‘Musea zijn in isolement geraakt’

Het blijft broeien bij de Nederlandse musea. Onlangs vertrokken zeven personeelsleden uit het Utrechtse Centraal Museum, uit onvrede met het beleid van directeur Pauline Terreehorst....

De onrust ontstond begin november door een brief aan de Mondriaan Stichting van zeven vooraanstaande museumdirecteuren, verenigd in het zogenoemde ‘miniconvent’. Daarin lieten zij weten genoeg te hebben van de betutteling en bevoogding van de stichting (met 26 miljoen euro per jaar het grootste kunstfonds), met als conclusie dat de stichting haar positie gebruikt ‘om beleidsinhoudelijk te sturen naar eigen politiek inzicht en willekeur’.

De brief kreeg kort daarop een tegenreactie in het Manifest voor een mondig museum dat de tentoonstellingsmakers Stijn Huijts, Meta Knol en Edwin Jacobs publiceerden, waarin het miniconvent van ‘masculien egocentrisme en westers etnocentrisme’ werd beticht.

Blijft de vraag wat er nu precies de oorzaak van alle onvrede is.

Volgens Charles Esche, directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven (wél lid van het miniconvent; níet ondertekenaar van de Mondriaan-brief), is de bottleneck het Thorbecke-principe: het idee dat de politiek geen inhoudelijke bemoeienis mag hebben met het praktische kunst- en museumbeleid. Esche: ‘Volgens mij is de opvatting dat de politiek niet ideologisch mag zijn en politici geen inhoudelijke uitspraak mogen doen over wat cultuur is helemaal achterhaald. Dat moet de politiek juist wel doen.’

Feitelijk gaat het Esche om de dubbele betekenis van wat zijn collega’s uit het miniconvent ‘vrijheid’ noemen. Esche: ‘Natuurlijk moet een museum vrij zijn om te doen en laten wat het nodig acht. Vrijheid is echter geen vanzelfsprekendheid en verre van absoluut, het moet steeds verdedigd worden tegenover wat anderen denken. Cultuur en musea zijn geen eiland.’

Stijn Huijts, medeopsteller van het tegenmanifest en directeur van museum Het Domein in Sittard, is het roerend met Esche eens. ‘Door toedoen van de directeuren uit het miniconvent is het museum in een isolement geraakt. Het blijft het bastion van de sacrale ruimte, terwijl om je heen de wereld naar de verdoemenis gaat. Maar ze blijven vasthouden aan de oude paradigma’s: de traditionele, modernistische kunst, de kunstgeschiedenis als enige leidraad én hun opvattingen over hoe het museum moet functioneren. ’

Wat Huijts vooral steekt, is de ‘arrogantie en het narcisme’ van de miniconvent-generatie. ‘Alsof ze namens álle Nederlandse musea een brief aan de Mondriaan Stichting hadden geschreven – wat niet zo is. Er zijn namelijk heel veel musea wél tevreden over de stichting en over het feit dat de politiek inhoudelijk een mening over kunst zou moeten hebben. ’

Het verbaast Esche dat zijn collega’s zich zo star opstellen, terwijl de wereld om hen heen zo drastisch is veranderd. Esche meent dat 1989 en de val van de Berlijnse muur de waterscheiding betekende. ‘Vanaf dat moment is de indeling van de wereld veranderd. De verhouding tussen arm en rijk, allochtoon en autochtoon. Veel collega’s houden vast aan de oude indeling, met nadruk op de cultuur uit Noord-Amerika en West-Europa, zeg maar de winnaars uit de Koude Oorlogperiode.’

Wim van Krimpen, directeur van het Gemeentemuseum en woordvoerder van het miniconvent, begrijpt er ondertussen niets meer van. ‘Wat is nou hun kritiek? Ik heb in Den Haag het GEM en het Fotomuseum opgericht, en in het Fries Museum Buro Leeuwarden. Ik heb zelf Roel Arkesteijn aangesteld, zonder sollicitatieronde. Wat nou geen aansluiting?’

Retorisch vraagt hij zich af: ‘Wie is hier nu elitair? De opstellers van het manifest zijn soeverein in hun eigen kring. Het zijn de hulptroepen van de Mondriaan Stichting. Zelfkritiek? Nul! Waarom zou ik met de Mondriaan Stichting in een geklimatiseerde bus rondtoeren in het Midden-Oosten? Wíj gaan het Haagse Laakkwartier in. Dat is pas allochtonenbeleid!’

Blijft de vraag of het meningsverschil ook niet is gebaseerd op afgunst en kinnesinne. Huijts geeft toe dat het meespeelt: ‘Benoemingen van museumdirecteuren zijn in Nederland voor het leven. In het buitenland voor steeds vijf jaar. Dat is beter voor de doorstroming. Nu zijn wij aan de beurt.’

Van Krimpen twijfelt daarover: ‘Zes jaar geleden, bij mijn vertrek uit het Fries Museum, heb ik Huijts voorgesteld daar directeur te worden. Daar had hij het vak kunnen leren. Maar dat vond hij te min.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden