Recensie Héloïse en het Inwonen

Monika Sauwer laat warmte gloren onder de deceptie van de naoorlogse jaren ★★★☆☆

Met liefde voor details schildert Monika Sauwer, op basis van de correspondentie tussen haar ouders, de naoorlogse jaren.

Monika Sauwer: Héloïse en het Inwonen

Monika Sauwer: Heloïse en het Inwonen. 1947-1952.

Avanti; € 15,- (bestellen via yolnus@xs4all.nl)

Na de dood van haar ouders kreeg Monika Sauwer (1946) de beschikking over hun correspondentie, wat heeft geleid tot twee boeken (Een liefde in 1945en het nu verschenen Heloïse en het Inwonen) waarin ze de periode 1944-1952 behandelt, over de liefde tussen de kunstacademiestudenten Wies en Simon, die al heel vroeg een kind krijgen (hier Celia geheten, een alter ego dat Sauwer al eerder gebruikte) en in de jaren van schaarste moeten toezien hoe de romantiek door het leven zelf op de proef wordt gesteld.

Waar hadden ze in de oorlog over gedroomd? Samen kunst maken in een eigen atelier in Amsterdam. Waar liep het op uit? Inwonen bij Wies’ moeder in een krappe bovenwoning in Bussum, met een klein kindje dat aandacht nodig heeft, en een man die niet genoeg reclameopdrachten krijgt om van te kunnen leven.

Mooie boel, en Koude kermis, zou je haast zeggen, onder verwijzing naar de titels van de eerste twee verhalenbundels uit 1978 en 1983 van Sauwer, wie de ontnuchtering is toevertrouwd. Maar onder de deceptie gloort warmte. Het moet voor de auteur een speciaal genoegen geweest zijn, om haar ouders alsnog van zo dichtbij te leren kennen, en ook nog in de jaren rond haar eigen verwekking. Met liefde voor details schildert Sauwer de wereld van toen: de priktol, de kolenkachel, de trapnaaimachine, de bakker die aan de deur kwam, de gure kou, de eerste telefoon, en de eerste supermarkt genaamd Kijk-Grijp, de ouderen onder ons zullen zich de kruideniersketen herinneren.

Als er aan de winter geen einde lijkt te komen, gaat Wies (Heloïse) schaatsen: ‘Als kind had ze balletles gehad en schaatsen op haar oude rondrijders deed haar denken aan dansen, maar dan zonder pijn en inspanning.’ Pas als de zon is verdwenen, komt er een einde aan het zweven en trekt ze aan de kant haar daagse schoenen weer aan: ‘De vaste grond was hard en trok haar naar zich toe, nu ze zonder schaatsen niet alleen kleiner maar ook zwaarder was.’

Als vrienden om het stel heen gaan emigreren naar Zuid-Afrika en Australië, krijgen Wies en Simon ook plannen. Maar dan sterft de eveneens inwonende oma: ‘Ze sliep altijd al veel maar die ochtend werd ze niet meer wakker.’

Als ze naar de Noordzee gaan, met hun kind, met mooi weer: ‘Simon zat te lezen of te tekenen in de veilige schaduw van zijn stoel. Tot Wies’ teleurstelling werd hij niet bruin, maar rood. Zwemmen wilde hij ook al niet. Hij is een man voor binnen, dacht ze.’

En toch, de verwachting blijft ook levend, in meer dan één betekenis, want Wies raakt opnieuw zwanger, Simon krijgt een vaste baan, tekent thuis zijn eigen jonge vrouw, en de kleine Celia ontdekt dat ze zelf verhaaltjes kan bedenken, en hoe prettig dat is. Haar geestelijk moeder kan dat bevestigen.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden