Review

Morrissey keek in zijn blote bast toe en zag dat het goed was

Zijn band speelde solide en hard, en Morrissey zong zeer krachtig maar er zat weinig dynamiek in zijn stem.

Morrissey eerder deze maand in Rome, Italië. Beeld epa

Ruim 23 jaar na zijn eerste Nederlandse concert als soloartiest was Morrissey dinsdag weer terug in hetzelfde Utrechtse Vredenburg. 'Jullie zijn te jong om het je te herinneren', grapte hij tegen een publiek vol veertig-plussers, 'maar ik ben al eerder in Utrecht geweest.' Ook toen was het bijzonder, maar zo gedreven en goed bij stem als nu was Morrissey nog nooit in Nederland.

Vanaf het begin wist je eigenlijk al dat hij er bijzonder veel zin in had. 'How Do You Do', zong hij de hit van 'onze' Mouth And MacNeal (1971) na om vervolgens met veel overtuiging los te gaan in The Queen Is Dead, het titelnummer van het meest geliefde album van The Smiths (1986).

Het repertoire van The Smiths, die van 1982 tot 1987 bestonden, heel kort dus, daar is Morrissey als soloartiest ook na zevenentwintig jaar nooit helemaal los van gekomen. Domweg omdat hij zonder de essentiële gitarist en componist Johnny Marr niet eenzelfde sprankeling in zijn eigen liedjes heeft gekregen.

Maar Suedehead (1988), nu als tweede liedje gespeeld kreeg de bijval van een Smiths-klassieker, net als die ene regel uit Heaven Knows I'm Miserable Now, in de stilte die viel halverwege het ijzige Speedway.

Morrissey eerder deze maand in Rome. Beeld epa

En toen was het tijd voor een fors deel van zijn nieuwe, erg sterke, plaat World Peace Is None Of Your Business. Nummers als Istanbul en Neal Cassady Drops Dead werden door Morrissey met veel passie gezongen maar het kostte hem toch moeite de euforie van het eerste kwartier vast te houden. Hoe sterk ook, het nieuwe materiaal is nog niet bij iedereen even goed geland. En los van een met de jaren steeds agressiever vertolkte Meat Is Murder, nu voorzien van gruwelijke beelden uit de bio-industrie, was Morrissey zuinig met zijn bekendste liedjes.

Het leek er zelfs op dat hij vooral die nummers had geselecteerd die hij in een zelfde tempo en toonsoort kon brengen. Zijn band speelde solide en hard, en Morrissey zong weliswaar zeer krachtig maar er zat weinig dynamiek in zijn stem.

Die wat beperkte variatie was het enige minpuntje op een avond die even magistraal eindigde als dat ie begonnen was. In Asleep, een Smiths b-kantje, vond Morrissey de juiste rustige toon en bracht hij de zaal in vervoering, waarna Everyday Is Like Sunday, een van Morrisseys allerbeste liedjes, de ideale uitsmijter bleek.

Morrissey trok zijn shirt uit en gooide het, zoals gebruikelijk, in het publiek. Hij keek in zijn blote bast even hoe er om gevochten werd en zag dat het goed was.

Morrissey. Tivoli Vredenburg, Utrecht, 28 oktober.

Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden