Recensie Muse

Muse viert in het Goffertpark het eigen succes én brengt een eerbetoon aan Iron Maiden ★★★★☆

Matthew Bellamy van Muse Beeld ANP Kippa

Muse

Pop

27/6, Goffertpark, Nijmegen

Het is een beetje de Nederlandse drieslag in het concertcircuit aan het worden. De grootste rockbands van de wereld werken eerst de Ziggo Dome af, trekken dan nog even op naar een voetbalstadion en verschijnen daarna op een uitgestrekte groene weide.

De Duitse metalband Rammstein bijvoorbeeld trad deze week op in De Kuip en maakte daarna bekend in herhaling te treden in het Goffertpark, juni volgend jaar. En Muse, het Britse trio dat herhaaldelijk in de Ziggo Dome te zien was en óók in de Arena, trekt nu op eigen kracht een compleet Pinkpoppubliek van zestigduizend man naar hun show. Ja, het zijn mooie tijden voor de stadionrock. En de festivals hebben het nakijken, want de gedroomde headliners regelen hun eigen zaken.

Dat juist Muse zich heeft ontwikkeld tot megaband, is gezien het geluid van de band opmerkelijk. De platen van Muse zijn best taai, want semi-conceptueel, orkestraal verantwoord en soms zo ingewikkeld als de meest pocherige progrock uit de jaren zeventig. In het Goffertpark hoor je pas hoe ontzettend veel hits Muse ons bij al die piekerplaten kennelijk toch heel geniepig heeft toegeschoven.

Neem nu zo’n nummer als Break It to Me, van het laatste album Simulation Theory. Op plaat is dat een stekelige track vol vervormde, Queen-achtige stemmen bij een barse riff op de bas en bliepende ruimtegeluiden. Geen hit, in geen velden of wegen. Maar in het Goffertpark lijkt het nummer ineens een knaller van een rocksong. Natuurlijk dankzij het schouwspel op het podium, waar zo te zien een van de grootste beeldschermen uit de geschiedenis van de livemuziek op is geplaatst. Astronauten in witte pakken vliegen langs die matzwarte wand omhoog aan kabels en schijnen met zaklampen het publiek in. Dat ziet er gaaf uit. Maar Muse brengt zo’n nummer live ook terug tot de essentie, en dus die schurende riff en de haast sacrale falsetzang van Matt Bellamy.

Misschien is dat nog wel het mooiste van twee uur Muse in Nijmegen. De band zet een megalomaan en spectaculair decor in en futuristische, live gemixte videoclips waarin ook het publiek steeds een rol speelt. Maar bij al dat psychedelische vertoon speelt het trio eigenlijk vrij basale rock, gewoon met zijn drieën; een bas, een gitaar en een drumset. De rondmarcherende blazers die af en toe opduiken, dienen vooral als blikvanger.

De concerten van Muse in bijvoorbeeld de Ziggo Dome, waar in 2016 de drones door de zaal vlogen, zijn vaak net zo conceptueel als de platen: ze vertellen een verhaal, ook dankzij de vernuftige lichtshows en geavanceerde podiumtechniek. In het Goffertpark is de sfeer losser en minder beklemmend. Alsof de band hier dat wereldwijde succes maar eens wil vieren onder een zonnetje, zonder al te veel gesomber over complottheorieën en het einde van de menselijke beschaving.

Het plezier spat eraf, bijvoorbeeld als Matt Bellamy en bassist Chris Wolstenholme even met elkaar staan te smoezen vóór ze de snijdende riff van Hysteria inzetten. Ja, ze hebben lol. Maar intussen bouwen ze dat geëxalteerde Hysteria uit tot een briesend rockmonster, dat makkelijk twee Goffertparken had kunnen inpakken. En dat weer met weinig meer dan die scherp gillende (bas)gitaren en die klaaglijke, soms bijna opera-achtige zanglijnen van Bellamy.

Supermassive Black Hole, weer zo’n stadionstamper, wordt verbeeld als een futuristische racegame, waarin het publiek met Muse heel opgewekt door neonkleurige achtbanen vliegt. En Starlight blijkt een perfect meezingnummer voor een lange zomeravond - zo had Bellamy het toen hij het schreef vast niet bedoeld. Muse kan het eigen werk kennelijk op ieder gewenst niveau afleveren, en dat is knap.

Maar het leukst is vanavond toch de finale, en dat had Muse waarschijnlijk wél zo bedoeld. Het trio knoopt een aantal pure metalriffs aan elkaar, uit al wat oudere liedjes als Stockholm Syndrome, Reapers en bijvoorbeeld Assassin. En verdomd: daar komt achter op het podium ineens een enorm opblaasbaar skelet omhoog, dat daarna met enge lange vingers over de hoofden van publiek en bandleden kietelt.

Het lijkt een soort nageboorte van het bekende metalmonster Eddie, en het slotspektakel van Muse moet dus haast wel worden opgevat als een eerbetoon aan de metalvernieuwers Iron Maiden, aan wie Muse zich kennelijk schatplichtig verklaart. Een mooi gebaar en een vlammend slotbetoog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden