Moordenaars terug op de akker

In zijn derde en meest indrukwekkende werk over de Rwandese genocide beschrijft de Franse journalist Jean Hatzfeld de vreemde gevoelens van daders en slachtoffers die weer naast elkaar wonen....

Marnix de Bruyne

‘Ze zijn zwijgzaam, ze zaaien geen haat meer, maar ze gooien het zaad niet weg.’ Droogjes beschrijft een overlevende van de genocide in Rwanda van 1994 de Hutu-moordenaars die met hun machetes familieleden en vrienden doorkliefden, maar nu weer buren en dorpsgenoten zijn.

Het is een van de vele rake observaties in De strategie van de Antilopen van Jean Hatzfeld, oorlogsverslaggever voor het Franse dagblad Libération. Het is Hatzfelds derde boek over de genocide. Hij keert hierin terug naar het district Nyamata, nabij de hoofdstad Kigali. Het is ruim twee jaar na het besluit van de Rwandese regering duizenden gevangenen vrij te laten die moorden hebben bekend, als onderdeel van de van hogerhand opgelegde verzoeningspolitiek.

In de dorpen die ze in 1994 ontvluchtten nadat de Tutsi-strijders van de huidige president Kagame een eind aan de genocide maakten, proberen de Hutu-daders het gewone leven weer op te pakken. Ze zwijgen over het verleden. In speciale bijeenkomsten van de autoriteiten is hen geleerd de overlevenden te ontzien en hen niet te provoceren. Maar eigenbelang en angst voor wraak zijn even vaak hun motieven. Uitzondering is Leopord, die in Congo een religieuze openbaring kreeg en sindsdien boete deed door alles over de moordpartijen te vertellen. Het maakte hem tot waardevolle bron voor de autoriteiten. Op een dag wordt hij doodgeschoten, vermoedelijk door een van zijn oude makkers die hij heeft aangegeven.

Het hoofdstuk over Leopord is fascinerend, maar nog meer indruk maken de verhalen van de overlevenden. De genocide in Rwanda, ‘land van de duizend heuvelen’, is het verhaal van de duizend slachtingen: overal ging het anders toe. In Nyamata vluchtten duizenden Tutsi’s de moerassen in. Tweeënhalfduizend overleefden de dagelijkse drijfjachten door zich muisstil te houden, tot hun nek in de modder, verborgen onder papyrusbladen. Maar dit ‘leven als zwijnen’ kende een overtreffende trap. Zesduizend Tutsi’s die op 11 april 1994 de heuvel Kayumba op vluchtten, merkten tot hun afgrijzen dat ze geen kant op konden: de met dun bos begroeide heuvel was omringd door dorpen met Hutu’s, die elke ochtend hun hakmessen weer oppakten. Na weken rondrennen, soms letterlijk voor de zwaaiende messen uit, als groepjes antilopen die aan leeuwen trachten te ontkomen, waren er nog twintig in leven.

Hatzfield laat twee van hen uitgebreid aan het woord. Alleen al hun gevoelens en gedachten maken De strategie van de antilopen tot een van de indrukwekkendste werken die over de genocide zijn verschenen. Maar even waardevol zijn de observaties over het heden. De door Tutsi’s geleide Rwandese regering zag zich na de genocide geconfronteerd met een bevolking van ‘schuldige’ Hutu’s van wie er meer dan tweemaal zo veel zijn als Tutsi’s, en met talloze hectares braakliggend land, waar vroeger voedsel werd verbouwd.

Ze had geen andere keus dan de moordenaars, veelal harde werkers met meer kennis van landbouw dan de veehoudende Tutsi’s, weer te laten neerstrijken op hun geboortegrond. Tijdens zittingen van volksgerichten konden zij en hun meelopers gratie krijgen in ruil voor bekentenissen.

De overlevenden begrijpen de aanpak van de regering, maar zien hoeveel gelogen en verzwegen wordt . Ook zien ze hoe de moordenaars weer welvarend worden, terwijl zij moeite hebben hun levenslust te herwinnen. Ze zien nog een tweedeling ontstaan, die tussen overlevende Tutsi’s en Tutsi’s die uit ballingschap terugkeerden en nu de touwtjes in handen hebben. ‘Ze zijn beducht voor de Hutu’s, maar ze zijn niet bang voor ze en dat is in hun voordeel; ze gaan gemoedelijk met de Hutu’s om, ze hebben alleen de toekomst voor ogen, ze besturen het land’, zegt Tutsi-overlevende Innocent.

In hun prachtige observaties en vergelijkingen overheerst gelatenheid en bitterheid, vooral over het gebrek aan berouw bij de Hutu’s. Van verzoening en vergeving, waarvan Zuid-Afrika roerende voorbeelden kent, is nauwelijks sprake. Zoals overlevende Claudine zegt over de Hutu-moordenaars: ‘Ik zou in staat zijn om toe te kijken als ze één voor een in het openbaar werden gefusilleerd.Marnix de Bruyne

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden