naar huis.

De nieuwe collectie opstelling bestaat uit zeven narratieven, kernverhalen noemt Knol ze, en acht als je het gebouw zelf meetelt. Een gaat over Leiden en de renaissance; een ander handelt over Leiden en de Gouden eeuw; weer een ander beschouwt de 18de-eeuwse Leidse verzamelaars. De overige vier verhalen betreffen: Leiden als textielstad, als universiteitsstad, in de moderne tijd en, op de zolder, het Leids ontzet. 

De opstellingen zijn gemengd. Beeldende kunst en kunstnijverheid staan door elkaar. Oud en nieuw ook. Zalen met Dou’s en Van Leydens worden afgewisseld met (ooit) jonge radicalen zoals Marlene Dumas en Roy Villevoye. Alles blijft ten minste vijf jaar staan. Men broedt nog op presentaties voor de toekomst.

Wat het museum in elk geval niet wil: een strikt kunsthistorisch perspectief. De geschiedenis tonen als was het een estafetterace van beïnvloeding. Dat is achterhaald. Belangrijker dan wat de objecten zijn, zegt Knol , is wat de objecten met de kijker doen. Toen en nu. Een kruisiging van Cornelis Engebrechtsz kan ook aanleiding bieden voor een verhaal over emoties, over kleding of over rouwbeleving. Over lotsbestemming, waarom niet? Museum De Lakenhal belicht de geschiedenis meerstemmig. Het wil een empathisch museum zijn.

Het is niet altijd makkelijk. De kunstgeschiedenis, onderkent Knol, is een verhaal van winnaars, de rijken; zij bezaten de meeste-, en ook de visueel aantrekkelijkste objecten. Het verhaal van de ’verliezers’ (armen, vrouwen, niet-westerlingen) is lastiger toonbaar, hoewel niet onmogelijk. Het verhaal over kinderarbeid, zegt Knol, kun je bijvoorbeeld vertellen met een eerste druk van Jacob Jan Cremers novelle Fabriekskinderen. Een bede, doch niet om geld, de emancipatoire vertelling die de liberale politicus Samuel van Houten aanzette tot z’n beroemde kinderwet. Graag zou ze het document bemachtigen.

Een andere manier om het niet-bewaarde te tonen, is door objecten te laten maken. Zo liet Knol de uitbuitende mechanismen van de textielindustrie verbeelden door Atelier van Lieshout: een draadstalen figuur die een weefmachine voortsleept dan wel er traag, tergend traag, door wordt verzwolgen.

Nieuw Leids Laken

Voorafgaand aan de verbouwing bezocht directeur Meta Knol samen met de architecten alle gebouwen van Arent van ‘s-Gravesande, de stadsarchitect die in 1641 de Lakenhal ontwierp. Daaronder de Bibliotheca Thysiana aan het Rapenburg, waar ze een ‘boekencaroussel’ aantroffen: een houten rad met leesplanken als schoepen, dat het mogelijk maakt om meerdere boeken tegelijk te lezen. Het bracht hen op het idee om een stoffencaroussel te maken voor de lakense stoffen die het museum de afgelopen jaren liet ontwerpen door verschillende kunstenaars. De stoffencaroussel staat in de museumwinkel, bezoekers kunnen het laken per strekkende meter kopen.

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden