Monteverdi: Teatro d'amore

Monteverdi zonder kledders bloed * * *

Guido van Oorschot

De koningin van het barokke ostinato heet Christina Pluhar. Uit vier basnoten in de herhaalstand trekt deze harpiste en luitspeelster hele muziekpaleizen op.
Ze keek de improvisatiekunst af bij groepen als Tragicomedia en The Harp Consort, die het terrein al strijkend, tokkelend en roffelend verkenden.

Pluhars eigen club, L'Arpeggiata, werd in 2006 door het Festival Oude Muziek verwelkomd als 'ensemble in residence'. Een van de programma's cirkelde rond Claudio Monteverdi, de grootleverancier van liefdeshits. Zoals het operaduet 'Pur ti miro', loom strelend, eeuwig sensueel.

Of de 'Lamento della ninfa', waarin de ellende van een 17de-eeuws meidje wordt doorspekt met zuchtend herencommentaar ('miserella!').

In het cd-boekje vlijt platenmaatschappij Virgin zich knus tegen het Utrechtse festival aan, getuige ook het fotowerk van Marco Borggreve. Intussen levert het spel van L'Arpeggiata naast bewondering ook irritatie op.

Sopraan Nuria Real en countertenor Philippe Jaroussky trekken hun stemmen op uit roze marmer: fijn geaderd, strak gepolitoerd, met hier en daar een wulpse ronding. Alles is licht, alles glanst, en in elk plonkje schemert een voorjaarsachtig bloemenveld.

Toch luidt de vraag of Pluhar geen renaissancistisch herdersideaal loslaat op barokke grotemensenmuziek. Monteverdi was nou net de dwarskop die het goudbrokaat bespatte met flinke kledders zweet en bloed.

Het ergerlijkst is de verjazzing die Pluhar soms doordrijft. Alsof je ouwe tante maar doorkakelt dat ze net een 'ziek chille' componist heeft ontdekt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden