Muizen- en nonnenstrontjes op beschuit

'Brabant is prachtig', een 'Kronkel' van Simon Carmiggelt, heeft in Noord-Brabant nooit de lof gekregen die hij verdient. Het is het verhaal van Carmiggelts melkboer, aan de voordeur verteld op zijn eerste werkdag na een ongeëvenaarde vakantie....

Hoe de spijskaart van de Amsterdamse melkboer er tijdens zijn vakantieprecies uitzag in een Brabants dialect, is een onmogelijke vertaalopdracht.Hij heeft Carmiggelt immers niet verteld waar hij precies pension hield.Maar als dat bijvoorbeeld in Oisterwijk was, dan zou het ontbijt als volgtklinken: 'Wit brôod; brêun brôod, zwart brôod; wòrst; kèès; spèk;'n aai; sjèm; haogelslag'

Eigenlijk is dit een gewone Nederlandse zin, uitgesproken met eendialectische tongval. In werkelijke omstandigheden zal de zin één of meerwoorden bevatten die kenmerkend zijn voor een plaatselijk dialect. Met eenvan de recentste delen van het Woordenboek van de Brabantse dialecten(WBD), Eten en drinken, kunnen we die zin reconstrueren: 'Mik;paardenbrood; varkensbrood; sesies; kèès, geruut; 'n tietaai; sjèm;muizenstrontjes...'

De mogelijkheid tot reconstructie is de belangrijkste verdienste van hetWBD, temeer omdat de meeste dialecten tot de bedreigde taalsoorten zijngaan behoren. 'Het dialect is aan zodanige veranderingen onderhevig',schrijven Cor Swanenberg en Michel de Koning in een recente aflevering vanhet kwartaalschrift Brabants, 'dat het in zijn huidige vorm onherroepelijkverdwijnt.' Ze vragen zich af of het Brabants 'rijp voor het museum' is.Als het antwoord bevestigend is, dan is de catalogus van dat museum inieder geval al klaar.

Het eerste deel van het WBD verscheen in 1967, en in december 2005 werdhet afgerond met deel 34: Karakter en gevoelens. De thematische opzet vanhet eerste uur is steeds gehandhaafd, gaandeweg zijn de redacteuren enonderzoekers echter minder aandacht gaan besteden aan de fonetischeweergave, de uitspraak, die grotendeels naar het internet is verplaatst.Dat lijkt een terechte keuze, want het is zeer onwaarschijnlijk dat iemanddie niet uit de omgeving van Oisterwijk komt de eerste vertaling van hetontbijt, hierboven, zonder grondige bestudering van de lokale klankleer opde juiste wijze zal uitspreken. Bovendien bestaat 'het Brabants' natuurlijkniet.

Het onderzoeksgebied van het WBD was het vroegere groothertogdomBrabant, dus inclusief de Belgische provincies Brabant en Antwerpen, en hetonderscheidt binnen die grenzen een twintigtal dialecten, van Peellands totPajottenlands. In werkelijkheid zijn het er veel meer, maar dewerkelijkheid is ook dat het er in hoog tempo veel minder worden. Daaromheeft het inventariseren en in kaart brengen van lokale of regionale taal(het vocabularium) voorrang gekregen.

Hagelslag mag dan in Hoboken 'nonnenstrontjes' heten, als ze inBorgerhout aan het ontbijt gewoon 'hagelslag' op hun beschuit doen, danstaat ook dit standaardwoord in het dialectwoordenboek. De behoefte aandeelstudies die geografisch strenger begrensd zijn - met meer aandacht voorde specifieke uitspraak, etymologie, en vormleer - is door die keuzes enopzet eerder toe- dan afgenomen.

Het Woordenboek van de Limburgse dialecten is op dezelfde leestgeschoeid als het WBD, heeft nog drie delen te gaan en zal in 2007 afgerondzijn met in totaal 39 delen. Een van de best geschreven deelstudies isd'Oerse taol, de taal van Oerle, in de Nederlandse Kempen. A.P. de Bont(1889-1973) publiceerde de drie delen bijna een halve eeuw geleden. Onlangswerd echter na een lange speurtocht een vierde deel in handschriftteruggevonden door Cor Swanenberg: een bestiarium. Over alle dieren in hetOers. Bijna alles, want de uitgave maakt duidelijk dat De Bont nog langniet klaar was.

Toch is het boek ook in onvoltooide vorm een schoolvoorbeeld vandialectstudie in optima forma. Te vaak beperken lokale dialectliefhebberszich tot het opschrijven van wat ze horen, met een accent op dehumoristische implicaties. De Bont plaatste zijn trefwoorden in zijn drieboeken in een brede taalkundige omgeving (fonetiek, etymologie,grammatica), en zet nu in zijn bestiarium met grote toewijding accenten opde culturele context.

Het trefwoord Ezel begint zo: 'Door i-umlaut is het woord ontstaan uitasil (got. Asilus) met substitutie van -la-, -lu-, voor -no- uit Latijnasinus.' Het eindigt met een gedicht van M. Vasalis: 'Stil grazend naasteen grijze rots/ zag ik opeens op hooge beenen/ een jongen ezel, zijn oorenschenen/ doorzichtig, zijn gelaat was trots.' Je zou het niet verwachten,maar Vasalis, Gezelle, Boutens (die de leeuwerik in zijn poëtisch dialecteen 'morgens zingend hart' noemde), Van Maerlant, ze worden uitgebreidaangehaald in De Bonts bestiarium.

Of ook een tweede teruggevonden manuscript van De Bont - een flora -voor uitgave in aanmerking komt, wordt nog onderzocht. De Bont werd in zijntijd door Brabantse dialectologen niet genoeg gewaardeerd. Hij verhuisdenaar Deventer en werd daar geëerd. Hij zal nog weleens op vakantie zijngegaan naar zijn geliefde Oerle. Een 'culinarium' van zijn hand is tot nutoe niet teruggevonden. Als dat ooit gebeurt, zal daar zeker deontboezeming van Carmiggelts melkboer volledig in worden geciteerd.

Ed Schilders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden