Muezzins met humor

Het zijn geen acteurs die in Radio Muezzin spelen. Het zijn échte oproepers tot het gebed, die hun functie bedreigd zien door de radio....

Stefan Kaegi reed in een truck door Amman, zette op enig moment de autoradio aan en hoorde een hoop gekraak. En daarna de oproep tot gebed, de azan. Dat bevreemdde hem. Hoorde niet de muezzin die oproep via de minaret te doen, luid en melodieus, reikend misschien wel tot aan de volgende moskee en verder, waarop de stemmen zich zouden vervlechten tot een welluidend net over de gehele stad? Via de radio ging dat toch niet?

Enige navraag leerde dat dit inmiddels een feit was in Jordanië, en in Syrië ook al: de moderne technologie had de muezzin verdreven van zijn post, in ieder geval wat de oproep tot gebed betrof. De azan was gecentraliseerd; van overheidswege werd een mooie zangstem geselecteerd en via radioluidsprekers over de gelovigen uitgestort. De Zwitserse theatermaker kreeg prompt een idee voor een volgende voorstelling bij zijn gezelschap Rimini Protokoll.

Radio Muezzin is inmiddels een feit, en geselecteerd voor het Holland Festival. Onder meer. Want tijdens het – telefonische – gesprek met Kaegi (die in Wenen de première van zijn nieuwste project begeleidt) staat de voorstelling in Porto in het kader van een uitgebreide festivaltour, die eerder onder andere langs Brussel liep.

Radio Muezzin is enthousiast ontvangen, en dat verbaast niet: het is een fraaie, ingetogen, innemende productie, waarin drie mannen centraal staan die vertellen van hun leven als muezzin in de Egyptische hoofdstad Caïro, waar ook centralisatie dreigt.

Radio Muezzin is typisch Rimini Protokoll. Sinds het ontstaan van de groep in 2001, werken Kaegi (1972), Helgard Haug (1969) en Daniel Wetzel (1969) bijvoorbeeld alleen met ‘experts’, dat wil zeggen: met mensen uit de beroepsgroep, of (werk-)omgeving waarover de voorstelling gaat. Reality Trend wordt het wel genoemd, documentair theater, ervaringstheater ook wel, in ieder geval heeft het plaats in de zone tussen werkelijkheid en fictie.

Dat leidt soms tot de meest onverwachte gewaarwordingen. In Call Cutta in a Box (2008), bijvoorbeeld, werd je als ‘toeschouwer’ een kantoortje binnengeleid waar je binnen de kortste keren verwikkeld was in een één-op-één gesprek met iemand uit een callcenter in Calcutta. Dat kon leiden tot situaties waarin je jezelf terugvond in een opmerkelijk openhartige biecht over wat je allemaal fout had gedaan in je leven, of kwelend verzeild raakte in een sentimenteel lied van Oostblokorigine, om uiteindelijk het pand te verlaten, stukken wijzer over het dagelijks bestaan van een callcenteragent, die er nota bene een inwonende huishoudster op na hield.

In Sabenation (2004) volgde het publiek de bezorgde werknemers van de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena, wier identiteit zo ongeveer samen met het zieltogende bedrijf ten onder dreigde te gaan.

Sommige producties zijn op locatie; de vrachtwagen waarin Kaegi zich bevond toen hij het idee kreeg voor Radio Muezzin bijvoorbeeld, was wezenlijk onderdeel van Cargo Sofia, waarin je je door Bulgaarse truckers laat inspireren. Andere zijn ‘gewoon’ in een (theater-)zaal zoals 100 Prozent Wien, waarin honderd Weners ten tonele worden gevoerd in een bijna ‘opera-achtige setting’, aldus Kaegi. Dan weer werken ze met z’n drieën, dan weer apart, onder de Rimini-noemer over de hele wereld.

Hij verklaart, half schertsend: ‘Het heeft allemaal te maken met Giessen, waar we toegepaste theaterwetenschap gingen studeren. Verder kun je er niets. Je wilt eigenlijk niet eens naar buiten, zo lelijk is het er. En acteurs waren er ook al niet. Dus zijn we theater gaan maken met de mogelijkheden en de mensen die er wel waren.

‘Theater draait bij ons niet om de virtuositeit van het spel, niet om vakmanschap in de traditionele zin. Hoewel we wel repeteren, gaat het er niet om alles helemaal in het gareel te krijgen, zodanig dat je ‘veilig’ het toneel op kunt omdat je zoveel mogelijk risico hebt geëlimineerd. Bij ons blijft het iedere keer: ‘trying out’, nieuwe dingen proberen, eerder dan herhalen-herhalen-herhalen.

‘We willen kijken: waar zit het theater in het dagelijks leven, waar zit het theater in jouw leven. In het verlies van je stewardessenuniform en je corporate-identity, in het feit dat je prestige inlevert als je als muezzin je stem verliest. Het heeft altijd een sociaal-maatschappelijke achtergrond of context.

‘En van te voren weten we niet welke vorm een idee zal aannemen. De ene keer gaat het létterlijk over communicatielijnen, de andere keer laten we mensen kijken naar een theater dat eigenlijk al kant-en-klaar is: een aandeelhoudersvergadering van Daimler, dat de Shakespeariaanse constructies al in zich draagt. En dan weer volgen we sprinkhanen via een schildpad met een camera op z’n rug.’

‘Zo willen we een van de donkere wanden van de zwarte doos doorbreken, neerhalen. En met een verrekijker scherpstellen op iets dat daarbuiten aan de hand is. Een frame vinden voor iets waarvan we vinden dat het waard is om bekeken te worden.’

Met de organisatie en de casting gaat dan de meeste tijd gemoeid, zegt hij. En dat geloof je grif, als je ziet wat Rimini Protokoll niet-acteurs kan laten doen. Relativerend: ‘Zo moeilijk is het ook weer niet. Vaak vragen we mensen over hun leven te praten. Sommigen kunnen dat zo goed, dat ze dan voor ons ook weer afvallen. Er moet een zekere fragiliteit zijn, een kwetsbaarheid.’

Dat is bij de mannen uit Radio Muezzin stuk voor stuk het geval. De een is een blinde Koranleraar, die per minibus naar zijn moskee komt, een barre tocht van twee uur per dag; de volgende een oud-tankbestuurder van boeren komaf. De derde kwam tot de moskee na een ongeluk waarbij hij oogletsel opliep – een voorval waarover hij nu smakelijk kan vertellen.

Dat valt steeds op: de muezzins relativeren veel, hebben gevoel voor humor, reflectie. Tegen de achterwand zie je filmfragmenten die van een niet per se eenvoudig, haast armoedig bestaan getuigen. Maar klagen doen ze niet, ze leven in het nu, en met verve. En ze zijn er openhartig over, in een maatschappij die dat helemaal niet zo is.

Aanvankelijk was er nog een vierde muezzin aanwezig op toneel: een bodybuilder met een gouden stem, iemand uit hogere sociale kring. Het botste met hem, en hij verliet het project. Dat gegeven is meegenomen in de voorstelling; zijn verhaal wordt wel verteld, er zijn glamoureuze foto’s van zijn leven. Je kunt je indenken dat het niet boterde met de anderen. Toch had Kaegi die breuk niet verwacht, toen hij via deze vier biografieën dit bepaalde deel van een samenleving wilde belichten.

Maar met deze manier van theatermaken heb je nu eenmaal niet alles in de hand. ‘Deze mannen zijn weliswaar gelovig, maar het geloof is niet alles. Wel hebben ze een specifiek soort spirituele kalmte, en die hebben ze in de voorstelling ingebracht. Daar moest ik zelf eerst aan wennen, maar ik vind het nu mooi.’

Het is zo ook moeilijk bepalen welke voorstelling de meeste geslaagde is, omdat ze steeds veranderen. Kaegi: ‘Soms heb je opeens een favoriet moment, een favoriete avond. Laatst maakte de schildpad een schuiver langs de sprinkhanen, met die camera op z’n schild. Dat was een erg grappig beeld. Uiteindelijk kwam-ie weer prachtig op z’n pootjes terecht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden