'Morse laten sterven was niet echt moeilijk'

Met Last Bus to Woodstock begon in 1975 de opmars van Morse. In dertien boeken, een verhalenbundel en 32 tv-afleveringen werd de knorrige hoofdinspecteur - mede dankzij de acteur John Thaw - ongekend populair....

COLIN DEXTER is moe. Moe van de al bijna zeven weken durende promotietournee door Groot-Brittannië. Gisteren Belfast, vandaag Londen, morgen weer een andere stad, weer andere toehoorders. En moe misschien ook van die steeds terugkerende vraag: waarom is Chief-Inspector Endeavour Morse niet langer meer onder ons?

Morse is dood en iedereen weet onderhand whodunnit: Colin Dexter. Met als moordwapen zijn pen. Hoewel, van moord is natuurlijk geen sprake. Morse overlijdt in een ziekenhuisbed aan een hartaanval. En als zijn hart hem niet in de steek had gelaten, dan was het vocht in zijn longen hem fataal geworden, of zouden zijn lever of zijn nieren zijn bezweken. Wanneer suikerpatiënt Morse kort voor zijn dood per testament zijn lichaam aan de medische wetenschap wil nalaten, probeert die wetenschap hem op andere gedachten te brengen. Het zegt genoeg over zijn lichamelijke conditie.

Dexter: 'Het werd tijd dat hij doodging. Hij zorgde gewoon niet goed voor zichzelf, dronk buitensporig veel alcohol, stopte de laatste dertien jaar iedere dag met roken. Ja, hij verdiende echt dood te gaan. En hij werd ook een dagje ouder. Toen ik in 1973 over hem begon te schrijven, plaatste ik hem ergens halverwege de veertig. Dus is hij nu tegen de zeventig.'

In het voorlaatste boek, Death is now my Neighbour, is Morse echter 58, dus zou hij nu 61 zijn. 'Heb ik dat geschreven? Ik raak af en toe het spoor weleens bijster. Maar dan nog was het tijd voor Morse om te stoppen. Er zijn genoeg doden gevallen in Oxford. Murder City Number One. In totaal, inclusief de tv-serie, waren het er 81. Stel je voor, 81 lijkzakken. De hoogste tijd voor Oxford om weer een veilige stad te worden.' Met welke uitspraak niet iedereen het eens is. Toen Dexter een lid van het college van de Oxford-universiteit vroeg of hij niet te veel van diens collega's in zijn boeken had vermoord, kreeg hij als antwoord: 'Nog lang niet genoeg!'

Vergeleken met onze eerste ontmoeting, in mei 1993, is Colin Dexter merkbaar ouder geworden. Zijn gezondheid is de laatste jaren wankel, maar hij vindt dat geen onderwerp van gesprek. Hartelijk en gastvrij is hij nog onverminderd. Geïnteresseerd vraagt hij welke speciale missie me naar Londen brengt. Wanneer ik hem op dit interview wijs, raakt hij zichtbaar verlegen. Helemaal uit Amsterdam alleen voor hem?

We zitten in een van de intieme schrijfkamertjes van het Durrants Hotel, met donkerbruine lambrizering en plafond, met open haard, lederen fauteuils, frivole schilderijen, en met de sfeer van de negentiende eeuw, Dexters geliefde eeuw, want 'een sentimentele eeuw en ik ben ook sentimenteel'. Het is Poppy Day, de viering van de wapenstilstand in 1918; buiten passeren Londenaren met een klaproos op hun revers. Het roept bij Dexter herinneringen op aan zijn vader, een taxichauffeur uit Stamford, die bij Ieper in de loopgraven lag.

Alsof sprake was van een befaamde landgenoot van vlees en bloed luidden Engelse dag- en weekbladen Morse onlangs met lange In Memoriams en beschouwingen uit. Daarbij liepen Dexter en zijn creatie menige keer in elkaar over.

The Sunday Telegraph wist zelfs zeker dat de schrijver er voor paste overleefd te worden door een man met dezelfde drinkgewoonten. Morse dus, genoemd naar Sir Jeremy Morse, voormalig voorzitter van Lloyds Bank en ooit een geduchte concurrent van Dexter bij het oplossen van de fameuze cryptogrammen van The Observer, net als Mrs B. Lewis.

De overeenkomsten zijn frappant. Toen Dexter een paar jaar terug suikerpatiënt werd, onderging Morse hetzelfde lot. Dexter negeerde lange tijd het medische advies wat zuiniger met alcohol om te springen. Morse bleek even halsstarrig. Dexter: 'Tenzij je een genie bent - en dat ben ik niet - ben je geneigd semi-autobiografisch te schrijven. Ik deel de visie van Morse op politiek en godsdienst, ik deel zijn liefde voor boozing, vrouwen, Wagner en cryptogrammen, zijn afkeer van conservatieven, tv en zwerfvuil. Maar hij was vrijgezel en ik ben al 43 jaar gelukkig getrouwd. En hij heeft bepaalde karaktertrekken die ik hoop niet te hebben. Hij zegt nooit dankjewel, hij mist iedere vorm van dankbaarheid of hoffelijkheid, hij is geen teamspeler en in de pub is hij vreselijk wanneer het op betalen aankomt. Poor old Lewis draait op voor alle rondjes.

'Ik heb Morse als persoon nooit té attractief willen maken. Maar juist vanwege zijn fouten en zijn gemopper zijn veel mensen op hem gesteld. Meer dan wanneer hij een goody-goody man was geweest, een goedzak. Natuurlijk speelt John Thaw daarbij een belangrijke rol. Vrouwen vooral mogen Thaw, en niet alleen omdat hij een uitstekende acteur is. Ze voelen zich seksueel tot hem aangetrokken, vallen voor hem. Hij heeft overigens in werkelijkheid ook veel weg van Morse. Hij leeft op zichzelf, is wat melancholiek, een beetje pessimistisch over de toekomst van deze wereld en heel gevoelig voor muziek.'

John Thaw speelde in alle 32 tv-afleveringen de rol van Morse en zal er in het voorjaar van 2000 ook bij zijn wanneer The Remorseful Day wordt verfilmd. In de verfilming van The Wench is Dead (1998) ontbrak de vaste vertolker van Detective-Sergeant Lewis, Kevin Whately. Hij was vervangen door Matthew Finney. De acteur liet zelf doorschemeren onderhand genoeg te hebben van Lewis, volgens Thaw was een financiële controverse de oorzaak en Dexter legt de schuld bij Whately's manager. Hoe dan ook, het tweetal wordt over enkele maanden weer herenigd voor de zwanenzang van Morse.

In The Sunday Telegraph schreef P.D. James, de koningin-moeder van de misdaadliteratuur, dat het heel wat moed vereist om een romanheld van kant te maken. Ze prees Dexter voor de waardige wijze waarop hij zijn held naar diens einde begeleidde. De schrijver lacht weemoedig. 'Morse is natuurlijk heel lang bij me geweest. Maar het was niet echt moeilijk hem dood te laten gaan. We gaan allemaal op een dag dood. De enige persoon die niet dood hoeft te gaan, althans van mij niet, ben ikzelf. Maar de rest van ons gaat dood en dus ook Morse.

'En net als met iedereen word ik er niet beter op naarmate ik ouder word. Het schrijven gaat me moeilijker af, ik krijg minder invallen, en dat is echt een probleem. Bovendien heb ik genoeg gezegd over Morse. Niet dat ik hem beu was, maar ik heb alles al een keer opgeschreven. Zijn schelden op politiek en godsdienst, de drank, de vrouwen, de relaties. Het begon op cliché-schrijven te lijken. Iedereen weet dat hij in de pub nooit voor zichzelf betaalt, en toch schreef ik het weer op. Daarom denk ik dat ik genoeg heb gezegd over Morse en Lewis. Daar hoeft niets meer aan toegevoegd te worden.'

Eerlijk gezegd betreurt hij de dood van Morse niet echt, nee, hij heeft veel meer medelijden met Lewis. 'The Remorseful Day is een triest boek voor Lewis, méér dan voor Morse. Daar zijn de meeste recensenten aan voorbijgegaan.' In het begin van het boek weigert Morse het onderzoek naar de moord op een verpleegster - hem welbekend - op zich te nemen. Lewis denkt er het zijne van, wanneer hij de handboeien meent te herkennen waarmee de vrouw aan haar bed is geketend. Naarmate het verhaal vordert, ontdekt Lewis dat hij niet alleen achter de feiten, maar vooral achter Morse aanloopt. De hoofdinspecteur is hem bij iedere nieuwe ontwikkeling een stap voor, ook al houdt hij zich officieel afzijdig.

Dexter: 'Tegen het einde denkt Lewis dat hij de oplossing weet, maar hij heeft het mis en blijkt dan nog steeds achter te lopen op Morse, ook al is die inmiddels dood. Pas op de laatste twee bladzijden realiseer je je wat Morse wist en wat Lewis niet wist. En Lewis ervaart dat als heel pijnlijk; opnieuw is hij de mindere van zijn baas en zoals gewoonlijk heeft hij hem weer niet begrepen. Ik denk dat dit het meest trieste van het boek is. In ieder geval voor mij.'

Kenmerkend voor Dexters boeken zijn de citaten en quotes waarmee ieder hoofdstuk - The Remorseful Day telt er tachtig - niet alleen wordt ingeleid, maar ook nog eens gekarakteriseerd. De bronnen zijn zeer divers: van Tennyson en Shakespeare tot krantenkoppen en schoolboeken. Het moet een hels gezoek zijn om iedere keer weer dat adequate citaat te vinden, ook al ben je een belezen man. Gniffelend: 'Ik heb een hoop zelf bedacht. Als ik vastliep, verzon ik er een, en soms deed ik dat ook als ik niet vastliep. In dit laatste boek staan een stuk of vier verzonnen quotes over opvoeding en onderwijs. En niemand maakt er zich druk over zolang je er HMSO (Her Majesty's Stationery Office) onder zet.'

Zo opent The Remorseful Day met een kwatrijn uit het gedicht The Nurse van Edmund Raikes (1537-1565). Dexter: 'Er heeft nooit zo iemand bestaan.' Een van de motto's van het boek ontleende hij aan de roman On the Dole in Darlington van David Mackenzie. 'Dat boek bestaat helemaal niet. MacKenzie wel, hij is een oude vriend.'

De fraaiste mystificatie is Diogenes Small, in menig Morse-boek geciteerd. Small schreef boeken als Reflections en The Joys of Occasional Idleness, een groot aantal woordenboeken, de geschiedenis van Europa en tal van literaire werken. Volgens hoofdstuk 7 van The Jewel that Was Ours is Small (!) slechts vijftien jaar geworden, 1797-1812. In The Remorseful Day laat Dexter hem nog vroeger sterven: 1797-1805 (hoofdstuk 43). Dexter: 'Recensent noch lezer heeft het ooit gemerkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden