Murdoch: kampioen riooljournalistiek

Is Rupert Murdoch de laatste klassieke krantenman, zoals hij zelf vindt, of eerder een vulgaire moneymaker? Alletwee een beetje, denkt zijn biograaf.

Aan het slot van zijn meer dan vierhonderd pagina’s tellende portret beschrijft biograaf Michael Wolff hoe hij op een ochtend Rupert Murdochs New Yorkse kantoor binnenkomt, voor hun zoveelste gesprek. De 77-jarige mediatycoon zit in hemdsmouwen aan de telefoon, druk bezig een malicieuze roddel na te trekken waarover hij een dag eerder is getipt. Hij maakt energiek notities en vraagt scherp door: Wie kan hij verder bellen? Zullen zij het bevestigen? De feiten graag!

‘Hij kende het vak’, schrijft Wolff. ‘Van hoeveel topmannen van mediaconcerns kon je dat zeggen? Dit was geen vernietiger van de journalistiek, dit was een beoefenaar. Anderzijds probeerde hij iemand te belasteren. De avond tevoren had hij op een dinner-party gehoord dat een belangrijke medewerker van Hillary Clinton compagnon was in een pornobedrijf op internet. Hij had een hekel aan die medewerker en hij had een hekel aan Hillary. Dus was het niet zo belangrijk dat het verhaal vergezocht en tiendehands leek. It was juicy and would slime somebody he thought was... a slime.’

Pikant
Die dubbele contradictie – de eigenaar van een wereldwijd miljardenconcern die met het enthousiasme van een leerling-verslaggever op een pikant klein nieuwtje jaagt, en de toegewijde journalist wiens ware passie vuilspuiterij is – vormt het hoofdthema van The Man Who Owns The News, het merkwaardigste boek dat tot nu toe over Rupert Murdoch is geschreven. Michael Wolff, kritisch columnist van het maandblad Vanity Fair, kreeg tot zijn eigen verrassing alle medewerking van zijn onderwerp: hij mocht Murdoch vele malen interviewen en ook verder werd elke deur voor hem geopend. Wolff kreeg alle belangrijke mensen uit Murdochs omgeving te spreken, inclusief zijn familieleden tot en met zijn 99-jarige moeder in Australië.

‘Hij vroeg niets in ruil voor zijn openheid en medewerking’, schrijft Wolff. ‘Er waren geen beperkingen inzake wat ik kon vragen.’ De auteur hoefde zijn manuscript niet voor publicatie aan Murdoch voor te leggen, laat staan dat die ermee moest instemmen. ‘Er was één vraag die ik aan bijna iedereen stelde: ‘Why do you think he’s doing this?’ Niemand had een goed antwoord.’

Raadsels
Het is niet het enige raadsel dat na lezing van The Man Who Owns The News overblijft. Michael Wolff kan zelf ook niet goed besluiten: dankt Murdoch zijn fabelachtige opgang, van kleinschalige Australische krantenuitgever tot wereldmacht in de multimedia, vooral aan toeval en geluk, of aan zijn visie en zijn zakeninstinct?

Tegen het laatste pleit Wolffs uitgebreide schets van Rupert Murdoch als een krantenman in hart en nieren, haast een fossiel uit het Stenen Tijdperk van de gedrukte journalistiek. Elke dagbladpagina die hij in handen krijgt, gaat hij gretig met de vilstift te lijf: die kop deugt niet, dat bericht had veel groter gemoeten (of veel korter gekund), waarom staat die foto op zo’n verkeerde plek?

Daarentegen gebruikt Murdoch tot op de dag van vandaag geen computer, geen mobiele telefoon en geen e-mail. In 1985 kocht hij de filmmaatschappij Twentieth Century Fox, maar ‘hij was misschien wel de eerste persoon die ooit naar Hollywood kwam zonder enige belangstelling te hebben voor films of sterren of showbusiness’. Het medium televisie interesseert hem net zo weinig, maar dat belette hem niet om zowel in Engeland als in Amerika een dominante positie in de tv-business op te bouwen. Wolff geeft daarvoor in eerste instantie een simpele verklaring: ‘Er waren gewoon niet genoeg kranten meer te koop voor al het kapitaal dat hij beschikbaar had. Vandaar, televisie.’

Maar bij nadere beschouwing speelt ook een ander, minstens zo belangrijk motief mee: wraakzucht. In 1969 laat Murdoch zich door David Frost interviewen voor het dan prille commerciële station London Weekend Television. Het wordt een hardhandig vraaggesprek waarin Frost hem beschuldigt van sleazy journalistiek met zijn laag-bij-de-grondse zondagskrant News of the World. Na afloop weigert Murdoch een glaasje met Frost te drinken (‘We hebben genoeg van je gastvrijheid’), maar bij het weggaan roept hij wel: ‘I will buy this company’ – wat hij een paar jaar later doet.

In Amerika heeft Murdoch jarenlang tevergeefs geprobeerd het gerespecteerde CNN over te nemen van oprichter Ted Turner. Wanneer dat definitief niet lukt, begint hij Fox News, zijn eigen vulgair-conservatieve 24-uurs nieuwszender. Als tv-leek moet Murdoch het runnen van Fox News aan anderen overlaten, maar het wordt wel een buitengewoon lucratieve onderneming, die bovendien een geduchte rol speelt in de Amerikaanse openbare mening.

The Sun
Bij het exploiteren van zijn kranten lijken rendementsoverwegingen veel minder te tellen. In Engeland koopt Murdoch, na News of the World en de hyperordinaire tabloid The Sun, in 1981 ook de meest prestigieuze kranten van het land, The Times en The Sunday Times. Het zijn leuke speeltjes voor zijn politieke grillen (vóór Margaret Thatcher, tegen John Major, vóór Tony Blair), maar jaar in jaar uit zal hij er verlies op lijden.

Dat geldt nog sterker voor zijn avonturen op de Amerikaanse dagbladenmarkt. In december 1976 maakt Murdoch zijn entree in New York met de aankoop van de New York Post, vanouds de gezellige maar nette krant voor joodse intellectuelen en de werkende klasse op de linkervleugel van de Democratische Partij. Hij zet er onmiddellijk zijn eigen mensen neer en tovert de New York Post binnen de kortste keren om tot een rechts-rancuneuze tabloid van het laagste Britse allooi (deze week nog moest de krant diep door het stof voor een cartoon waarin Obama werd geassocieerd met een dol geworden chimpansee; Murdoch bood er persoonlijk zijn excuses voor aan).

De makeover van de Post zal een dure vergissing blijken. ‘De Murdoch-formule’, schrijft Michael Wolff, ‘is gericht op mannen: de agressiviteit, de pin-ups, de sport, de grappen, het nieuws – allemaal voor mannen.’ Maar wie kopen in Amerika waar kranten? Vrouwen bij de kassa van de supermarkt, en die willen vooral soft celebrity gossip. ‘Het is belangrijk om in gedachten te houden hoe pre-modern Murdoch is. He’s a fifties guy. A guy’s guy. From an era when guys talked about guy stuff.’ (Wolff maakt ook minstens drie keer melding van Murdoch’s achterhaalde kledingstijl: onder zijn witte overhemd schemert altijd een ouderwets manneninterlock.)

De verliezen op de New York Post lopen in de miljoenen, tegen 2007 vijftig miljoen dollar per jaar. Het kan Murdoch klaarblijkelijk niets schelen. De krant is zijn evenbeeld en moet dus blijven bestaan. Verslaggevers kunnen zich ongehoord misdragen met drank en vrouwen, de roddelrubriek Page Six moet eigen bekentenissen publiceren over corrupte journalistieke praktijken en het misbruik van de kolommen voor persoonlijke vendetta’s – zonder dat iemand wordt ontslagen. ‘De Post is in zekere zin een perfecte fantasiewereld’, concludeert Wolff. ‘Een tabloid newsroom in een wereld waarin zulke dingen niet meer bestaan.’

Michael Wolff heeft zich door middel van vele tientallen gesprekken overal ter wereld ijverig verdiept in de feiten rondom Murdoch. Maar uiteindelijk geldt zijn fascinatie eerder de mens dan de ondernemer, eerder de tirannieke monarch en de disfunctionele pater familias dan de onstuitbare imperiumbouwer en de politieke manipulator.

Voor de gedegen geschiedschrijving van het Murdoch-concern zullen we op een andere auteur moeten wachten want The Man Who Owns The News is vooral een poging tot psychologische duiding met een scherp oog voor het prikkelende detail.

Die agenda maakt het des te verbazingwekkender dat Wolff zo diep in Murdochs familie heeft kunnen doordringen: zijn 99-jarige moeder Dame Elisabeth (‘that wretched boy of mine’, ‘I don’t care a hang about the newspapers’), zijn volwassen kinderen uit zijn eerste twee huwelijken, Prudence, Elisabeth, Lachlan en James – en zijn derde echtgenote Wendi Deng, de 30-jarige Chinese met wie hij in 1999 op zijn 68ste trouwde en die hem nadien nog twee dochters schonk.

Zij moet volgens Michael Wolff een beslissende achtergrondrol hebben gespeeld in het recentste spektakelstuk waarmee Rupert Murdoch de wereld versteld deed staan: zijn overname van de Wall Street Journal in juli 2007. De aanpak was klassiek Murdochiaans. Op 1 mei 2007 deed hij een absurd hoog bod van 60 dollar per aandeel, bijna twee keer de beurskoers van dat moment. Vervolgens wist hij door niet aflatend geïntrigeer de verschillende takken van het patriciërsgeslacht Bancroft, dat de krant sinds 1902 in zijn bezit had, tegen elkaar uit te spelen. Drie maanden later stemden de Bancrofts uitgeput in met het bod, en zo werd Murdoch eigenaar van de op één na chicste krant van Amerika.

Maar wat moest de wereldkampioen riooljournalistiek met dit veel te duur aangekochte prestigeproduct? Hij zocht een nieuwe omgeving, om niet te zeggen een nieuwe Murdoch, luidt de theorie van Michael Wolff. Wendi’s vrienden en kennissen heetten Bono, Nicole Kidman, Karl Lagerfeld, Mick Jagger, Brad Pitt en zelfs Barack & Michelle Obama – geen mensen die je imponeert met New York Post-koppen zoals Headless Body in Topless Bar.

Het is de kern van Michael Wolff’s visie: Murdoch wordt vaak verweten dat hij de macht van zijn kranten gebruikt om zijn persoonlijke agenda na te jagen. ‘Maar dat mist het grotere punt. Hij gebruikt zijn kranten om zichzelf te veranderen. Het is alsof hij zich zonder krant niet kan uitdrukken – of zich alleen maar kan uitdrukken met een krant. Noch kan hij een krant beschouwen als iets dat los staat van hemzelf. Wat hij kreeg, wat de aandeelhouders van zijn concern News Corp. kregen voor 5,6 miljard dollar, zou een nieuwe, fundamenteel getransformeerde Rupert Murdoch zijn.’

Fantasie
Op 11 maart wordt Murdoch 78 jaar, maar volgens Michael Wolff is er nog altijd één fantasie die hij niet heeft waar gemaakt: The New York Times, eigendom van een nog chiquer geslacht dan de Bancrofts. ‘Iedereen om hem heen blijft tegen hem zeggen dat het kopen van de Times welhaast onmogelijk is. De familie Sulzberger zou nooit van zijn leven... En dan is er ook nog de hoon van de publieke opinie. Maar voor hemzelf is het overduidelijk onweerstaanbaar.’ Niet alleen omdat The New York Times de ultieme krant is om te bezitten, en hij zichzelf als de ultieme kranteneigenaar beschouwt. Maar vooral omdat hij de laatste man op aarde is die van kranten houdt. ‘He is, he believes, the real white knight of newspapers.’

Op 6 februari rapporteerde het Murdoch-concern over het afgelopen kwartaal een verlies van 6,4 miljard dollar. ‘De neergang is heviger en waarschijnlijk langduriger dan wij aanvankelijk dachten’, verklaarde Murdoch. Toch zou ik als lid van de familie Sulzberger, en als redacteur van The New York Times, niet erg gerust zijn op de toekomst.

Rupert Murdoch
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.