Monument voor mini-bigband

Toen hij veertig was, overleed saxofonist/fluitist Thomas Chapin. Op acht cd's zijn nu z'n opnamen voor Knitting Factory Records samengebracht....

ZELDEN was een vroegtijdige dood tragischer dan die van de Amerikaanse saxofonist en fluitist Thomas Chapin, die in februari 1998 op veertigjarige leeftijd overleed aan leukemie. De tragiek schuilt niet alleen in het feit dat Chapin - net als bijvoorbeeld de ook veel te jong gestorven Eric Dolphy - een gezond levende, bescheiden en beminnelijke man was, maar ook in het besef dat hij, opnieuw net als Dolphy, net een van de mooiste platen uit zijn carrière had gemaakt. Chapin was zijn muziek nog hartstochtelijk aan het ontwikkelen.

Hoever hij was gekomen, is te horen op de opnamen die hij voor Knitting Factory Records maakte; op acht cd's is daar nu een verzamelaar van uitgebracht met de enigszins wrange maar toch ook passende titel Alive.

Er zijn meer overeenkomsten met Dolphy. Beiden bespeelden een breed arsenaal aan instrumenten met indrukwekkend vakmanschap, niet uit opschepperij maar in dienst van de spiritualiteit. Beiden ook hadden een scherp oor voor het muzikale van natuur- en andere omgevingsgeluiden; zowel Chapin als Dolphy werd gefascineerd en geïnspireerd door vogelgezang.

Maar wat hen bovenal verbond, was het vermogen zowel binnen als buiten de conventies van de jazz te werken. Allebei kenden ze de traditie, de blues en de bebop-schema's en allebei konden ze zich ver buiten de gebaande paden wagen zonder dat de luisteraar werd afgeschud. Hoe abstract ze soms ook speelden, je kon hen altijd volgen, en daardoor delen in een gelukzalige vrijheid.

De poort naar de jazz werd voor Chapin geopend door fluitist/saxofonist Roland Kirk, ook iemand die alles kon spelen wat hij hoorde, en ook zo'n ondogmatische geest; Kirk hoorde het mooie in oude jazz, in experimenten die de grenzen van de tonaliteit verkenden, én in populaire dansmuziek of exotische klanken. Net als Kirk maakte Chapin plaats in zijn muziek voor het hogere en het lagere. Hij voelde zich niet te goed voor een met uitgelaten kreten voorthossende boogie als Iddly op Third Force, de eerste cd van deze verzameling. Als hij zoiets inlaste, wist hij wat hij deed. Hij was niet voor niets zes jaar lang eerste alt en musical director geweest van Lionel Hampton, die het publiek gek van vreugde kon maken met zijn kokendhete mengsel van swing en rhythm & blues.

Alle invloeden, ook die van Hampton, kwamen samen in zijn voornaamste groep: het trio met Mario Pavone op contrabas en eerst Steve Johns, later Michael Sarin op drums, dat op alle cd's van Alive te horen is. Dat ontwikkelde zich in de zeven jaar dat het bestond tot de kleinste bigband in de jazz, met drie gelijkwaardig opererende secties die elkaar konden opjutten en aanvuren met riffs, tegenmelodieën en contrasterende effecten. Hun ego's versmolten tot één geheel dat intuïtief de juiste timing en frasering koos - in de uitbundig swingende stukken, de stemmige, kamermuziek-achtige ballads, de buitelingen door de vrije ruimte. Het altijd doelgerichte, expressieve tokkelen en strijken van Pavone en de rijkdom aan tinten en timbres van Sarins percussie droegen samen met de smeuiige, robuuste maar toch welluidende sax en fluit van de leider zorg voor de voortgang op elk gebied: ritmisch, harmonisch en melodisch.

Niet dat alles afhing van intuïtie: Chapin stuurde zelfs de meest tomeloze improvisaties met gedenkwaardige, contrastrijke composities. Ook daarin was plaats voor alles wat hem geraakt had, zoals stampende rock, Afrikaanse grooves, Aziatische toonladders of het flamenco-ritme van Night Bird Song, een van zijn sterkste en meest typerende stukken.

Voor twee van de nu heruitgegeven cd's vulde hij het trio aan met koperblazers (op Insomnia) en strijkers (op Haywire). In de arrangementen die hij daarvoor schreef blijkt alweer hoe effectief hij met zijn materiaal omging: de grotere bezettingen brachten meer kleurschakeringen, sterkere ritmische opwinding, diepere harmonische gelaagdheid en een nog grotere weelde aan fraai gevormde melodieën met zich mee. Een derde project, het trio met extra rietblazers, moest wegens zijn ziekte worden opgegeven.

De laatste studio-opnamen van het Thomas Chapin Trio zijn vastgelegd op Sky Piece, een hartverwarmend document en een artistiek hoogtepunt. De integratie van de drie stemmen en de verschillende stijlen is bijna volmaakt. Ondanks de grote afwisseling, van schroeiende altsax-uitbarstingen tot serene fluitmeditaties, blijft alles in evenwicht. Die beheersing, zelfs temidden van een muzikale orkaan, kenmerkt ook de live-registratie die als bonus aan deze uitgave is toegevoegd, mét filmpje van het trio dat Night Bird Song uitvoert op het Newport Jazz Festival. Vijftig minuten lang spatten het plezier, de passie, de creatieve vervoering en de humor uit de boxen. De geest van Thomas Chapin is nog altijd alive.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden