Mooi weer vandaag is een lieve, soms tedere voorstelling, maar wordt zelden echt schrijnend

Theater - Mooi weer vandaag (David Story)

Van het bezonken toneelstuk Home uit 1970 maakt Bruun Kuijt een blijspel, vooral gericht op de snelheid en de lach. Zo'n beetje elk personage heeft krasjes op de ziel, maar echt schrijnend wordt het nergens.

Mooi weer vandaag Foto Ben van Duin

Het is een enorme stijlbreuk, halverwege de voorstelling Mooi weer vandaag als de twee vrouwen opkomen. Volkse types, in te strakke leggings en baaien rokken. Ze spelen in de stijl van Flodder en De Jantjes. Daarvóór hebben we gekeken en geluisterd naar een beschaafd maar vervreemdend gesprek tussen twee mannen die kennelijk samen in een bejaardenhuis of psychiatrische kliniek wonen. Bram van der Vlugt speelt de gedistingeerde heer, met wandelstok, glacés en krantje onder de arm; Bart Klever is zijn lotgenoot en kompaan - tikkeltje nerveus, aan één stuk door pratend om de stilte maar niet te horen.

Nettie Blanken en Malou Gorter spelen de twee volkse types die daar dus ook wonen. Iedereen heeft een krasje op de ziel of in het hoofd. Dat levert mooi materiaal op voor een bezonken toneelstuk: David Story schreef Home in 1970 en het werd een jaar later al gespeeld door het grootheden als Paul Steenbergen en Ko van Dijk, en later nog door Toneelgroep Amsterdam.

Mooi weer vandaag (***), theater.
Van David Story, door Hummelinck Stuurman Theraterbureau, regie Bruun Kuijt.
14/1, DeLaMar Theater, Amsterdam, tournee t/m 30/5.

Schijnbewegingen

In regie van Bruun Kuijt is deze nieuwe productie vooral gemaakt op snelheid en de lach, en aldus eerder een vrolijk blijspel dan een tragikomedie. Blanken kan aanvankelijk haar lachen niet houden, maar heeft later en paar prachtige oneliners; Malou Gorter speelt verrassend een heel ander type vrouw dan doorgaans. De mannen excelleren hier: Van der Vlugt stijlvol in de war en Klever geweldig reddend wat er te redden valt.

Mooi weer vandaag is een lieve, soms tedere voorstelling, maar echt schrijnend wordt het nergens. Hooguit misschien aan het eind, als zo'n beetje iedereen met wat vergeefse schijnbewegingen dreigt op te lossen in het niets.