Mooimooimooi

De Vlaamse schilder Luc Tuymans houdt ervan zijn werk uit te leggen, en gaat zo soms voor de beschouwer staan....

Schilder Luc Tuymans (Mortsel, 1950) is iemand die op zijn visuele geheugen durft te vertrouwen. Tuymans kan naar de televisie kijken, naar (kranten)foto's en films, of gewoon naar een plant in zijn vensterbank, een stuk pakpapier, een ansichtkaart, een medische encyclopedie, zonder dat hij bang is iets over het hoofd te zien. Van wat hij ziet blijven beelden hangen in zijn hoofd. Het zijn niet de létterlijke beelden, met alle details precies daar waar ze zaten toen hij ze zag; het zijn meer impressies van wat hij heeft gezien, of, zoals Tuymans ze zelf eens noemde, 'nabeelden'.

Van die nabeelden maakt hij in zijn atelier ni¿euwe beelden. Deze manier van werken levert meer op dan wanneer Tuymans de beelden van televisie of foto's uit de krant detail voor detail zou naschilderen, zoals de Duitse schilder Gerhard Richter doet, of de Amerikaanse fotorealist Chuck Close.

Op de schilderijen van Tuymans wordt de werkelijkheid ingekleurd door zijn geheugen. Dat hij bepaalde details daarbij over het hoofd ziet, betekent alleen dat ze te futiel waren om te onthouden. Daardoor winnen de details die wél op het schilderij zijn te zien aan belangrijkheid.

Wat geldt voor zijn afzonderlijke schilderijen, geldt in zekere mate ook voor Tuymans nieuwste tentoonstelling, een groot retrospectief in de Londense Tate Modern - tenminste, dat is de bedoeling. Aan de Thameszijde van het gebouw, in zalen waarvan de ramen op Tuymans' verzoek niet zijn afgeschermd door witte doeken, hangen een stuk of tachtig schilderijen van de laatste vijftien jaar. Niet chronologisch geordend, maar door elkaar, eigenlijk zonder dat je het doorhebt.

Dat is mogelijk doordat Tuymans' stijl door de jaren heen nauwelijks is veranderd. Vanaf 1985, het jaar waarin hij zijn eerste tentoonstelling had, en eigenlijk ook al daarvoor, toen hij nog niet naar buiten trad met zijn werk, schilderde hij wat hij nu nog schildert: zowel banale als beladen voorstellingen in een wat onbeholpen, vaak filmische stijl op klein formaat doek, met dunne olieverf in schrale en wazige kleuren, en meestal gericht op het object dat van alle overbodigheden is gestript. Zelfs de mensen op zijn schilderijen verworden tot voorwerpen, omdat ze maar voor de helft worden afgebeeld (slechts een borst, een been, een torso) of omdat hun uiterlijk zo geminimaliseerd en afstandelijk op het doek is gekwast dat ze nauwelijks menselijk overkomen.

Tuymans kleine werken zijn soms meer sculpturen dan schilderijen, vooral wanneer je ze van de zijkant bekijkt. Het doek zit losjes om het dikke spieraam gebonden en is vastgemaakt met spijkertjes, alsof het de verpakking van een cadeautje is. Je zou het willen lospeuteren om te zien wat zich binnenin bevindt, omdat het vanbuiten vaak zo onbegrijpelijk is.

Pas de laatste jaren is een verandering opgetreden. Voor de Documenta 11 (2002) in Kassel produceerde Tuymans, tot verbazing van iedereen, een joekel van een doek, een recht-voorz'n-raap klassiek geschilderd stilleven. Terwijl iedereen verwacht had dat hij zou reageren op de recente gebeurtenissen: de aanslagen in New York en Washington. Want naast stillevens en kale kamers verwerkte Tuymans ook meerdere malen de politiek en zelfs de Tweede Wereldoorlog in zijn doeken, zij het op zijn eigen, verhullende manier.

Nu hangt het doek hier in Tate Modern, en inderdaad: het is een breuk met zijn andere werk. Toch is het ook, door de vale kleuren en het alledaagse onderwerp, onmiddellijk herkenbaar als 'een Tuymans'. Net zoals de muurschildering van Mickey Mouse die de kunstenaar vorig jaar maakte in een tentoonstellingsruimte in het Franse Clermont Ferrand nog wel een afbeelding van de overbekende muis was, maar tegelijkertijd een Tuymans-muis met een bekend gezicht was geworden.

Die stilistische eenheid is altijd de sterke kant van zijn werk geweest en ze is ook de kracht achter het retrospectief in Londen. De bezoeker kan er door de zalen dwalen en zich verbazen over hoe ver sommige werken van elkaar verwijderd zijn in jaren, en hoe dicht ze elkaar naderen in stijl en toon. Zo sluit het doek Der Architekt uit 1997/98 naadloos aan op het drieluik Recherche van bijna tien jaar eerder, vanwege het heikele onderwerp (de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog die eigenlijk niet kunnen worden weergegeven) en ook vanwege de geminimaliseerde schilderstijl.

Toch is dit retrospectief geen makkelijke tentoonstelling. Want hoewel Tuymans in zijn werk volledig vertrouwt op zijn eigen visuele geheugen, lijkt hij dat van zijn publiek niet hoog in te schatten. Hij heeft, sinds hij besloot in de openbaarheid te treden en prompt een hype werd, altijd veel gepraat over zijn werk, er veel uitleg over gegeven. Tekst en betekenis zijn belangrijk voor hem. Achter elk schilderij gaat een verhaal schuil, elke titel geeft een stukje weg van de puzzel die zijn werk vaak is.

Ook in Tate Modern is volop uitleg aanwezig, in de catalogus, in een tentoonstellingsboekje, op borden in de tentoonstellingszalen. En hoewel die hoeveelheid informatie standaard is bij elke expositie in de Tate, kun je je afvragen of ze nog nódig zijn, al die extra woorden. Schiet de bezoeker er iets mee op, of belemmert het hem juist in het kijken, in het op zijn eigen manier interpreteren van beelden, zoals de kunstenaar zijn eigen 'nabeeld' maakt van de beelden die hi¿j ziet.

Zelf heeft Tuymans daar wel het gevaar van ingezien. 'Ik ben altijd heel open over mijn werk geweest', zei hij ooit in het Belgische tijdschrift Knack. 'Misschien is dat fout geweest: sommige

mensen vormen zich dan al een beeld van je werk vóór ze het gezien hebben'. Maar hij is er niet minder om gaan praten.

En zo is de tentoonstelling in Tate Modern behalve een retrospectief van een van de belangrijkste kunstenaars van België, ook een tentoonstelling geworden over de vraag hoe het publiek naar kunst moet kijken: blanco of met 'ballast'?

Draagt de bezoeker een rugzak vol woorden met zich mee, en tollen de zinnen van Tuymans bij het bekijken van de tentoonstelling door zijn hoofd, dan komt hij voor verrassingen te staan. Want niemand, ook Tuymans niet, is helemaal consequent in wat hij zegt.

Zelf heeft hij bijvoorbeeld zijn schilderij Gaskamer uit 1986 omschreven als een 'warm, poëtisch doekje'. Goed, dat kan. Maar al bij de eerste aanblik ontstaat een probleem. Dit werk is met de beste wil van de wereld niet warm te krijgen, het is zelfs uitermate koud en koel, ook al beseft de bezoeker pas na het lezen van de titel waar hij naar staat te kijken. Die afstandelijkheid heeft Tuymans nu juist van begin af aan gecultiveerd - zegt hij. Hij heeft er een hekel aan als mensen zijn werk associëren met 'poëzie' en 'intimiteit'. Dat hij zelf precies die woorden in de mond neemt, maakt hem blijkbaar niets uit.

Ook heeft Tuymans zich vanaf het begin verzet tegen het creëren van een eigen esthetiek. Hij schilderde expres zo onbeholpen, brak een lans voor schilderkunst die haar tekortkomingen liet zien. Maar een paar jaar geleden wemelde het op de kunstacademies van de Tuymansklonen.

En bovendien: veel van zijn schilderijen zi¿jn gewoon mooi. Mooi van techniek, mooi van compositie, mooi van kleur, mooimooimooi, zoals de gifgroene orchidee uit 1998, die niet voor niets het omslag van de catalogus siert.

'Laat ik eens, uit geveinsde en niet geheel belangeloze kwaadaardigheid, dit artikel aanvangen met een belediging', schrijft kunstcriticus Bernard Dewulf in een essay over Tuymans. 'Ik vind het werk van Luc Tuymans mooi. Ik ben het wezen bekijken op een overzichtstentoonstelling en ik vind het prachtig. (. . .) Betekent zulks dat wij beiden, de schilder en ik, een probleem hebben?'

Op het gevaar af als een politicus te klinken: Ja! En nee. Het is misschien wat flauw om iemand zo op zijn woord te pakken. Maar wat moet de museumbezoeker wanneer die woorden de beelden dreigen te verdringen? Wat moet hij aannemen en wat niet? Hoe moet hij kijken?

Hij kan besluiten zich niets aan te trekken van Tuymans' uitleg. En accepteren dat hij zich soms zal afvragen waar hij in vredesnaam naar staat te kijken. Of hij kan zich laten meevoeren op de stroom van woorden en zijn herinnering aan de tentoonstelling door de kunstenaar laten inkleuren.

Wat dat betreft is het gesprek tussen een viertal Engelse kunstenaars over Tuymans werk in Tate etc., een door Tate uitgegeven tijdschrift, verfrissend - en op een bepaalde manier ook geruststellend. 'Ik heb niet het gevoel dat ik ook echt alles waar hij het over heeft, moet lezen in zijn schilderijen', zegt Chris Ofili, in 1998 winnaar van de Turner Prize met schilderijen van olifantenpoep.

En Peter Doig, schilder van James Ensorachtige taferelen zegt het zo: 'Het hangt ervan af wat je wilt. Kies je voor de statements of voor de schilderijen? Ik weet dat je beiden kunt doen, maar er komt onvermijdelijk een moment dat je voor zo'n schilderij staat en ernaar kijkt, toch? Wil je op dat moment ijverig zijn statements reciteren, terwijl je probeert je alles wat hij erover gezegd heeft te herinneren? Of ben je bereid alleen op te nemen wat je ziet en uit te vinden hoe dat jou beïnvloedt?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden