Column Onno Blom

Mooi aan dit meesterwerk van Rembrandt is dat het een hemelse én een aardse blik tegelijk toelaat

Rembrandt woonde de eerste 25 jaar van zijn leven in Leiden. Onno Blom werkt aan een biografie van die jaren en doet daarover hier een jaar lang verslag. 

Rembrandt van Rijn, Jacob zegent de zonen van Jozef (1656), Staatliche Museen, Kassel. Beeld Heritage Images/Getty Images

Zijn leven lang heeft Rembrandt, die alles aan het zicht in zijn ogen ontleende, de blindheid verbeeld. De arme Tobit, die door een mus in zijn ogen werd gescheten en zijn zicht verloor. Blinde bedelaars op straat. Het gruwelijke uitsteken van de ogen van Samson. De meest ontroerende blinde is te zien op Jacob zegent de zonen van Jozef.

In Genesis 48:1-20 valt te lezen dat Jacob, de oude, blinde patriarch, op zijn sterfbed zijn zoon Jozef en twee kleinzonen ontving: Menasse, de oudste, en Ephraïm, de jongste. Volgens de traditie zou de oudste de zegen moeten ontvangen. Maar Jacob legde zijn rechterhand op het hoofd van de jongste. Jozef probeerde zonder succes de hand van zijn vader naar het hoofd van de oudste te duwen. Jacob zei: ‘Ik weet het, mijn zoon! Hij zal ook tot een volk worden en hij zal ook groot worden: maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden.’

Het verhaal van Jacobs zegening kan metaforisch gelezen worden: de donkere Menasse als de vertegenwoordiger van het Jodendom, blonde Ephraïm als de toekomstige stamvader van het christendom. De jongste kleinzoon kruist zijn armen devoot voor de borst, en spiegelt zo de gekruiste handen van zijn blinde grootvader.

Rembrandt heeft zich twee theologische vrijheden veroorloofd. Om te beginnen duwt Jozef zijn vaders hand helemaal niet weg, maar kijkt liefdevol op het tafereel neer. Daarnaast heeft Rembrandt Asnath, Jacobs vrouw, ook afgebeeld, terwijl zij in deze scène uit het Bijbelverhaal helemaal niet voorkomt.

Dit schilderij uit 1656 – het jaar dat Rembrandt zich gedwongen zag zijn faillissement aan te vragen – was eigendom van Willem Schrijver, de zoon van de remonstrantse geleerde Pieter Schrijver, alias Petrus Scriverius, de raadgever van de jonge Rembrandt in Leiden. Willem was getrouwd met Wendela de Graeff, een schatrijke weduwe, die uit haar eerste huwelijk twee kinderen had, van wie er één jong stierf. Met Willem Schrijver kreeg ze Willem junior. Na de dood van Wendela in 1652 werd Willem junior de begunstigde van een enorme erfenis.

Kunsthistoricus Gary Schwartz denkt dat Rembrandts schilderij weleens een portrait historié kan zijn, waarin bestaande mensen een rol vervullen in een historisch of bijbels verhaal. Petrus Scriverius, die op hoge leeftijd blind was geworden, is Jacob. De overleden Wendela is Asnath. Willem Schrijver speelt de rol van Jozef, en Willem junior die van Ephraïm.

De minzame blikken van Jozef en Asnath bewijzen dat de rechterhand van Jacob terecht op het hoofd van de jongste belandt. De familie van de oudste kinderen van Wendela de Graeff vocht de toekenning van de erfenis aan tot aan de Hoge Raad. Tevergeefs.

Deze interpretatie – een platte erfeniskwestie – haalt Jacob zegent de zonen van Jozef uit verheven sferen met één klap terug op aarde. ‘Ik kan alleen maar zeggen,’ schreef Schwartz, ‘dat is de aarde waarop zich in 1656 Rembrandts beschermers bevonden.’

Het mooie van Rembrandts meesterwerk is dat het een hemelse én een aardse blik tegelijk toelaat. Voor beide moeten we niet blind zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.