Interview Monique van Heist

Monique van Heist heeft al jaren succes met dezelfde collectie: ‘Misschien is mode helemaal niet zo veranderlijk als we denken’

Beeld Foto: Imke Panhuijzen, Fotografie-assistent: Juul Timmermans, Haar en make-up: Pascale Hoogstraate / EE Agency

Tien jaar zou Monique van Heist het proberen, mode ontwerpen die niets met trends te maken heeft.

Van de vijftien jaar dat Monique van Heist werkt als mode-ontwerper, maakt ze al tien jaar lang exact dezelfde kledingstukken en sieraden, telkens weer. Met succes, want Van Heist is in die tijd gegroeid van een kleine twintig tot veertig verkooppunten, van Guernsey tot Seoul, maar vooral in Nederland en België. Maar welk vooroordeel over mode en modeontwerpers je ook bedenkt, Van Heist is géén glamourpoes op naaldhakken. Geen verwend nest met gelnagels en een roedel assistenten. Niet iemand die in een luxe, grootsteedse hotelsuite audiënties houdt of elke maand een nieuwe collectie, drop of collab lanceert.

Monique van Heist gruwt van dit soort clichés. Van nep. Van stads. Van gladjes.

Ze bestrijdt dat mode moet gaan om nieuw, nieuwer, nieuwst en meer, méér, MEER.

Daarom lanceerde ze in 2009 het project Hello Fashion, een protest tegen de vergankelijkheid van mode. Het idee: tien jaar lang een doorlopende collectie maken die steeds groeit. Een goed ontwerp kan jaren mee door het in steeds andere kleuren, prints en materialen uit te voeren. Dat bleek te kloppen voor jas Don, jurk Stella, successlegging n° 12 en nog negentig items. Geen poespas, gewoon: goeie stukken die hun nut en tijdloosheid bewezen hebben.

Shirt no. 10. Beeld Ingmar Swalue
Dé legging uit de Hello Fashion-collectie. Beeld Ingmar Swalue

Omdat haar huis en atelier in het West-Brabantse dorp Halsteren onbegaanbaar zijn in verband met een grote verbouwing spreekt ze af in een bruin eetcafé tegenover station Bergen op Zoom - onder Hotel de Blauwe Vogel, tegenover Senfina bruidsmode - dat vol staat met houten beelden van Laurel & Hardy. Is dat hip? Bepaald niet. Is het gezellig? Absoluut wel. Naast de loeiende verwarming is het zelfs prima terugblikken op het afgelopen decennium.

Hoe is Hello Fashion ontstaan? 

‘Het begon vanuit de gedachte: ik ga mode maken zoals ík het wil. Ik vond het maar armoe, al die halfjaarlijkse collecties die steeds maar weer uitgespuugd worden, dus bedacht ik Hello Fashion, een blijvend assortiment. Ik zag mijn verkoopagent denken: leuk idee, Van Heist, maar hoe dan? Hoe verkoop ik tien jaar dezelfde ontwerpen aan die veeleisende inkopers die steeds iets nieuws willen?

‘Ik ben zelf eigenlijk ook verrast over hoe goed het ging, en hoe lang het al goed gaat. Dat één model legging al veertien jaar een succes is. Best knap dat een simpel ding zo’n hit is geworden. Misschien is mode wel helemaal niet zo veranderlijk als we denken.’

Je doet ook geen shows, waarom niet? 

‘Ik zie niet in waarom wél. De consument komt niet naar modeshows, en dat is nou net diegene die ik wil bereiken. Zo’n show is vreselijk kostbaar, dus dat geld moet je eerst terug zien te verdienen. Dat ik ooit een eerste show deed, in 2005 op de Amsterdam Fashion Week was wel logisch, ik moest een naam opbouwen. Maar daarna? Ik snap dat grote merken het doen, met een gigantisch marketingbudget. Zo’n Chanel-show in het Grand Palais, met complete waterpartijen, dat is zo groot en tegelijkertijd zo elitair. Bijna ouderwets. Er zijn andere manieren, en andere prioriteiten voor een klein merk. Zie eerst maar eens tien mensen te vinden die je kleren willen dragen.’

Voor wie ontwerp je? 

Bestaat er zoiets als de Monique van Heist-vrouw? ‘Er zijn heel veel soorten Van Heist-vrouwen, heb ik ontdekt. Ze zijn meestal niet heel jong en hebben best wat te besteden, en zo niet kopen ze mijn kleren via een sample sale. Kort door de bocht: het zijn geen Versace-vrouwen.’

Je draagt altijd een van je eigen ontwerpen. Waarom? ‘Ik vind het belangrijk om te kunnen voelen of iets echt lekker zit. En bij een ander merk winkelen voelt een beetje als vreemdgaan. Ik kan me ook nu al druk maken over wat ik in godsnaam aan moet als ik ooit stop met ontwerpen.’

Top en boxer LOL. Beeld Inga Powilleit
Tuniekjurk XL van Van Heist. Beeld Inga Powilleit

Hoe ben je ontwerper geworden? 

‘Vanaf mijn 8ste maak ik al zelf kleding, eerst voor mijn barbies. Vanaf mijn 10de werd het iets serieuzer, met hulp van mijn tante Annie die goed kon naaien. Daarna ging ik met mijn tweelingzus op naailes in het dorp. Mijn moeder zocht stof uit en liet me een pakje maken, daar kreeg ik 50 gulden voor en ze droeg het met trots. Mijn zus is grafisch ontwerpster geworden. Ik ben nooit meer wat anders gaan doen.’

Hoe ideaal is het, van je hobby je werk maken? 

‘Mode is hardcore en complex, vergis je niet. In het proces van dingen laten maken kom je veel hobbels tegen. Zo’n hele productieketen, als daar een kink in de kabel zit, moet je heel creatief zijn, de hele tijd schakelen. Ik ben geen zakenvrouw, maar ik moet wel samenwerken met producenten. Ik zit niet alleen maar te tekenen, ik ben meer dan een modeontwerper. Ik dacht op de academie al: ik wil later niet voor een baas werken, ik wil de baas zíjn. Ik heb niemand in dienst, maar werk met twee freelancers die onder meer zorgen voor de productieondersteuning, het ontwikkelen van de patronen en de samples. Verder heb ik dus een verkoopagent, een pr-bureau, producenten, een zus die het grafisch ontwerp doet en een meewerkend echtgenoot.’

Hoe komt een internationaal succesvolle mode-ontwerper in vredesnaam in Halsteren terecht? 

‘Ik woonde al twintig jaar in Rotterdam, mijn man Lewis nog langer. We hadden zin in iets nieuws, met natuur en rust, zeker toen onze zoon Silvester zes jaar geleden werd geboren. In de stad krijg je zoveel impulsen. Creatief gezien heb ik rust nodig om tot dingen te komen, om zeker te weten dat mijn ideeën van mij zijn.

‘Ik heb Brabantse roots, maar ben in het Limburgse dorp Ittervoort opgegroeid, dat vond ik heerlijk. Ik was een dromerig kind, liep graag door maïsvelden, plukte bloemen. Lewis en ik vonden, na lang zoeken, een oud boerderijtje in Halsteren met wat eigen grond, niet té afgelegen. Toen we eenmaal de sleutel hadden wist ik: ik wil nooit meer terug naar de stad. Ik zie en hoor hier hele andere dingen, saaie dingen misschien, maar dat spreekt me wel aan. Ik kan zo vaak naar buiten als ik wil, de hele dag op blote voeten lopen. Al die meutigheid vind ik bevrijdend. Ik doe hier heel andere dingen dan in de stad, werk in mijn moestuin. Dat is ook creëren, maar op een totaal andere manier. Ik ben graag op mezelf in mijn eigen wereld, waar ik dingen maak en laat ontstaan. Ik heb er lang over gedaan om me te realiseren dat niks moet.’

Werk je hier minder hard dan vroeger in Rotterdam? 

‘Ik geef meer dingen uit handen, aan de juiste mensen die snappen wat ik wil. Ik kan nu beter inschatten hoe lang ik over iets doe. Ik ben ook letterlijk minder gaan werken. Nu werk ik als Silvester naar school is, en als het heel druk is ga ik door tot we gaan eten, en daarna is het klaar.

‘Steeds met dezelfde ontwerpen werken scheelt een hoop! En ik denk voortdurend na of iets slimmer of sneller kan. Ik ben van nature best langzaam, een diesel. Maar nu ik een kind heb, moet ik af en toe de turboknop aanzetten.’

Zit er ook een beetje Halsteren in de kleding die je hier ontwerpt? 

‘Misschien wel, onbewust. Deze plek vraagt om steviger materialen, om schoenen zonder naaldhakken, want daar kun je helemaal niet op lopen hier. In Rotterdam had ik veel meer het gevoel: ik moet er op een bepaalde manier bij lopen, ik ben toch modeontwerper. Hier weten de buren amper wat ik doe, we praten hier eerder over de kinderen of over de moestuin.’

Dé legging past ook mannen. Beeld Daan Brand
Jurk Patrick ook. Beeld Daan Brand
Shirt no. 10. Beeld Daan Brand

Word je überhaupt vaak herkend? 

‘Mensen kennen eerder mijn naam dan mijn gezicht. Ik zat ooit bij een modeshow naast iemand die, toen ze hoorde wie ik was, bijna kotste van opwinding: ‘Ben jij Monique van Heist?’ Maar een BN’er ben ik niet. De enige echte BN’er uit het dorp is kickbokser Rico Verhoeven, toch een andere categorie. Beroemdheid zegt me helemaal niks. Maar de wetenschap dat veel mensen kleding van mij in hun kast hebben is wel fijn. Een soort stille roem, erkenning. Ik heb toch iets bijgedragen aan de garderobe van die mensen.’

Hoe is de modewereld veranderd de afgelopen tien jaar? 

‘Instagram heeft een grote invloed gekregen, jonge ontwerpers kunnen zich heel snel heel zichtbaar maken. Nadeel is dat ook mensen zonder aantoonbaar talent en elke BN’er een label kunnen beginnen. Ik kan me daarover opwinden. Dat is net zo stom als dat ik zou zeggen: nu word ik zangeres! Je zet eigenlijk mijn business te kakken. Marketing is echt wat anders dan mode ontwerpen. Het is ook jammer dat er op tv zo’n vertekend beeld wordt geschetst van mode, er wordt een saus van glamour en hysterie overheen gegooid. Waarom? Bij kookprogramma’s wordt toch ook serieus ingegaan op technieken en ingrediënten? Wat is er oppervlakkig aan mode? We dragen allemaal kleren, ook mensen die elke dag dezelfde werkbroek dragen. Al die kleren zijn door iemand ontworpen, er is over nagedacht. En bij kledingproductie denkt het gros van de mensen alleen aan sweatshops in Bangladesh of China, terwijl er in Europa - in Polen en Portugal, waar ik mijn kleren laat maken bijvoorbeeld - een heleboel kleding wordt gemaakt onder zeer menswaardige omstandigheden.’

Wat vind je ervan dat andere Nederlandse ontwerpers nu ook kleine of eeuwigdurende collecties maken? 

‘Als ze als iets nadoen van wat ik doe, is dat eerst en vooral een compliment. Maar ik ben zelf ook geen visionair of een Jomanda, het einde van het denken in wisselende collecties hing in de lucht. Niemand doet me exact na, al heb ik wel regelrechte kopieën van mijn legging gezien. Goedkoper, maar ook van minder goed materiaal. Dus heb ik er geen last van gehad.

‘Ik heb een eigen handschrift, gelukkig, een eigen ambacht. Het begon als een hobby, en ik heb er mijn beroep van gemaakt, dat vind ik heel speciaal. Ondertussen voel me nog steeds dat Brabantse kind dat knappe dingen maakt achter de naaimachine.’

Letterkettinkjes. Beeld Ingmar Swalue
Beeld Ingmar Swalue

Het boek dat je aan het begin van Hello Fashion beloofde, komt dat er? 

‘Daar ben ik mee bezig. Geen koffietafelboek, eerder een soort kookboek, maar dan met patronen. Dan kan iedereen lekker zijn eigen Monique van Heist maken. Of het patroon van de legging erin komt? Ik ben niet helemaal gek natuurlijk!’

Hingen de patronen je nooit de keel uit, in die tien jaar? 

‘Heel soms. Ik had me voorgenomen om het tien jaar te doen, en als dan de finish nadert, voel je die laatste loodjes wel. Maar ik kon mezelf uitdagen door het weer in een ander materiaal te maken.’

Stopt het nu abrupt? 

‘Nee. De Hello Fashion-stukken gaan zeker niet in een keer met pensioen, ik ben kostwinner. Ik blijf dus gewoon kleren in de winkels brengen. Oude ontwerpen, uit de Hello Fashion-collectie, dat blijft mijn grabbelton en archief. Maar ook nieuwe. Ik wil genoeg verdienen voor een leuk leven, en mijn kosten verder zo laag mogelijk houden door een duurzaam huishouden te organiseren met houtkachels en een moestuin, zodat wat ik móet verdienen minder wordt. Mijn werk moet niet alleen om geld verdienen draaien, maar om wat ik wil doen, in mijn eigen tempo.’

Hoe doe je dat als kledingconsument, je kosten zo laag mogelijk houden? 

‘Om te beginnen door je kleding wat minder vaak te wassen, dat spaart water en zorgt ervoor dat ze minder slijten en langer meegaan. Wat minder kleding kopen ook, en kleding die je niet meer draagt doorgeven, al snij ik mezelf daarmee in de vingers, als ontwerper. Vooral niet naar de Primark gaan. Een beetje meer nadenken! Als je kleren koopt, doe het dan vanuit de gedachte: wat ontbreekt er nog in mijn garderobe? Wat kan ik lang blijven dragen?’

Wat zijn de plannen voor de komende tien jaar? Een eigen winkel? 

‘Nee, een winkel runnen is een heel ander beroep. Ik wil hooguit een eigen webshop. Het volgende project dat ik wil gaan doen is een hommage brengen aan dierbare kledingstukken die mensen lang hebben bewaard. Een jasje van je oma bijvoorbeeld, of de Zweedse klompen van je moeder. Mooie, tijdloze kledingstukken die een compliment verdienen door ze opnieuw te maken. Niet letterlijk kopiëren natuurlijk, maar herinterpreteren. En ik fantaseer ook over een jurk die voor alle feesten goed is, net zoals mannen met één smoking naar een heleboel feesten kunnen.

‘Er is al zo veel bedacht op kledinggebied, alles is al een keer ontworpen. En uiteindelijk draait het toch om broeken, jassen, bloezen en jurken. Net zoals we al heel lang hetzelfde voedsel eten, nu en dan in een andere verhouding of met een andere saus. De grootste uitdaging is denk ik de materiaalkeuze. We moeten beter zoeken naar iets wat lekker zit. Waarom moeilijk doen als het zo simpel is?’

Beeld Foto: Imke Panhuijzen, Fotografie-assistent: Juul Timmermans, Haar en make-up: Pascale Hoogstraate / EE Agency
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.