Monsters van nu doen Dracula verbleken in zijn graf

Griezelen is het thema van de 63ste Kinderboekenweek, die woensdag begint. Meestergriezelschrijver Paul van Loon buigt zich over de vraag of we nog wel genoeg griezelen. Plus: hoe gezond is griezelen eigenlijk?

Grumor is het toverwoord van de komende Kinderboekenweek. Beeld Silvia Celiberti

In zijn ogen brandde een rode, duivelse gloed. De brede neusvleugels van zijn haakneus trilden en de scherpe, witte tanden achter de felrode lippen van zijn met bloed besmeerde mond knarsten, als de tanden van een wild beest.'

Deze regels zijn afkomstig uit het boek Dracula van de Ierse auteur Bram Stoker. Het verscheen in 1897 en is daarna nooit meer uit druk geweest. Dracula, de bekendste vampier, is een icoon onder de monsters. Alleen al bij het noemen van zijn naam - zelfs kinderen kennen die - griezelen lezers en filmbezoekers sindsdien. Vampiers en weerwolven zijn levensgevaarlijk, maar zij kunnen bestreden worden met knoflook, houten staken en zilveren kogels. Heerlijk, deze oude, vertrouwde huismiddeltjes! Ik kreeg de afgelopen twintig jaar diverse brieven van lezers van mijn Griezelhandboek, die in hun jeugd knoflook onder hun kussen legden en zich volkomen veilig voelden.

De oorspronkelijke griezeliconen (naast Dracula zijn dat andere monsters zoals Het monster van Frankenstein, de Mummie en de Weerwolf) kregen in de loop van de twintigste eeuw steeds meer concurrentie. Nieuwe monsters verrezen en ze werden steeds menselijker en akeliger: zombies, wandelende doden die het liefst hersenen van mensen eten, kregen steeds meer ruimte op televisie, in de bioscoop en in boeken. Nog steeds fantasie...

Nu zijn we al zeventien jaar op weg in de 21ste eeuw en de Wandelende Doden hebben hun eigen langlopende tv-serie, die in gruwelijkheid Dracula en zijn kornuiten doen verbleken in hun graf.

Horrorclowns kruipen uit het filmdoek en rennen met kettingzagen over straat om mensen aan het schrikken te brengen. Een nieuwe vorm van griezelen?

Actuele monsters

Daarnaast lijkt de werkelijkheid steeds meer de fantasie in gruwelijkheid te overtreffen. De wandelende (on)doden dragen bomgordels en blazen complete stadions en zichzelf op, rammen met gestolen busjes argeloze voetgangers, voor doeleinden waar geen kind meer iets van snapt.

De actuele monsters heten Irma, Harvey, José, Maria en Otis. Ze zwepen de wateren op, komen aanrazen over zeeën en vernietigen weerloze eilanden. De overheden in Florida riepen wapenbezitters op niet op Irma te schieten, omdat zij hun kogels kan opnemen en met een soort centrifugale kracht kan retourneren... Echt waar. Deze monsters kun je niet met wapens bestrijden, ook niet met (zilveren) kogels. Misschien kunnen zij alleen nog elkaar bevechten. 'Orkaan Irma stopt The Walking Dead' luidde onlangs een kop in een landelijke krant.

Gruwelijk eng!

Tijdens het Kinderboekenbal, volgende week dinsdagavond, wordt de Kinderboekenweek geopend. Het thema is Gruwelijk eng! Als je voor 10 euro of meer kinderboeken koopt, krijg je Kattensoep van Janneke Schotveld cadeau. Tegen een gereduceerd tarief is er het prentenboek Knikkeruil van Martijn van der Linden en Maranke Rinck. Dinsdagavond wordt ook bekend wie dit jaar de Gouden Griffel wint.

Het Jeugdjournaal vertelt jonge kinderen over de rampen in de wereld, over de monsters die een spoor van vernietiging achterlaten en die via televisie en internet angstwekkend dichtbij komen en werkelijkheid dreigen te worden.

Dracula en de weerwolven lijken gereduceerd tot kleine, onbelangrijke griezels naast deze monsters met ongelooflijk vernietigende krachten. Knoflook onder je kussen of voor je raam helpt hier niet meer.

Maar toch, maar toch. Er is een verschil tussen gruwelen en griezelen. En als knoflook niet helpt tegen de monsters, helpt misschien gewoon een spannend boek.

Verlengde sprookjes

Griezelen als amusement ligt in het verlengde van sprookjes. Wij allen groeien op met verhalen over heksen die kinderen in ovens stoppen, reuzen die kinderen eten en wolven die in het bos op de loer liggen. Dat is griezelig, maar ook heerlijk. Omdat de goeden uiteindelijk overwinnen, in elk geval in verhalen. En dat is hoopgevend.

Als wij de gruwelijke werkelijkheid willen vergeten, al is het maar even, dan is het hard nodig dat er verhalen zijn die een ontsnappingsmogelijkheid bieden. Verhalen die hoop geven op een goede afloop, in elk geval als het verhalen voor kinderen zijn.

Wat is daar mis mee?

Niets, volgens mij. Roald Dahl (De heksen, De griezels, De GVR) wordt nog evenveel gelezen als vroeger. Meester van de zwarte molen, een fantastisch en ook griezelig boek van Otfried Preussler uit 1971, werd onlangs opnieuw uitgegeven door Lemniscaat. Net als Max en de Maximonsters, een wonderschoon meesterwerk voor kleuters van Maurice Sendak uit 1963. Ik merk dat Dolfje Weerwolfje, mijn vriendelijke weerwolfje, na twintig jaar nog net zo gretig gelezen wordt als toen het eerste boek over hem verscheen. De Griezelbus (1991), het boek waarop mijn schrijversbestaan in eerste instantie werd gebouwd, is nog steeds zeer levendig en heeft een volledige remake ondergaan. De Griezelbus is zelfs in levenden lijve op vier wielen herrezen in zijn vierde incarnatie sinds 1997 en rijdt nu rondjes om het Limburgs Museum in Venlo.

Kortom, hoe erg en eng de werkelijkheid ook is, het griezelen door middel van fantasie blijkt nog net zo geliefd als honderd jaar geleden. En ook onze goede oude vampiervriend Dracula blijkt nog steeds levensvatbaar. Er zijn meer dan 130 verfilmingen van zijn verhaal gemaakt. Onlangs, in 2014, verscheen Dracula Untold - weer een nieuwe kijk op de mythe van de beroemdste vampier.

Grumor is het toverwoord van de komende Kinderboekenweek. Beeld Silvia Celiberti

Dus griezelen als amusement is zeker niet uitgestorven. Wat is daarbij belangrijk, als het over kinderen gaat? Ik vind dat een combinatie van griezelen en humor noodzakelijk is.

In 1995 schreef ik het boek Nooit de buren bijten. Toen ik het inleverde, vroeg mijn uitgever: 'Wat voor een soort boek is het?' Daar moest ik even over nadenken. De jaren daarvoor had ik vooral griezelboeken geschreven, zoals Vampier in de school en De Griezelbus. Dit nieuwe boek ging over een familie die bestond uit een weerwolf (Jimi, naar Jimi Hendrix), een vampier (Ernst, naar operazanger Ernst Daniël Smid), een zombie (Ma), een geest (zus Lea) en een geraamte (oom Angus in de kelder, naar Angus Young van AC/DC). Hun naam (de familie R.I.P.) hadden ze ontleend aan letters die ze op grafzerken hadden zien staan. 'Het is GRUMOR!' zei ik, want dat leek mij de enige juiste manier om dit boek te omschrijven (met dank aan Snikken en grimlachjes van Piet Paaltjens uit 1867). Het was griezelen met humor.

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek 'Gruwelijk eng'. In diverse publicaties kom ik het woord grumor tegen. Zo lees ik in het tijdschrift Lezen van Stichting Lezen, dat grumor het toverwoord is van de komende Kinderboekenweek. Dus we kunnen nog steeds vrolijk griezelen, ondanks alle gruwelen in de wereld. Er is nog hoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden