Monica en de niet te stuiten kakofonie

De rel rond Clinton en Monica Lewinsky doet vermoeden dat ook de journalistiek nooit meer de oude zal zijn. Door Internet is nieuws niet meer te stuiten....

FRANCISCO VAN JOLE

ZONDER Internet was er wellicht nooit een Monica-gate geweest. Die affaire kwam immers aan het rollen nadat Internet-verslaggever Matt Drudge online een verhaal publiceerde dat hij zowat uit de prullenbak van Newsweek had gevist. Zijn nieuwsbrief Drudge Report meldde zondag 18 januari, drie dagen vóór de reguliere media het verhaal oppikten: 'Op het laatste moment, zaterdagavond om zes uur, heeft Newsweek een artikel afgeblazen dat voorbestemd was Washington op zijn grondvesten te doen schudden: Een stagiaire van het Witte Huis heeft een seksuele verhouding gehad met de president van de Verenigde Staten'

In al zijn eenvoud legt de frase het probleem bloot waar de Amerikaanse journalistiek - en politiek - mee kampt: door Internet is nieuws niet meer te stuiten, ongeacht of het wáár is. Een verhaal dat wellicht niet verder was gekomen dan de redactielokalen van Newsweek, belandde plots op de beeldschermen van de honderdduizenden lezers van Drudge Report, en werd wereldnieuws.

Matt Drudge is een 31-jarige ex-winkelbediende die drie jaar geleden zijn baan opgaf om zich te wijden aan zijn favoriete tijdverdrijf, het verspreiden van geruchten en nieuwtjes. In zijn appartement te Hollywood leest hij kranten, speurt het net af, heeft permanent drie tv's aan staan en luistert hij onderwijl naar de radio. Daarnaast krijgt hij per e-mail duizenden tips, zoals die over het Newsweek-artikel. Drudge plukt, combineert, en stuurt Drudge Report het net op.

Zijn grootste groep lezers zit 4500 kilometer verderop in Washington: de medewerkers van het Witte Huis. Toen Drudge vorig jaar augustus meldde dat Clinton oneerbare voorstellen had gedaan aan stafmedewerkster Kathleen Willey werd zijn online-verslag in één dag 2600 keer geraadpleegd door computers in het Witte Huis.

Het online-tijdschrift Slate, opgezet door de gezaghebbende journalist Michael Kinsley, volgde het spoor van Monica-gate. Een half etmaal nadat het nieuws uit Drudge Report zich via Internet verspreidt, wordt het te berde gebracht door een van de gasten in een talkshow op televisie. Een andere gast, ex-Witte Huis-medewerker George Stephanopoulos, interrumpeert: 'We weten allemaal dat het verhaal uit Drudge Report komt, dat schandelijke . . .' Waarna de presentator overgaat op een ander onderwerp. Een paar uur later sijpelt het wederom een tv-programma binnen. En de volgende dag maakt de omstreden tv-presentator Geraldo Rivera melding van de geruchten. Nog steeds is Drudge Report de enige bron.

Twee dagen later pas, op woensdag, brengen de Los Angeles Times en de Washington Post, de 'primeur' alsnog, overigens zonder naar Drudge te verwijzen. Saillant detail is dat de Post op het laatste moment overstag gaat - het verhaal wordt wel op de eigen website geplaatst maar ontbreekt in de eerste gedrukte edities. Vrijwel meteen daarop schakelt tv-zender CNN over op volle kracht en maakt van de affaire Breaking News.

Slate constateert dat het verhaal ook zonder Internet naar buiten was gekomen, doch niet zo snel. 'De fatsoensrakkers die de redacties controleren kunnen niets beginnen tegen de geruchten en ongefundeerde verhalen die mensen op het web plaatsen. Als het op het web staat en de televisie pikt het op, moeten de kranten wel volgen.'

Drudge is echter niet alleen want Internet wemelt van de eenmanskranten. Zo is er de 25-jarige Harry Knowles die vanuit zijn slaapkamer in Texas Ain't It Cool News verzorgt, een website die alom wordt gezien als de invloedrijkste informatiebron over Hollywood. Het rampzalige floppen van Batman & Robin wordt door studiobonzen deels toegeschreven aan de site van Knowles die, onder meer op basis van uiterst geheime rapporten met de resultaten van een proefvoorstelling, de film de grond in schreef. Het nieuws en de geruchten van Ain't It Cool ondermijnen zorgvuldig geregisseerde publiciteitscampagnes van de studio's.

Sites als die van Drudge en Knowles schieten vaak mis. Verhalen blijken achteraf niet te kloppen, maar zijn niettemin uiterst populair. 'Kennelijk vinden mensen het leuk ze te lezen omdat ze soms wél waar blijken', constateerde het financiële tijdschrift Forbes vorige maand enigszins bitter. Tegelijkertijd is Internet ook het meest effectieve middel voor het bestrijden van onwaarheden. Het ontmaskeren van leugens en verzinsels is populair op het net. En nieuws-sites als die van CNN stellen gebruikers in staat actuele zaken te volgen op een manier die voor wat snelheid en documentatie betreft zijn weerga niet kent.

Monica-gate heeft van Internet ondertussen een medium gemaakt waar de oude media niet meer omheen kunnen. De vraag is waar dat toe leidt. De afgelopen decennia heeft de professionele pers hard gewerkt aan een imago van degelijkheid. Journalisten worden geacht betrouwbaar te zijn en in Nederland zijn zelfs universitaire opleidingen gestart. De krant moest een meneer zijn. Dat is niet altijd zo geweest.

Tot in de jaren zeventig werden journalisten gerekend tot de rand van de samenleving en stond het beroep zeer laag in aanzien. Het is opvallend dat de ontstaansgeschiedenis van de eerste papieren kranten, meestal eenmansproducten die werden volgeschreven door de plaatselijke drukker of dorpsgek, veel overeenkomsten vertoont met de opkomst van hun elektronische equivalenten. Wat dat betreft is er weinig nieuws onder de zon.

Matt Drudge heeft een broertje dood aan journalisten. Hij ziet zichzelf als een verslaggever die doorvertelt wat hem ter ore komt. Hij heeft lak aan regels, slaat aanbiedingen af van media die hem willen contracteren en smult van zijn invloed. Drudge en companen zijn vertegenwoordigers van de pers zoals we die alleen nog kennen uit oude films, straathonden die op nieuws jagen en als credo 'een goed verhaal moet je niet kapot checken' lijken te hanteren. Opvallend is dat ze daarbij in populariteit op het net alle gevestigde media verslaan. De rol van traditionele uitgevers is er nauwelijks van belang. Het wantrouwen dat veel mensen hebben ten opzichte van de media speelt daar zeker in mee.

Aan de andere kant is de problematiek niet beperkt tot de eenmanskranten. Het Witte Huis heeft al vaker geklaagd over de ongebreidelde geruchtenstroom die op Internet aanzwelt en officiële woordvoerders steeds vaker dwingt tot het afgeven van verklaringen. Zo werden de medische gegevens van Clinton vrijgegeven nadat in Internet-berichten werd gemeld dat de president ernstig ziek zou zijn.

Het probleem is inherent aan het systeem. Internet maakt van de wereld een global village, een dorp. En het populairste nieuws in dorpen bestaat nu eenmaal uit roddels. Daar valt vrijwel niets tegen te doen, niet in een dorp en niet op Internet. Het nieuws wordt een lolletje en andersom.

De gevestigde media worstelen met dat fenomeen. Weliswaar roddelen journalisten over het algemeen onderling graag, maar daarover publiceren is iets anders. Wanneer de roddels echter op het net geopenbaard worden zijn ze een nieuwsfeit. Als tien- of honderdduizenden mensen ergens over praten wordt het moeilijk dat te negeren. Zoals de krant USA Today vorig jaar kopte: 'Iedereen heeft nu een megafoon.'

Die kakofonie is een kwestie van wennen.

Francisco van Jole

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden