Monic Hendrickx over de perfecte huilscène: ‘Ik gebruik geen verdriet uit mijn eigen leven'

De perfecte...

Actrice Monic Hendrickx, onder meer bekend van Penoza, vertelt hoe zij voor de camera tranen laat rollen.

Beeld Jérôme Schlomoff

Monic Hendrickx (1966) is actrice, onder meer te zien in de serie Penoza en de films Kenau, Leef!, Nynke en De Poolse Bruid. Ze won verschillende prijzen, waaronder vier gouden kalveren voor beste actrice. Verder speelde ze in toneelstukken als Homebody en Oxytonice en presenteerde ze vorig jaar RTL-spelprogramma Kroongetuige.

‘Moet ik tijdens een scène huilen, dan maak ik me daar van tevoren niet druk om. Ik zorg alleen dat ik ontspannen ben, zodat er ter plekke iets met me kan gebeuren. Dat ik geraakt kan worden door wat mijn tegenspeler zegt, of door wat ik zelf denk. Het is het mooist als de tranen ontstaan op het moment zelf.

‘Ik gebruik daarbij geen verdriet uit mijn eigen leven. Als ik denk aan het overlijden van mijn vader wil ik dat niet delen met jan en alleman, dan sluit ik mij juist af. Maar als ik speel hoe Carmen, mijn personage in Penoza, bijna haar zoon kwijtraakt, helpt het wel als ik me voorstel hoe het is om mijn eigen kind te verliezen.

‘Niet iedereen werkt zo. Een collega in Australië begon zo hard druk te zetten op zijn hoofd dat hij rood aanliep en er tranen kwamen. Ik dacht: hè, wat doet die nou? Maar uiteindelijk zag het er heel geloofwaardig uit. Anderen stoppen met knipperen of krijgen Vicks, de eucalyptuszalf, in hun ogen geblazen. Bij mij heeft dat allemaal geen zin. Ik voel dan de druk dat het op dat moment moet en dat werkt averechts.

‘In Zus & Zo droeg ik blauwe lenzen. Huilen bleek enorm lastig, de tranen kwamen niet achter die lenzen vandaan. Toen moest ik alsnog Vicks gebruiken. Daar wordt het toch minder spannend van, je mist de overgang. Het is het sterkst om een scène droog in te gaan en er met tranen uit te komen.

‘Soms zie je dat een acteur blij is dat het huilen lukt en daardoor heel erg blijft hangen in de emotie. Maar in het echt willen mensen vaak helemaal niet huilen. Zodra je huilt, moet je er juist tegen vechten. Wanneer de tranen komen, probeer ik ze weg te lachen, of me boos te maken. Er iets overheen leggen, zodat het gelaagd wordt en de emotie natuurlijker overkomt. Een huilscène draait om emoties, niet om tranen.

‘Je moet ook weten hoe je personage huilt. Bijvoorbeeld snikkend, dat zit hoog in je lichaam, of juist met een soort oerhuil, die van diep komt. Bij een huilerig personage laat je je meer gaan, terwijl je bij een gereserveerd type nog harder tegen de tranen vecht.

‘In de film Het Zuiden zit een huilscène, opgenomen in één take van zes minuten. De camera volgt mij. Prettig, dan kun je als acteur meer sturen. De man waar ik verliefd op ben, zit opgesloten in het hete ketelhok van mijn wasserette. Ik ben woedend op hem, ik wil hem vergiftigen. Ik ram tegen de deur, smijt met spullen, terwijl hij mij probeert te verleiden om open te doen. Op een gegeven moment draai ik om en valt de traan op het perfecte moment, in het licht. Het was niet gemikt, alles kwam gewoon samen. Je volgt de emotie van kwaadheid naar verdriet, uiteindelijk naar verlangen. Dat is een scène waar ik echt trots op ben.’

Beeld Jérôme Schlomoff
Beeld Jérôme Schlomoff
Beeld Jérôme Schlomoff
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.